Slakken

Een man des huizes had net een maaltje slakken op en zeurde: “Ik lust er nog wel een paar vrouw, want zoals jij ze maakt, maakt niemand ze.” “Nou jong, dan zal jij ze zelf moeten gaan halen.” “Geen punt!” Nadat hem de weg was uitgelegd, waar hij ze moest gaan halen, ging hij fluitend de deur uit. Daar aangekomen: “Ik had graag nog wat slakken.” “Ja”, zei die slakkenboer, “ik heb er zoveel verkocht dat ik geen verpakkingen meer heb.” “Dat geeft niet”, zegt de man, terwijl hij zijn trui openhield. En zo ging ook naar huis. Maar onderweg kwam hij enkele vrienden tegen die vroegen om met z’n allen wat te gaan drinken. “Néé jongens!” Na wat zeuren … nou goed ééntje dan. Het werden er enkele meer en de tijd vloog om. “Jongens ik moet naar huis,” zei hij met een dikke tong. Zo schommelde hij even later naar huis. Thuis aangekomen kreeg hij de huissleutel niet meteen in het sleutelgat. Terwijl hij gebukt stond te richten, vielen de nog levende slakken vanuit zijn trui op de grond. Net toen hij de slakken weer terug wilde doen in zijn trui, vloog plots de deur open en daar stond zijn woedende vrouw. Eer dat zij de kans kreeg om hem de les te lezen, zei hij al lallend: “…allee jongens, nóg tien centimeter …. dan zijn we thuis!”

Similar Posts

  • Moos

    Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
    Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
    Dat had hij beter niet kunnen doen.
    Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
    “Het Rode Kruis,” roept men van boven.
    Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

  • Automonteur

    Een automonteur komt van de dokter vandaan en denkt:
    “Dat kan ik ook.”
    De monteur begint zijn eigen dokterspraktijk. Hij maakt reclame met: “Als ik je probleem kan oplossen kost het je 500 euro. Als ik geen oplossing voor je heb krijg je van mij 1000 euro.”
    Een advocaat ziet de advertentie en denkt dat hij daar gemakkelijk geld mee kan verdienen. Hij gaat naar de praktijk toe van de monteur.
    “Ik ben mijn smaak kwijt”, zegt de advocaat.
    “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.”
    Hij loopt naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een potje waar benzine in zit. Hij giet het goedje in de mond van de advocaat. Terwijl hij het uitspuugt zegt de advocaat:
    “Gadver, dat is benzine. Wat doe je?!”
    “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw smaak terug. Dat is dan 500 euro.”
    De advocaat betaald en loopt boos weg.
    De volgende dag, nog steeds verontwaardigd over zijn vorige bezoek bedenkt de advocaat een nieuw probleem en gaat opnieuw naar de dokterspraktijk van de monteur. De advocaat zegt:
    “Ik denk dat ik mijn geheugen kwijt ben. Ik kan me niets meer herinneren.”
    “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.”
    Hij loopt weer naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een drankje.
    “Nee, niet die, dat is benzine!” zeg de advocaat.
    “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw geheugen terug. Dat is dan 500 euro.”
    De advocaat betaald en loopt nog bozer weg.
    De derde dag gaat de advocaat een laatste poging doen om die 1000 euro te verdienen. Hij bedenkt een weer een probleem en gaat naar de praktijk toe.
    “Dokter”, zeg de advocaat, “ik kan bijna niets meer zien. Mijn zich gaat enorm achteruit.”
    De monteur denkt eens goed na en na een tijdje zegt hij:
    “Nee sorry, daar heb ik geen oplossing voor.”
    De monteur reikt naar zijn portemonnee. Hij overhandigt het geld en zegt:
    “Hier heeft u uw 1000 euro.”
    Terwijl hij in werkelijkheid een briefje van 200 euro overhandigd.
    “Heee!” zegt de advocaat, “dit is maar 200 euro.”
    De monteur zegt:
    “U heeft uw zicht terug, wat geweldig. Dat wordt dan 500 euro.”

  • Vooruitzicht

    Een heer vergezeld van een bloedmooie vrouw stapt in Brussel Nieuwstraat een juwelierszaak in. Ze kiezen een juweel van 50.000€ Op het moment dat er moet betaald worden haalt de man zijn chequeboekje  te voorschijn en begint te schrijven. De verkoper trekt een beetje een vervelend gezicht omdat hij de man nog nooit voorheen heeft gezien en er niet gerust in is of de cheque wel gedekt zal zijn.

