Indruk maken bij de dames
Komt een man bij de fitness. Deze vraagt aan de instructeur met welk apparaat hij de meeste indruk kan maken bij de dames. De instructeur zegt als je naar buiten gaat dan vindt je om de hoek een pinautomaat.
Komt een man bij de fitness. Deze vraagt aan de instructeur met welk apparaat hij de meeste indruk kan maken bij de dames. De instructeur zegt als je naar buiten gaat dan vindt je om de hoek een pinautomaat.
Een muntstukje van 20 cent sterft en gaat naar de hemel. Daar aangekomen verbaast ze zich over de feestelijke ontvangst die haar te beurt valt. Alle engelen en Sint-Pieter begroeten haar met een hartelijke handdruk en drie dikke kussen en ze krijgt de beste plaats op de mooiste VIP-wolk. Ze krijgt daarbovenop ook nog eens twee persoonlijke butlers die haar bedienen als een koningin, en haar op haar wenken bedienen. Weinig later sterft een biljet van 500 euro en komt ook aan in de hemel. Maar het onthaal is duidelijk veel minder warm. Een van de engelen kijkt even op van zijn schrijfwerk en wijst dan het biljet van 500 koeltjes een plaats op een klein oncomfortabel grijs wolkje. Iedereen laat hem links liggen en niemand spreekt tegen hem. En dat terwijl iedereen zich de benen van onder het lijf loopt voor het muntje van 20 cent. Na een tijdje stelt het 500 euro-biljet toch de vraag aan Sint-Pieter: “Sint-Pieter, hoe komt het dat het stuk van 20 cent een vorstelijke behandeling krijgt en ik, het biljet van 500 euro, zo stiefmoederlijk behandeld word?” Sint-Pieter antwoordt droogjes :”Tja… we hebben U ook niet vaak gezien tijdens de mis.”
Als Jantje met zijn moeder over straat loopt is hij de hele tijd aan het fluiten. Als zijn moeder vraagt waarom hij dat doet, antwoordt hij: ‘Dat is om de leeuwen uit de buurt te houden.’ ‘Maar er zijn hier toch geen leeuwen?’ vraagt zijn moeder verbaasd.
‘Zie je dat het helpt’, zegt Jantje.
De passagier zit al een tijdje achterin de taxi wil de chauffeur wat vragen, dus tikt hij de man even op z’n schouder om zijn aandacht te trekken. De taxichauffeur geeft een geweldige schreeuw en verliest de macht over het stuur. Het voertuig mist op een haartje na de tram, ramt bijna de voorpui van een monumentaal bordeel, alvorens op het trottoir tussen tientallen driftig fotograferende Japanners tot stilstand te komen. Het is even stil in de taxi. Dan zegt de chauffeur: “Meneer, wilt u dat nóóit meer doen. Ik ben me dood geschrokken.” De passagier zegt dat hij niet had geweten dat de chauffeur zo zou schrikken van een klein tikje op z’n schouder. Waarop de bestuurder zegt: “Het is uw schuld niet hoor. Maar vandaag is mijn eerste dag als taxichauffeur. Hiervoor heb ik 25 jaar lijkwagens gereden.”
Een rijke industrieel spreekt op een receptie een bevriend minister aan: “Beste vriend, ik moet je eens wat vragen!”
“Vraag maar!”, antwoordt de minister
“Mijn jongste zoon, wordt 27 dit jaar. Hij verslijt nog steeds zijn broek niet door te werken. Hij doet niet anders dan hele dagen doorbrengen in het café, bij vrienden, drinken en grappen uithalen. Hij doet verder niks! Hij is nog te lui om werk te zoeken! Heb jij geen baantje voor hem?”
Waarop de minister zegt: “Geen probleem, ik benoem hem tot mijn adjunct met een salaris van 10.100 euro per maand!”
Industrieel: “Nee, da’s een veel te hoog loon! Hij moet er toch wat meer inspanning voor doen!”
Minister: “Oh, dan maak ik hem cabinet-chef, 6.000 euro per maand!”
Industrieel: “maar nee, da’s nog altijd veel teveel. hij moet de waarde van het geld leren kennen!”
Minister: dan maak ik hem diensthoofd op één of ander ministerie voor 4500 euro per maand!”
Industrieel: “Maar nee, ik wil dat mijn zoon onderaan de ladder begint, hard moet werken en begint aan maximum 1200 euro per maand!”
Minister: “spijtig, dan kan ik niks voor U doen!”
Industrieel: “Hoe? En waarom niet?
Minister: “voor zulke plaatsen moet je eerst een examen halen!”
Vanmorgen zat ik op de bank in het park naast een arme zwerver: “Vorige week had ik alles nog”, zei hij, “een kok maakte mijn eten klaar, mijn kamer werd schoongemaakt, mijn kleren werden gewassen en ik had een dak boven mijn hoofd. Ik had toegang tot het internet, beschikte over een fitnessruimte en kon af en toe wel eens een stapje in de wereld zetten. Als ik eens een dagje lekker wou niksen, dan deed ik dat gewoon”. “Maar wat is er dan wel gebeurd”? vroeg ik. Drugs? Vrouwen? Gokschulden?
“Neen, antwoordde hij, ik werd ontslagen uit de gevangenis”.