Dierenliefde


De passagiers van een vliegtuig zitten allemaal op hun plaats en wachten op de piloten om te vertrekken. Twee mannen komen uit de personeelscabine achterin en stappen traag naar de cockpit. Ze dragen een pilotenuniform en een donkere bril. De ene heeft een hond aan een leiband en de andere tikt met een witte stok voor zich uit op de vloer. Ze bereiken de cockpit zonder problemen en sluiten de deur achter zich. Verschillende passagiers lachen wat zenuwachtig naar elkaar, fronsen hun wenkbrauwen of doen alsof ze het een leuke grap vinden. Enkele seconden laten starten de motoren en begint het vliegtuig over de startbaan te rijden. Het toestel gaat steeds sneller en sneller maar het stijgt niet op. Door de venstertjes zien de passagiers dat het vliegtuig recht op een uitgestrekt meer afstevent aan het einde van de startbaan. Het vliegtuig raast nu op zeer hoge snelheid vooruit en verschillende passagiers beginnen te beseffen dat ze nooit zullen opstijgen en dus in het meer terecht zullen komen. Er wordt uit vele kelen luid gegild en net op dat moment trekt het vliegtuig keurig op en komt het zonder problemen van de grond. De passagiers komen stilaan tot bedaren en praten nog wat na over die angstaanjagende “grap”. Enkele minuten later is het incident vergeten. In de cockpit betast de piloot het dashboard, vindt de automatische piloot en zet hem in werking. “Weet je wat me soms bang maakt?”, vraagt hij. “Nee”, zegt de co-piloot. “Een dezer dagen beginnen ze te laat te gillen en dan gaan we er allemaal aan!!”
Vijf Nederlanders in een Audi Quattro arriveren bij een Belgische grenspost.
Daar worden ze gestopt door beambte Sjefke die zegt:
‘Het is ille…gaal om vijf mensen in een Audi Quattro te vervoeren; Quattro betekent vier.’
‘Quattro is alleen de naam van de auto,’ antwoordt de bestuurder.
‘Je kunt er best vijf mensen in vervoeren. Wil je de papieren zien!!!!’
‘Dat zal weinig verschil uitmaken,’ antwoordt Sjefke.
‘U hebt vijf mensen in uw Quattro en U breekt daarmee de wet.’
De Nederlander wordt ongeduldig en zegt: ‘Zou je je baas kunnen roepen? Ik zou graag met iemand willen spreken die verstand van zaken heeft.’
‘Sorry,’ antwoordt Sjefke, ‘Agent Versmulders heeft het nu te druk met twee Italianen in een Fiat Uno.’
Een Belg zegt tegen zijn Hollandse vriend: “Ik ken een trucje om gratis te gaan eten.” “Fantastisch zeg”, zegt de Hollander, “hoe doe je dat?” “Ik ga naar een restaurant, zet mij neer en ik bestel een voorgerecht, een hoofdschotel en een dessertje, dan neem ik mijn tijd met een koffie en een cognac. Vervolgens wacht ik tot sluitingstijd. Als bijna alle stoelen op de tafels staan komt natuurlijk de ober vragen of ik wil afrekenen. Dan zeg ik hem: ‘Maar ik heb al afgerekend bij uw collega die reeds vertrokken is.’ En klaar is Kees.” “Geweldig, gaan we dat dan morgen eens uitproberen?” zegt de Hollandse vriend. Zoals afgesproken gaan ze de andere dag naar het restaurant en alles verloopt zoals verwacht. Tegen het sluitingsuur komt de ober en vraagt of ze willen afrekenen. De Belg antwoordt: “Excuseer, maar wij hebben al betaald aan uw collega die reeds vertrokken is.” Waar de Hollander aan toevoegt: “En we wachten nog altijd op ons wisselgeld!”
Op school vraagt de juf aan Jantje : Wat is de verleden tijd van deze zin “Ik eet een kommetje komkommersla.”? Waarop Jantje antwoord : “Dat is gemakkelijk Ik at een kwammetje kwamkwammersloeg!!