Juf en Wasmachine
Jantje vraagt aan zijn vader: Wat is het verschil tussen een juf en een wasmachine?
Toen zijn vader aangaf da hij het niet wist zei Jantje:
Een wasmachine werkt op elektriciteit en een juf werkt op mijn zenuwen
Jantje vraagt aan zijn vader: Wat is het verschil tussen een juf en een wasmachine?
Toen zijn vader aangaf da hij het niet wist zei Jantje:
Een wasmachine werkt op elektriciteit en een juf werkt op mijn zenuwen
Een Belg gaat naar de dierenarts met zijn hond.
Dierenarts: “Maar, jou hond heeft maar 1 poot?”
Belg: “Ja, ik heb die zo gekregen.”
Dierenarts: “Maar, jou hond heeft maar 1 oog?”
Belg: “Ja, ik heb die zo gekregen.”
Dierenarts: “Maar, jou hond heeft maar 1 oor?”
Belg: “Ja, ik heb die zo gekregen.”
Dierenarts: “Sorry meneer, maar we zullen jou hond moeten afmaken.”
Belg: “tja, oké dan maar.”
Een week later:
De Belg telefoneert naar de dierenarts: “Is mijn Hond al af?!?”
DER, DIE, DAS. Jantje zit met zijn klasgenootjes in de Duitse les. De juffrouw heeft een oefening bedacht en legt deze uit: ‘Wie kan een zin bedenken waar de drie Duitse lidwoorden DER, DIE en DAS in voorkomen?’ Jantje denkt even na en steekt zijn vinger op. De juffrouw ziet dit en vraagt aan Jantje zijn zin op te zeggen. Jantje zegt: ‘Nou juf…, MEINE SCHWESTER HAT EIN KINDCHEN BEKOMMEN .’ De juf antwoordt: ‘Maar Jantje, daar zitten toch niet de drie lidwoorden in? ‘ Waarop Jantje zegt: ‘Maar ik was nog niet klaar.’
En hij gaat verder: ‘… ABER DER DIE DAS GEMACHT HAT, IST VERSCHWUNDEN.’
Een kleine jongen komt huilend thuis van school.
“Wel”, zegt zijn moeder (van nature blond),” wat scheelt er”?
“Ik heb een nul voor aardrijkskunde gekregen”, zegt hij, ”ik wist niet waar Polen ligt”.
“Verdorie”, zegt zijn moeder, “hoe kan dat nou, geef me even de kaart van Nederland.
Ze zoekt en zoekt maar vindt het niet en zegt: “Deze kaart is niet gedetailleerd genoeg, geef me maar de kaart van Twente.
Na lang zoeken zegt ze: “Dat is toch onmogelijk, ik vind het hier ook niet en toch kan het niet ver weg zijn want, onze werkster komt uit Polen en ze is altijd met de fiets”.
Elke vrijdagavond ontvangt een café-eigenaar het doofstomme vrijgezellenclubje. Als hij op vrijdagochtend ziek blijkt te zijn, belt hij zijn broer op: “Zeg Jan, ik ben ziek. Maar vanavond komt dat doofstomme vrijgezellenclubje, en dat zijn goeie vaste klanten. Dus ik kan het niet maken om het café gesloten te houden. Zou jij vanavond voor mij willen invallen?” Zijn broer vindt het niet erg om in te vallen. Hij gaat van tevoren nog even langs bij Kees om instructies te krijgen. “Het is helemaal niet moeilijk,” zegt Kees, “die jongens drinken de hele avond alleen maar bier en borrels. Als ze een vinger opsteken, dan willen ze bier, en als ze twee vingers opsteken dan willen ze een borrel. Dat is alles.” Die avond gooit Jan het café open, en daar komt de doofstomme club. Jan neemt de bestellingen op: bier, borrel, bier, bier, borrel… Alles gaat goed. Maar plotseling beginnen de doofstommen allemaal met hun hoofden te draaien en hun monden te happen. Jan weet niet goed wat hij moet doen. Hij gooit 50 frikandellen in de frituur, en serveert daarna broodjes frikandel uit. De doofstommen beginnen te eten, drinken nog wat, en even later beginnen ze weer met hun hoofden te draaien en hun monden te happen. Ten einde raad belt Jan zijn broer op: “Zeg Kees, in het begin ging het goed, maar nou beginnen ze steeds met hun hoofden te draaien en hun monden te happen. Ik snap echt niet wat ze willen.” “O sorry,” zegt Kees, “dat ben ik vergeten te zeggen: dan zitten ze het clublied te zingen.”
Petrus was ongerust. Er kwamen hoe langer hoe minder mensen naar de hemel.
Hij had bijna niets meer te doen…
Dus riep hij één van de engelen bij zich en zond hem naar de aarde.
‘Ga eens kijken,’ zei hij, ‘wat daar allemaal gebeurt en waarom wij zo weinig volk binnen krijgen.’ De engel ging naar de aarde en bleef daar een lang week-end alvorens terug te keren en verslag uit te brengen bij Petrus ..
‘Kijk,’ zei hij, ‘het is geen wonder.
De mensen zijn slecht, allemaal valsaards, moordenaars en echtbrekers, dieven en egoïsten en ze sexen er maar op los. De goede mensen zijn op de vingers van één hand te tellen.’
Petrus was onthutst.
Hij dacht daar lang over na, maar omdat hij niet wilde afgaan op één opinie, besloot hij nog een andere engel te zenden met dezelfde opdracht.
Toen die na een week terugkwam zei deze tegen Petrus : ‘Het is waar. De mensen zijn zeer slecht. Allemaal valsaards, leugenaars en dieven, ruziemakers en bedriegers, en ‘t is sex al wat de klok slaat. De goede mensen zijn op de vingers van een hand te tellen.’
Petrus voelde zich machteloos.
Na veel nadenken besloot hij een e-mail te sturen ENKEL naar de nog overblijvende goede mensen, om hen moed in te spreken en hen te feliciteren met hun goede levenswandel.
Weet jij wat er in die e-mail stond ?
Nee?
Ook geen gekregen zeker ? ? ? ! ! !