Overkant?
Je loopt langs een rivier en wilt naar de overkant, maar weet niet hoe. Aan de overkant zie je een blondje lopen. Je vraagt: “Hoe kom ik aan de overkant?”. Zegt het blondje na enig nadenken: “Je bent al aan de overkant!”
Je loopt langs een rivier en wilt naar de overkant, maar weet niet hoe. Aan de overkant zie je een blondje lopen. Je vraagt: “Hoe kom ik aan de overkant?”. Zegt het blondje na enig nadenken: “Je bent al aan de overkant!”
Ik was laatst in een café en zeg tegen de barman: “Zou ik 2 bier en een witte wijn mogen voor dat het gezeik begint” Ik drink snel mijn drankjes op en bestel gelijk nog een keer hetzelfde. Deze keer drink ik nog sneller mijn drankjes op en zeg ik opnieuw tegen de barman: “Zou ik 2 bier en een witte wijn mogen voor dat het gezeik begint” De barman vraagt: “Heb je wel geld bij je?” Waarop ik zeg: “Kijk, daar begint het gezeik al!”
De stewardess komt een stewardess bij de dokter. “Dokter ik heb zo’n pijn. Ik denk dat ik wat aan mijn nieren heb.” “Kleedt u zich maar even uit.” zegt de dokter en hij onderzoekt haar. Zegt de dokter: “Wat die nieren betreft, kan ik u het volgende mededelen: Het is niet uw linker nier. Het is niet uw rechter nier. Maar het is een souvenir van een maand of vier geleden….. en misschien wel van een
vliege- nier.”
Zegt de ene muis: “Ik ben heel stoer, in het huis waar ik woon, ligt het vol met muizengif. Ik eet gewoon mijn buikje rond en wordt alleen maar een beetje misselijk.” Zegt de tweede muis: “Oh, dat is nog niks. Het huis waar ik woon ligt wel vol met vijftig muizenvallen. Ik haal gewoon de kaas er tussen uit en als ik toevallig een klem in mijn nek krijg, druk ik me nog tien keer op ook.” De derde stoere muis staat ineens op en trekt zijn jas aan. Nou denken die andere twee, wij zijn toch wel het stoerst hé, want hij druipt af. “Wat ga jij nou doen?” vraagt één van de twee aan de vertrekkende muis. Terwijl hij zijn mouwen opstroopt zegt deze:
“Ik ga effe met de kat naar bed!”
Pietje vraagt bij de drogist om een middeltje tegen de hik. De drogist geeft Pietje een flinke klap op de schouder. “Waar is dat nou voor” vraagt Pietje. De drogist zegt lachend: ”Je hebt nu de hik toch niet meer Pietje”. “Nee” zegt Pietje “Maar mijn moeder nog wel”.
Een non neemt een taxi naar Amsterdam. Tijdens de rit merkt ze dat de jonge chauffeur haar voortdurend in de spiegel aankijkt.. “Waarom kijkt u mij zo aan?” vraagt ze. De chauffeur aarzelt. “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet beledigen.” De non glimlacht. “Mijn zoon, op mijn leeftijd en in mijn vak heb ik alles al gehoord. Je kunt gerust eerlijk zijn.” Zegt de chauffeur: “Ik droom er al jaren van dat een non mij een keer hartstochtelijk kust.” De non denkt even na. “Dat kan geregeld worden. Maar alleen als je vrijgezel bent.” “Ja!” roept de chauffeur. “Ik ben vrijgezel!” “Prima,” zegt de non. “Sla dan straks die rustige landweg op.” Daar kust ze hem zo hartstochtelijk dat zelfs een acteur uit Goede Tijden, Slechte Tijden er stil van zou worden. Wanneer ze weer verder rijden, begint de chauffeur ineens te huilen. “Mijn kind,” zegt de non, “waarom huil je?” “Ik moet iets opbiechten,” snikt hij. “Ik heb gelogen… ik ben getrouwd.”
De non legt haar hand op zijn schouder en zegt rustig: “Ach joh, niks aan de hand. Ik heet Joep, ben man en ik ga verkleed als non naar het carnaval in Amsterdam.”
Een leeuw werd op een ochtend wakker en voelde zich erg stoer en gemeen. Hij ging naar buiten, dreef een kleine aap in het nauw en brulde: “Wie is het machtigste van alle jungledieren?” De trillende aap zegt: “Jij bent het, machtige leeuw!” Later confronteert de leeuw een buffel en brult fel: “Wie is het machtigste van alle jungledieren?” De doodsbange buffel stamelt: “O grote leeuw, jij bent het machtigste dier in de jungle!” De leeuw, die nu op dreef is, waggelt naar een olifant en brult: “Wie is het machtigste van alle jungledieren?” Razendsnel grijpt de olifant de leeuw met zijn slurf en slaat hem een half dozijn keer tegen een boom, waardoor de leeuw het gevoel heeft dat hij is overreden door een safari wagen.
De olifant stampt vervolgens op de leeuw tot hij op een pannenkoek lijkt en slentert dan op zijn gemakje weg. De leeuw kreunt van pijn, tilt zwakjes zijn kop op en roept de olifant na: “Als je het antwoord niet weet, hoef jij je niet zo druk te maken!”
Een non neemt een taxi naar Amsterdam. Tijdens de rit merkt ze dat de jonge chauffeur haar voortdurend in de spiegel aankijkt.. “Waarom kijkt u mij zo aan?” vraagt ze. De chauffeur aarzelt. “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet beledigen.” De non glimlacht. “Mijn zoon, op mijn leeftijd en in mijn vak heb ik alles al gehoord. Je kunt gerust eerlijk zijn.” Zegt de chauffeur: “Ik droom er al jaren van dat een non mij een keer hartstochtelijk kust.” De non denkt even na. “Dat kan geregeld worden. Maar alleen als je vrijgezel bent.” “Ja!” roept de chauffeur. “Ik ben vrijgezel!” “Prima,” zegt de non. “Sla dan straks die rustige landweg op.” Daar kust ze hem zo hartstochtelijk dat zelfs een acteur uit Goede Tijden, Slechte Tijden er stil van zou worden. Wanneer ze weer verder rijden, begint de chauffeur ineens te huilen. “Mijn kind,” zegt de non, “waarom huil je?” “Ik moet iets opbiechten,” snikt hij. “Ik heb gelogen… ik ben getrouwd.”
De non legt haar hand op zijn schouder en zegt rustig: “Ach joh, niks aan de hand. Ik heet Joep, ben man en ik ga verkleed als non naar het carnaval in Amsterdam.”
Er komt een professor bij een universiteit kijken of de studenten wel slim genoeg zijn. Hij vraagt of de slimste student even bij hem wil komen voor een paar vraagjes. Die jongen komt naar de professor toe. En de professor begint met de eerste vraag: “Hoe noemen we het ding om naar de sterren te kijken?” Waarop de student antwoordt: “Een telescoop.” “Goed,” zegt professor, “en om naar bacteriën te kijken?” “Een microscoop.” “Goed. En nu een lastige: Hoe noemen we het ding om door muren te kijken?” Waarop de student vraagt: “Kan dat dan?” “Ja,” zegt de professor. “Waarmee dan?” vraagt de student.
“Met een raam, mijn beste jongen, met een raam!”
Na werktijd drinken een timmerman, een metselaar en een elektricien een biertje in de kroeg. Ze zitten elkaar de loef af te steken wie nou eigenlijk het oudste beroep ter wereld heeft. Toen Jezus geboren werd was er al een stalletje en kribje, waar hij geboren is, die al gemaakt was door een timmerman. “Dat is zo”, zegt de Metselaar “maar de Piramides zijn al veel ouder en zijn echt gemetseld. “Hou nou op” zegt de Elektricien “want op de eerste dag zei God: Er was licht! Maar daarvoor hadden wij allang de leidingen gelegd!!”