• Opbiechten

    Een non neemt een taxi naar Amsterdam. Tijdens de rit merkt ze dat de jonge chauffeur haar voortdurend in de spiegel aankijkt.. “Waarom kijkt u mij zo aan?” vraagt ze. De chauffeur aarzelt. “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet beledigen.” De non glimlacht. “Mijn zoon, op mijn leeftijd en in mijn vak heb ik alles al gehoord. Je kunt gerust eerlijk zijn.” Zegt de chauffeur: “Ik droom er al jaren van dat een non mij een keer hartstochtelijk kust.” De non denkt even na. “Dat kan geregeld worden. Maar alleen als je vrijgezel bent.” “Ja!” roept de chauffeur. “Ik ben vrijgezel!” “Prima,” zegt de non. “Sla dan straks die rustige landweg op.” Daar kust ze hem zo hartstochtelijk dat zelfs een acteur uit Goede Tijden, Slechte Tijden er stil van zou worden. Wanneer ze weer verder rijden, begint de chauffeur ineens te huilen. “Mijn kind,” zegt de non, “waarom huil je?” “Ik moet iets opbiechten,” snikt hij. “Ik heb gelogen… ik ben getrouwd.”

    De non legt haar hand op zijn schouder en zegt rustig: “Ach joh, niks aan de hand. Ik heet Joep, ben man en ik ga verkleed als non naar het carnaval in Amsterdam.”

  • Wie is de machtigste?

    Een leeuw werd op een ochtend wakker en voelde zich erg stoer en gemeen. Hij ging naar buiten, dreef een kleine aap in het nauw en brulde: “Wie is het machtigste van alle jungledieren?” De trillende aap zegt: “Jij bent het, machtige leeuw!” Later confronteert de leeuw een buffel en brult fel: “Wie is het machtigste van alle jungledieren?” De doodsbange buffel stamelt: “O grote leeuw, jij bent het machtigste dier in de jungle!” De leeuw, die nu op dreef is, waggelt naar een olifant en brult: “Wie is het machtigste van alle jungledieren?” Razendsnel grijpt de olifant de leeuw met zijn slurf en slaat hem een ​​half dozijn keer tegen een boom, waardoor de leeuw het gevoel heeft dat hij is overreden door een safari wagen.

    De olifant stampt vervolgens op de leeuw tot hij op een pannenkoek lijkt en slentert dan op zijn gemakje weg. De leeuw kreunt van pijn, tilt zwakjes zijn kop op en roept de olifant na: “Als je het antwoord niet weet, hoef jij je niet zo druk te maken!”

  • Taxi

    Een non neemt een taxi naar Amsterdam. Tijdens de rit merkt ze dat de jonge chauffeur haar voortdurend in de spiegel aankijkt.. “Waarom kijkt u mij zo aan?” vraagt ze. De chauffeur aarzelt. “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet beledigen.” De non glimlacht. “Mijn zoon, op mijn leeftijd en in mijn vak heb ik alles al gehoord. Je kunt gerust eerlijk zijn.” Zegt de chauffeur: “Ik droom er al jaren van dat een non mij een keer hartstochtelijk kust.” De non denkt even na. “Dat kan geregeld worden. Maar alleen als je vrijgezel bent.” “Ja!” roept de chauffeur. “Ik ben vrijgezel!” “Prima,” zegt de non. “Sla dan straks die rustige landweg op.” Daar kust ze hem zo hartstochtelijk dat zelfs een acteur uit Goede Tijden, Slechte Tijden er stil van zou worden. Wanneer ze weer verder rijden, begint de chauffeur ineens te huilen. “Mijn kind,” zegt de non, “waarom huil je?” “Ik moet iets opbiechten,” snikt hij. “Ik heb gelogen… ik ben getrouwd.”

    De non legt haar hand op zijn schouder en zegt rustig: “Ach joh, niks aan de hand. Ik heet Joep, ben man en ik ga verkleed als non naar het carnaval in Amsterdam.”

  • Een beetje flauw

    Er komt een professor bij een universiteit kijken of de studenten wel slim genoeg zijn. Hij vraagt of de slimste student even bij hem wil komen voor een paar vraagjes. Die jongen komt naar de professor toe. En de professor begint met de eerste vraag: “Hoe noemen we het ding om naar de sterren te kijken?” Waarop de student antwoordt: “Een telescoop.” “Goed,” zegt professor, “en om naar bacteriën te kijken?” “Een microscoop.” “Goed. En nu een lastige: Hoe noemen we het ding om door muren te kijken?” Waarop de student vraagt: “Kan dat dan?” “Ja,” zegt de professor. “Waarmee dan?” vraagt de student.

    “Met een raam, mijn beste jongen, met een raam!”

  • Baas boven Baas

    Na werktijd drinken een timmerman, een metselaar en een elektricien een biertje in de kroeg. Ze zitten elkaar de loef af te steken wie nou eigenlijk het oudste beroep ter wereld heeft. Toen Jezus geboren werd was er al een stalletje en kribje, waar hij geboren is, die al gemaakt was door een timmerman.  “Dat is zo”, zegt de Metselaar “maar de Piramides zijn al veel ouder en zijn echt gemetseld. “Hou nou op” zegt de Elektricien “want op de eerste dag zei God: Er was licht! Maar daarvoor hadden wij allang de leidingen gelegd!!”

  • Een vraag?

    Meester zegt tegen de klas: “als iemand mij het goede antwoord op de 1e vraag geeft hoeft hij de 2e vraag niet te beantwoorden…” Jantje die achter in de klas zit gooit direct een steen door het raam en het raam is direct kapot… De meester zegt: “wie heeft dat gedaan?” Jantje zegt dan: “Ik meester!!” Meester zegt: “ga je dan nu een nieuw raam betalen?” Jantje zegt: “dat is de 2e vraag meester die hoefde ik niet te beantwoorden!!”

  • Vertrouwd

    Mijn vrouw weerhield mij ervan mijn eerste hap te nemen in het restaurant en zei dat we eerst moesten bidden. “Nee, dat is niet nodig” antwoordde ik. “Maar waarom?” vroeg ze. “We bidden thuis ook altijd eerst als ik heb gekookt.”

    “Omdat ik denk dat het hier wel goed komt, de chef weet wat hij doet.”

  • Halleluja!

    Komt een pastoor bij de dokter. “Dokter!” zegt ie. “ik heb vreselijke jeuk tussen mijn benen”. “Laat maar eens even zien dan,” zegt de dokter. Dus hup, dat gewaad van de priester gaat omhoog. “Ik zie het al,” zegt de dokter. “Schaamluis”. “Hoe kan dat nou?” zegt de kerkganger. “Ik ben Pastoor!”

    “Vooruit” zegt de dokter. “Dan zijn het lieveheersbeestjes!”

  • Naar de zon

    Grapje van de dag,

    De Belgen gaan hun eerste raket lanceren. “En,” vraagt een verslaggever, “waar gaat de reis naar toe?” “Awel,” zegt de Belg, “wij gaan naar de zon.” “Naar de zon?” vraagt de reporter, “maar daar is het toch veel te heet. Bent u niet bang dat de raket zal smelten?” “Awel,” zegt de Belg, “wij zijn niet gek, hoor. We gaan natuurlijk ‘s nachts!”

  • Hebt u ook….?

    Ik sta voor een rood licht. Naast mij staat een andere auto, waarvan de bestuurder zijn raampje opendraait. Ik denk: “Die wil me wat vragen”, dus draai ik ook het raampje open.

    Vraagt die man: “Heb jij ook een wind gelaten?”