    De man merkt dit gelaatstrekje bij de verkoper en zegt:

    “Je bent er precies niet echt gerust in of er wel voldoende geld op mijn rekening staat”.

    De verkoper: “Wel, euh”.

    De man: ” Kijk, geen probleem, we spreken het volgende af. Omdat het nu zaterdagnamiddag is en mijn bank gesloten is, laat ik de cheque en het juweel hier tot maandag. Pas nadat je het geld geïnd hebt bij de bank laat je het juweel bezorgen bij deze lieve dame. Akkoord”?

    De verkoper, zelfverzekerd, geeft zonder twijfel zijn goedkeuring aan deze oplossing en de man vertrekt met zijn beeldmooie vrouw. De maandagochtend gaat de verkoper naar de bank. En wat raadt U? Jawel, de cheque blijkt ongedekt te zijn.

    De bankrekening van de man beschikt niet over voldoende provisie. De verkoper belt de man op en legt beleefd uit wat er bij de bank gebeurd is, waarop de man antwoordt:

    “Ja maar dat is niet erg. Het juweel is nog altijd in uw bezit, dus het heeft U niets gekost. En ondertussen heb ik een heerlijk weekend gehad! Bedankt voor uw medewerking en tot nog eens”

  • Paalschildpadden

    Boer Charel komt op consultatie bij de dokter. Hij heeft tijdens het werk een flinke snee opgelopen in zijn hand, die gehecht moet worden. De dokter ontsmet de wonde, begint de wonde te hechten, en besluit tijdens de klus een praatje te maken met de boer. Al vlug komt het onderwerp politici ter sprake. Wat vindt Charel, met al zijn boerenverstand, nu feitelijk van onze ministers? ‘Volgens mij zijn het allemaal paalschildpadden’ zegt onze landbouwer. De dokter fronst de wenkbrauwen en vraagt. ‘Paalschildpadden, hoe kom je daarbij?’ ‘Wel, verklaart boer Charel, als je langs een weiland rijdt en je ziet een schildpad balanceren bovenop een paaltje van een omheining, dan is dat een paalschildpad.’ Charel bemerkt de uitdrukking van onbegrip in de ogen van de dokter, en geeft een woordje uitleg. ‘Je ziet die schildpad boven op die paal en je weet dat hij daar niet uit zichzelf is gekomen. Hij hoort er niet thuis en hij heeft geen idee wat hij daar moet doen. Hij zit duidelijk op een hogere positie dan hij aan kan en je vraagt je oprecht af welke idioot hem daar heeft neergezet.’

    De dokter knikt bedachtzaam en denkt: dit moet de beste beschrijving van een politicus zijn die ik ooit heb gehoord!!

  • Weddenschap

    Er lopen 2 blondjes samen over een brug.
    Ze blijven halverwege staan om even te kijken.
    Het ene blondje zegt: ‘Wat is de Maas toch mooi he?”
    Waarop de andere zegt: “Mens, dit is de Maas niet maar de Rijn!”
    Er ontstaat een hele felle discussie over welke rivier het zal zijn. De meiden komen er maar niet uit en de ene zegt: “Weet je wat, ik duik nu naar beneden en haal een maassteen naar boven, dan kan je zien dat het de Maas is!” Dus zo gezegd zo gedaan, de ene springt naar beneden en de ander blijft wachten..
    Na 2 uur komt het ene blondje kreunend en kermend, met alle botten gebroken, naar boven gekropen.
    Vraagt de andere: “En en en, was het de rijn of de maas?”
    Zegt het ene blondje:”Geen van tweeën, het is de A4!!”

  • Naar de zon

    Grapje van de dag,

    De Belgen gaan hun eerste raket lanceren. “En,” vraagt een verslaggever, “waar gaat de reis naar toe?” “Awel,” zegt de Belg, “wij gaan naar de zon.” “Naar de zon?” vraagt de reporter, “maar daar is het toch veel te heet. Bent u niet bang dat de raket zal smelten?” “Awel,” zegt de Belg, “wij zijn niet gek, hoor. We gaan natuurlijk ‘s nachts!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *