Niet vaak gezien

Een muntstukje van 20 cent sterft en gaat naar de hemel. Daar aangekomen verbaast ze zich over de feestelijke ontvangst die haar te beurt valt. Alle engelen en Sint-Pieter begroeten haar met een hartelijke handdruk en drie dikke kussen en ze krijgt de beste plaats op de mooiste VIP-wolk. Ze krijgt daarbovenop ook nog eens twee persoonlijke butlers die haar bedienen als een koningin, en haar op haar wenken bedienen. Weinig later sterft een biljet van 500 euro en komt ook aan in de hemel. Maar het onthaal is duidelijk veel minder warm. Een van de engelen kijkt even op van zijn schrijfwerk en wijst dan het biljet van 500 koeltjes een plaats op een klein oncomfortabel grijs wolkje. Iedereen laat hem links liggen en niemand spreekt tegen hem. En dat terwijl iedereen zich de benen van onder het lijf loopt voor het muntje van 20 cent. Na een tijdje stelt het 500 euro-biljet toch de vraag aan Sint-Pieter: “Sint-Pieter, hoe komt het dat het stuk van 20 cent een vorstelijke behandeling krijgt en ik, het biljet van 500 euro, zo stiefmoederlijk behandeld word?” Sint-Pieter antwoordt droogjes :”Tja… we hebben U ook niet vaak gezien tijdens de mis.”

Similar Posts

  • Auto rijden in de hemel

    Een man is dood gegaan en gaat naar de hemel. Bij de hemel gekomen gaat hij naar een garage. Hij koopt een hele mooie sportwagen van een bekend Duits merk. De verkoper zegt tegen hem dat de zelfde snelheden gelden als op aarde. Hij rijdt lekker door de hemel en op eens wordt hij ingehaald door een auto die wel 300 kilometer per uur gaat. Hij gaat naar de Petrus en zegt dat er een te hard gereden heeft. Petrus vraagt naar het kenteken. Robert zegt: JEZUS. Waarop Petrus antwoord: Laat maar zitten, is het zoontje van de baas!

  • Oudste Beroep

    Een timmerman, metselaar en een elektricien zitten tegen elkaar op te snijden over wie het oudste beroep heeft. De timmerman: “Weet je nog: Jezus. Die lag in een stalletje, en dat stalletje is gebouwd door, jawel, een timmerman.” Zegt de metselaar: “Nou en, de piramiden stonden er toen al eeuwen en die zijn toch gemetseld.” Zegt die elektricien: “Jullie moeten niet zo ruziën want wij hebben toch het oudste beroep.” “Op de eerste dag zei god: ‘er was licht!’ en toen hadden wij de leidingen al liggen.”

  • Professor en een student

    Een professor neemt het middagmaal in de kantine van de universiteit. Een student zet zich tegenover hem aan dezelfde tafel. De professor ergert zich hieraan en zegt: Een varken en een vogel lunchen niet samen.
    Zegt de student: Oke, ik vlieg wel naar een andere tafel. De professor is razend om dit antwoord en besluit om de student bij zijn volgend examen extra te controleren.
    Op het volgende examen kan de student echter perfect op alle vragen antwoorden en de professor besluit, door ervaring gelouterd, om een meerkeuze vraag te stellen. Hij vraagt: Op straat tref je twee zakken aan, in de ene zit een stapel bankbiljetten en in de andere zit verstand, welke kies je?
    De zak met het geld, zegt de student.
    Waarop de professor zegt: In uw plaats zou ik die met verstand genomen hebben.Waarop de student zegt:
    De mensen nemen meestal datgene dat ze niet hebben.

  • Jantje

    de juf staat voor de klas en vraagt aan de kinderen:
    ‘wie van jullie gaat naar de hemel?’
    iedereen steekt zijn vinger op behalve jantje.
    ‘waarom jij niet?’ vraagt de juf aan jantje.
    ‘nou, ik had beloofd dat ik na school direct naar huis zou gaan’

  • Slimme Piet

    Pietje zit al weken verveeld voor zich uit te staren in de klas. 
    De juf krijgt het op haar zenuwen en vraagt: 
    ‘Pietje, wat is jouw probleem ?’ 
    Pietje antwoordt: ‘Ik ben veel te slim voor de 1e klas. 
    Mijn zusje zit in de derde klas maar ik weet veel meer dan zij en dus moet ik óók eigenlijk naar de 3e klas’. 
    De juffrouw vindt dat een moeilijke kwestie en spreekt erover met de  directeur. 
    Terwijl Pietje buiten het kantoor van de directeur moet  wachten legt de juffrouw het probleem aan hem uit. 
    ‘Laat hem binnenkomen, dan zal ik hem even persoonlijk testen’ zegt de directeur ..
    ‘Als hij ook maar èèn vraag niet kan beantwoorden dan blijft hij gewoon in de 1e klas’. 

    De juffrouw gaat hiermee akkoord en 
    Pietje mag binnenkomen. 
    De directeur: ‘Hoeveel is 3 x 3’? 
    Pietje: ‘9’ 
    Directeur: ‘Hoeveel is 6 x 6 ?’ 
    Pietje; ’36’ 
    En zo beantwoordt Pietje alle vragen die eigenlijk een derdeklasser pas behoort te weten. De directeur kijkt de juffrouw aan en zegt 
    ‘Ik denk dat Pietje best wel naar de 3 klas kan gaan’ 

    Maar de juffrouw twijfelt nog steeds en vraagt of ze óók nog een paar vragen mag stellen. De directeur gaat hiermee akkoord en de juffrouw stelt haar eerste vraag; 
    ‘Waarvan heeft een koe er vier, terwijl ik er maar twee heb?’ 
    Pietje: ‘benen’ 
    De Juffrouw; ‘Wat heb jij in je broek en ik niet?’ 
    Pietje: ‘Zakken’ 
    De Juffrouw: ‘Wat begint met een K en eindigt met een T, is behaard, ovaal en smakelijk?’ 
    Pietje: ‘een kokosnoot’ 
    Intussen zakte de mond van de directeur ver open van verbazing. 

    De juffrouw vervolgde met: ‘wat gaat er hard en stijf naar binnen en komt er zacht en slap uit?’ 
    Pietje: ‘kauwgum’ 
    De Juffrouw: ‘Wat doet een man rechtopstaand, een vrouw zittend en een hond op drie poten?’ 
    Pietje; ‘Een hand geven’ 
    De Juffrouw: ‘noem een Engels woord dat begint met een F en eindigt met een K’ 
    Pietje; ‘Firetruck’ 

    De directeur zucht heel diep en zegt: 

    ‘Laat hem maar naar de vijfde klas gaan, want die laatste zes vragen had ik al allemaal fout’. 

  • Controle van een Priester

    Een oudere priester heeft een jongere collega op bezoek. Tijdens het avondeten bemerkt de jonge priester het bevallige figuur van de huishoudster. Hij weet niet wat hij zich bij de relatie van de oudere priester met diens huishoudster moet voorstellen. De oude priester bemerkt de blik in de ogen van de jonge priester en verzekert hem dat er niets gaande is tussen hem en zijn huishoudster.

    Een week later merkt de huishoudster op dat er al een week een sauslepel ontbreekt. De oudere priester schrijft hierop een brief naar zijn jonge collega: “Ik zeg niet dat je de sauslepel hebt meegenomen, maar ik zeg ook niet dat je hem niet hebt meegenomen; een feit is wel dat hij nu al een week ontbreekt.”

    Enkele dagen later ontvangt de oudere priester een antwoord: “Ik zeg niet dat je met je huishoudster slaapt en ik zeg ook niet dat je niet met haar slaapt, maar feit is wel dat als je in je eigen bed sliep, je hem nu al wel gevonden zou hebben.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *