Slakken

Een man des huizes had net een maaltje slakken op en zeurde: “Ik lust er nog wel een paar vrouw, want zoals jij ze maakt, maakt niemand ze.” “Nou jong, dan zal jij ze zelf moeten gaan halen.” “Geen punt!” Nadat hem de weg was uitgelegd, waar hij ze moest gaan halen, ging hij fluitend de deur uit. Daar aangekomen: “Ik had graag nog wat slakken.” “Ja”, zei die slakkenboer, “ik heb er zoveel verkocht dat ik geen verpakkingen meer heb.” “Dat geeft niet”, zegt de man, terwijl hij zijn trui openhield. En zo ging ook naar huis. Maar onderweg kwam hij enkele vrienden tegen die vroegen om met z’n allen wat te gaan drinken. “Néé jongens!” Na wat zeuren … nou goed ééntje dan. Het werden er enkele meer en de tijd vloog om. “Jongens ik moet naar huis,” zei hij met een dikke tong. Zo schommelde hij even later naar huis. Thuis aangekomen kreeg hij de huissleutel niet meteen in het sleutelgat. Terwijl hij gebukt stond te richten, vielen de nog levende slakken vanuit zijn trui op de grond. Net toen hij de slakken weer terug wilde doen in zijn trui, vloog plots de deur open en daar stond zijn woedende vrouw. Eer dat zij de kans kreeg om hem de les te lezen, zei hij al lallend: “…allee jongens, nóg tien centimeter …. dan zijn we thuis!”

Similar Posts

  • Kerstmis

    Twee dagen voor kerst belt een vader zijn Nederlandse dochter in Australië op. Hij zegt: “Ik zal maar gelijk met het slechte nieuws beginnen. Je moeder en ik hebben besloten om op eerste Kerstdag te gaan scheiden. Na 40 jaar huwelijk vinden we het mooi genoeg geweest en we hebben ervoor gekozen om nu voor ons zelf te kiezen.”
    De dochter enigszins, van haar a propos is even stil en reageert vervolgens: “Wat? Zomaar op eens? Dat kan niet! Ik kom naar jullie toe om er over te praten en jullie zullen zien dat er een oplossing is. Scheiden gaat niet gebeuren. Ik weet zeker dat mijn broer in Canada er net zo over denkt.”
    “Heb je hem al ingelicht hierover?” vraagt ze aan haar vader.
    De vader antwoord: “Nee, ik heb jou eerst gebeld. In Canada is het nu nacht, hij ligt vast te slapen.”
    De dochter: “Ik zal hem wel bellen zodra hij wakker is, we stappen allebei op het eerstvolgende vliegtuig en we praten dit stomme besluit van jullie nog eens goed door.”
    De vader stemt toe en hangt de telefoon op.
    Vervolgens zegt hij tegen zijn vrouw: “Het is gelukt! De kinderen komen hiernaartoe met Kerst en ze betalen hun tickets zelf!”

  • Opdracht

    De onderwijzer gaf als onderwerp voor een opstel: “Als ik algemeen directeur van een groot bedrijf was …….”. Alle kinderen bogen zich over hun schrift en begonnen te schrijven, allemaal op één na. “Pieter, wanneer begin jij?” vroeg de onderwijzer.

    “Mijn secretaresse is er nog niet”, antwoordde Pieter.

  • Brandweer

    Een brandweerman staat buiten bij de brandweerkazerne te sleutelen aan de motor van een pomp. Opeens hoort hij achter zich een lief stemmetje dat zegt:
    “Dag meneer de brandweer.”
    Hij draait zich om en ziet een klein meisje van een jaar of zes, dat in een bolderwagen zit. De bolderwagen is omgebouwd tot een brandweerwagen, compleet met ladder en brandslangen. De wagen wordt getrokken door een hond en een kat. Complimentjes makend over wat hij ziet loopt hij rondom de bolderbrandweerwagen. De hond is met een riem aan zijn halsband voor de kar gespannen. De kat, het blijkt een kater, zit vast aan de kar via een touwtje om zijn testikels. Een beetje verbaasd zegt de brandweerman tegen het lieve wicht:
    “Ik wil me er niet mee bemoeien, maar volgens mij trekt die kater de kar beter als je hem ook aan een halsband vastmaakt.”
    “Dat weet ik”, zegt het meisje, “maar dan heb ik geen sirene!”

  • Straf

    De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
    Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
    ‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
    ‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
    ‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
    ‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
    ‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
    ‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
    ‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
    Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
    ‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
    ‘Swen Snippers, meneer.’

  • Hebt u ook….?

    Ik sta voor een rood licht. Naast mij staat een andere auto, waarvan de bestuurder zijn raampje opendraait. Ik denk: “Die wil me wat vragen”, dus draai ik ook het raampje open.

    Vraagt die man: “Heb jij ook een wind gelaten?”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *