Dinkelländer Muzikanten

Deze week aandacht voor “Die Dinkelländer Muzikanten” uit Denekamp. De grootste muzikaal leider was ongetwijfeld Theo Roelofs. De “Dinkelländer Muzikanten” brachten met de verschillende onderdelen van de groep, zoals “Die Wendelsteiner”; “Das Dinkeltrio”; “De Dinkelländer showband” en natuurlijk “Die Holzackerbub’n”, een zeer compleet en avondvullend programma. De Band is gestart in 1976 en is ca 30 jaar later gestopt. Deze foto in informatie is ons beschikbaar gesteld door Marinus Tijink uit Denekamp. Marinus was vanaf het begin bij de “Die Dinkelländer Muzikanten” betrokken als manusje van alles. Alhoewel Marinus zelf geen instrument bespeelde was hij altijd bezig om de geluids-  en andere rand-apparatuur te verzorgen. De muziek die hierbij gedraaid wordt is natuurlijk ook van “Die Dinkelländer Muzikanten” zelf. De zang wordt verzorgd door Jos Evers en Josien Veldberg. Jos is nu Kapelmeister bij de Reggestad Muzikanten en Josien vormt een duo met Herrman Lippinkhof. 

Similar Posts

  • John Spencer

    Zanger/gitarist Henk van Broekhoven formeert in 1958 zijn eerste groep The Dynamic Rockers. Dit Tilburgse kwartet speelt voornamelijk bekende hits van andere artiesten na. De groep brengt begin jaren zestig vier singles uit op het Belgische Helia-label en treedt op in het populaire televisieprogramma Tienerklanken. In 1968 houdt de band het voor gezien. In 1971 wordt Van Broekhoven aangenomen als diskjockey in de Tilburgse Combi Bar. Naast zijn werk als deejay is Van Broekhoven in 1974 ook als vertegenwoordiger in dienst bij de Belgische platenfirma Monopole Records. Voor de grap brengt hij een eigen single uit met de titel Jealous Fool. In 1973 neemt hij onder het pseudoniem Rockin’ Ronny het singletje We Like Rock And Roll op. Kort daarna verandert Van Broekhoven zijn naam in John Spencer, direct ontleend aan het telefoonboek van Memphis. Jealous Fool wordt een bescheiden hitje in België, evenals de opvolger Corina, Corina. De langspeelplaat John Spencer Sings American Hits bevat voor de helft eigen nummers. In 1975 schrijft hij samen met stadsgenoot Henny Vrienten het liedje Call It Love, dat in België de top tien haalt en ook uitkomt in Nederland, Scandinavië, Duitsland, Zwitserland, Hongarije en Italië. Spencer krijgt daarna een contract aangeboden bij de grote platenmaatschappij Phonogram. Na een conflict bij Phonogram vertrekt Spencer in 1980 naar platenlabel Telstar. Hier neemt hij de plaat Songs For A Rainy Day op. Deze flopt, maar Spencer geeft het niet op. Met gespaard geld en zijn opgebouwde knowhow gaat hij zich toeleggen op productie- en componeerwerk. Voor de Nederlandse zanger Nick MacKenzie schrijft en produceert hij het nummer Hello, good morning en de gelijknamige elpee. Het jaar 1983 wordt Spencers doorbraak. Hij heeft drie hits met uit het Engels vertaalde liedjes: Een steelgitaar en een glaasje wijn (Paul Anka), Johnny vergeet me niet (John Leyton) en Lana (Roy Orbison). Het laatstgenoemde wordt zijn grootste hit. In de jaren die volgen staat hij regelmatig in de Nederlandse hitlijsten. Begin jaren negentig beginnen de hitsuccessen langzaam af te nemen. Spencer stopt met zingen en optreden en legt zich volledig toe op het produceren en componeren. Na een afwezigheid van een aantal jaren maakt Spencer in 1997 zijn comeback met de single Buono Sera. De plaat wordt geen hit. Er verschijnt ook een verzamelalbum met zijn grootste successen.

    Sinds enige jaren treedt Van Broekhoven nog af en toe op als John Spencer en is hij steeds actief als songschrijver, onder meer voor het Holland Duo, zanger Theo van Cleeff uit Nijmegen en zanger Bouke (Scholten) uit Emmen. Van Broekhoven woont in het Belgische grensplaatsje Poppel. Hij is een muziekkenner en een fervent platenverzamelaar.

  • Arne Jansen

    Arne Jansen werd geboren als Aloys Wieger Jansen als de op een na jongste in een gezin met tien kinderen. Als negenjarige jongen mocht hij aan de hand van muziekuitgever Jaap de kruyff enkele Duitstalige singles opnemen. Jansen trad op als Aloys Jansen en later Aloys Johnson. Op aandringen van zijn moeder leerde hij het vak van kapper, maar hij bleef tegelijkertijd bezig met een carrière in de muziek, waarin hij zich vooral op Duitsland richtte. In het begin van de jaren ging hij optreden met zijn begeleidingsband ‘Les Cigales’. Dit leidde in 1972 meteen tot de grootste hit uit zijn loopbaan: MEISJES MET RODE HAREN stond 17 weken in de Nederlands Top 40 en 12 weken in de Daverende dertig. Het reikte tot respectievelijk de derde en de vierde plaats. Het liedje was tevens te horen in de film Turks Fruit. In de Top 2000 nam het liedje zijn hoogste positie in tijdens de 2000-editie: 1038.                                                                                                     Dit eerste succes wist Jansen nooit meer te evenaren. Wel had hij gedurende de jaren zeventig en ’80 een handjevol kleinere hits, waaronder  Zeven brieven. Het laatste hitje van Jansen dateert uit 1992, toen Zeg eens meisje tot de 34e plek kwam. Naast zijn muzikale activiteiten trainde Jansen politiehonden, en had hij een stoeterij waar hij minipaarden fokte.                                                                         Op 10 december 2007 overleed Jansen op 56-jarige leeftijd. Volgens zijn manager Menno Muis pleegde hij zelfmoord op zijn boerderij in Silvolde. Jansen zou overspannen en neerslachtig zijn geweest, onder meer door de recente dood van een broer en een zus. Vier dagen voor zijn overlijden was Jansen nog te zien in een televisieprogramma op RTV Oost waarin hij werd geïnterviewd.                                    Op 17 december 2007 maakte platenmaatschappij Telstar bekend dat het vorig jaar geschreven nummer “Schaam je voor je tranen niet” van Jansen uit te zullen brengen op single. Dat nummer werd zaterdag 15 december tijdens de begrafenis gedraaid. Jansen heeft het destijds geschreven voor zijn overleden broer.

    Bovenstaande tekst is overgenomen uit Wikipedia.

    Arne Janssen 1a

     

  • Roy Orbison

    Roy Kelton Orbison (Vernon, Texas, 23 april 1936 – Nashville, Tennessee, 6 december 1988) was een Amerikaanse country- en rockzanger. Hij staat sinds 1987 in de Rock and Roll Hall of Fame en de Nashville Songwriters Hall of Fame. In 1989 werd hij opgenomen in de Songwriters Hall of Fame. In 2006 kreeg Orbison postuum een ster op de Music City Walk of Fame en in 2010 op de Hollywood Walk of Fame. In 2014 werd Orbison opgenomen in de Musicians Hall of Fame.

    Roy Orbison begon zijn carrière in 1956 bij het platenlabel Sun Records dat geleid werd door Sam Phillips en waar ook Elvis Presley, Johnny Cash, Jerry Lee Lewis en Carl Perkins onder contract stonden of hebben gestaan. Met het nummer Ooby Dooby waarvan er zo’n 500.000 stuks werden verkocht en dat tot nummer 56 op de Billboard Top 100 kwam, scoorde hij zijn enige hit voor Sun. In de periode dat hij voor het platenlabel actief was, wist hij al dat zijn hart bij het zingen van ballads lag. Sam Phillips, de eigenaar van Sun Records, wilde echter dat Orbison uptempo songs opnam, dit zeer tegen de zin van Orbison. Toen Orbison een grote hit schreef voor The Everly Brothers (Claudette), zag hij zijn kans schoon en kocht zijn platencontract bij Sun Records af om zodoende ergens anders zijn geluk te kunnen beproeven.

    Orbison kwam terecht bij het platenlabel RCA waar Elvis Presley vele hits opnam. Orbison bleef echter niet lang. Na een aantal nummers op plaat te hebben gezet verliet hij in 1959 het label en kwam terecht bij Monument Records dat onder leiding stond van Fred Foster.

    Orbisons eerste single, Up Town, was een bescheiden succes en bereikte plaats 72 in de Billboard Top 100. De opvolger werd uitgebracht in 1960 en maakte van Roy Orbison een wereldster. Van Only the Lonely gingen ruim twee miljoen exemplaren over de toonbank en met dit nummer creëerde Orbison iets dat nog nooit eerder in de rock-‘n-roll was gehoord: de dramatische rockballad. Tussen 1960 en 1965 produceerde Orbison klassiekers als Running ScaredCryingBlue AngelFallingBlue BayouIt’s OverIn Dreams en Oh, pretty woman. Vaak rustig beginnend, bouwde Orbison langzaam naar een climax toe die zowel in de arrangementen als in de stem en teksten van Orbison tot uitdrukking werd gebracht. De stem van Orbison en de composities van zijn songs zouden hem de status van legende bezorgen. Er was echter nog een element dat de muziek van Orbison uniek maakte: hij had ook het talent om liedjes op een totaal vernieuwende manier te schrijven. Het was in de beginjaren zestig de gewoonte om een song volgens een vast patroon te schrijven (A,B,C,B,D,B). Orbison schreef echter bijvoorbeeld in schema’s als A,B,C,D…Z. Er kwam in het hele liedje dus geen enkele herhaling van zinnen voor. Het vroegste voorbeeld hiervan is de song Wedding Day uit 1961, maar In Dreams en Falling uit 1963 zijn de bekendste voorbeelden. Running Scared uit 1961 was een song die ook afweek van wat gewoon was op dit gebied doordat het refrein aan het einde van het lied zat in plaats van in het midden. Toen het contract bij Monument Records in 1965 afliep was Orbison een wereldster met platenverkopen die de 30 miljoen hadden overschreden.

    Orbison tekende voor het MGM-label, dat bereid was om hem het tot dan hoogste bedrag ooit (1 miljoen dollar contant) voor een platenartiest te betalen. Verder kreeg hij de kans om in films te acteren. MGM bedong echter dat er per jaar 30 songs en 1 album geproduceerd moesten worden. Daarmee kwam de nadruk te liggen op de kwantiteit in plaats van op de kwaliteit van de songs, dit in tegenstelling tot wat bij Monument Records gebruikelijk was. De eerste single op het MGM-label is de top 20-hit Ride Away. Het zou zijn grootste hit voor MGM zijn. In 1966 haalde hij met Cry Softly Lonely One (top 52) zijn laatste hitnotering in Amerika. In Engeland had hij meer hits, met als hoogste notering Too Soon To Know dat in 1966 de top 3 haalde. Penny Arcade is in 1969 zijn laatste notering in Engeland. Het opkomen van de Beatles en andere Britse bands (The British Invasion) en de daarmee veranderende smaak bij het platenkopend publiek zorgde ervoor dat de aanwezigheid van Orbison in de hitlijsten minder werd. Verder vonden er grote tragedies in zijn privéleven plaats. Zijn vrouw Claudette kwam in 1966 om het leven bij een motorongeluk en twee van zijn drie zoons vonden in 1968 de dood bij een brand in zijn landhuis. De carrière van Orbison kwam in een diep dal terecht. De hits bleven uit en het (grote) publiek leek hem vergeten te zijn. Zijn concerten in Engeland werden nog wel goed bezocht, omdat de fans hem trouw bleven, maar in zijn thuisland Amerika bleek dat volkomen anders. Daar trad hij met regelmaat op voor een klein publiek.

    In 1973 werd zijn contract bij MGM ontbonden. Een jaar later tekende hij bij Mercury Records en nam daar het album I’m Still In Love With You op. Niet alleen is dit album onder de artistieke maat vergeleken bij zijn vroegere werk, muzikaal gezien verraste Orbison de luisteraar niet meer met de vocale hoogstandjes die hem zijn bijnaam “The Big O” hebben opgeleverd. In 1977 tekende Orbison opnieuw bij Monument Records en nam het album Regeneration op. Dit album is beter dan het voorgaande, maar kon ook niet de vergelijking doorstaan met zijn vroegere werk. Een tweede album is afgemaakt (nooit uitgebracht) toen Orbison hartklachten kreeg, nadat hij optrad in een show ter nagedachtenis aan Elvis Presley, die kort daarvoor overleed. Hij onderging een hartoperatie en kreeg 3 bypasses.

    Kort daarna verliet Orbison Monument Records. In 1979 tekende hij bij Aslyum Records en bracht daar het album Laminar Flow uit. Het album bevatte matige discoachtige liedjes met uitzondering van Poor Baby en Hounddog Man. Ondertussen is er achter de schermen iets op gang gekomen, want Orbison was dan wel niet meer een succesvol platenartiest, zijn werk uit de jaren zestig heeft echter wel zijn sporen nagelaten bij jongere collega’s. Linda Ronstadt nam Blue Bayou op (1977), Don McLean Crying (1980) en Van Halen Oh, pretty woman (1981) en allen scoorden zij daarmee grote hits. Zelf scoorde Orbison samen met Emmylou Harris in 1980 eindelijk weer een hit met That Loving You Feeling Again. Het leverde hem zijn eerste Grammy Award op.

    Vanaf die tijd begon Orbison aan een comeback te werken en kwam hij meer en meer in de spotlights te staan. Zo stond hij in het begin van de jaren tachtig in het voorprogramma van de Eagles en liet zich daardoor aan een groter en jonger publiek zien. In 1983 verscheen hij op televisie door een concert te geven getiteld Roy Orbison live in Austin City Limits Texas. In 1985 trad hij op bij Farm Aid en bracht hij een nieuwe single uit, Wild Hearts. Het is een ballad die een ouderwets goede Orbison laat horen. Het grote publiek merkte deze song echter niet op. Ook maakte hij dat jaar een album met zijn oude Sunmaatjes Jerry Lee Lewis, Carl Perkins en Johnny Cash. Het album heette The Class of ’55. In 1986 werd het nummer In Dreams gebruikt in de cultfilm Blue Velvet, geregisseerd door David Lynch. Hierdoor kwam Orbison onder de aandacht van een jong publiek. Velen wilden weten wie de zanger van In Dreams is en ontdekten daardoor de muziek die Orbison tot dan gemaakt had. In 1987 nam Orbison samen met k.d. lang Crying opnieuw op als een duet. Het nummer werd in Amerika een hit en het leverde hem opnieuw een Grammy Award op. In hetzelfde jaar werd hij opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame dat een jaar eerder in het leven was geroepen. Daarmee werd de status van Roy Orbison als belangrijke pionier en vernieuwer van de rock-‘n-roll officieel bevestigd en erkend door de muziekindustrie. In datzelfde jaar nam hij een televisiespecial op waarvan de zwart-wit video Roy Orbison and Friends, A Black and White Night uitkwam. In deze show bracht Orbison al zijn grote hits, inclusief twee nummers van zijn dan nog nieuw uit te komen album, ten gehore. Hij werd omringd door gastmuzikanten als Bruce Springsteen, Elvis Costello, Bonnie Raitt, Tom Waits, Jennifer Warnes, k.d. lang, Jackson Browne, J.D. Souther en James Burton (ex-gitarist van Elvis Presley). De laatste twee genoemden zijn in duet in de clip. Orbison kwam eindelijk terug aan de top en maakte dat nog eens duidelijk door in 1988 deel uit te maken van de supergroep The Traveling Wilburys, waarvan ook Bob Dylan, George Harrison, Jeff Lynne en Tom Petty deel uitmaakten. Het debuutalbum heette Traveling Wilburys Vol. 1, waarvan wereldwijd miljoenen exemplaren verkocht werden. Orbison stierf op 6 december 1988 plotseling als gevolg van een hartstilstand bij zijn moeder thuis in Hendersonville, een voorstadje van Nashville. Orbison was in voorbereiding op een wereldtournee. Zijn stoffelijk overschot werd begraven in een anoniem graf op de Westwood Village Memorial Park Cemetery in Los Angeles.

    Zijn nieuwe album werd in januari 1989 postuum uitgebracht onder het Virginlabel. De single You Got It werd een wereldwijde hit. De enige keer dat Orbison You Got It voor een publiek zong was drie weken voor zijn dood op het Diamond Awards Festival in het Sportpaleis in Antwerpen, waar hij een Diamond Award kreeg, omdat hij 25 jaar tot de “top of the bill” behoorde. De opnames van dat optreden werden gebruikt voor de videoclip van You Got It. De tweede single, She’s a mystery to me werd ook een hit. Dit nummer werd voor Orbison geschreven door Bono en Edge van U2. In 1992, vier jaar na zijn dood, werd het nummer I Drove All Night een hit in Engeland en bereikte daar de 7e plaats. De opvolger Crying (duet met k.d. lang) haalde in datzelfde jaar de 13e positie. Roy Orbison was, in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten, helemaal terug aan de top toen hij stierf en keek vooruit naar nieuwe dingen en niet terug op oude vergane glorie. Vandaag de dag wordt hij door velen in de muziek business erkend als een van de grootste artiesten die de rock-‘n-roll heeft voortgebracht. Zijn platen blijven goed verkopen en zijn in aantal de 100 miljoen ruim gepasseerd. Hij is voorbeeld en inspiratie voor vele artiesten en dat voor iemand tegen wie producer Jack Clement (Sun Records) ooit zei; “Roy, you’re never gonna make it as a ballad singer“.

    Bron: Wikipedia

     

     

  • |

    de Pipo’s

    Theo Diepenbrock uit Cuijk was de leider van “de Pipo’s”. Dit was van voor de tijd dat hij alleen doorging en ook platen heeft opgenomen met zangeres Marjan, De plaat die u hierbij hoort is Tango der Liebe die”de Pipo’s”hebben opgenomen in de jaren zestig van de vorige eeuw.
    De Pipo's 1a De Pipo's 1b

  • De Helena’s

    Deze week een foto van ons zelf met daarop nog onze zangeres Truus die helaas te vroeg is overleden. De achtergrond van deze foto is een strand van Curaçao waar nu ongeveer onze keyboard man Bennie Lenferink zal landen. Als je met pensioen bent, kun en mag je ervan genieten en dat doet hij dan ook. Hij heeft de hele week al in bad gelegen om het snorkelen onder de knie te krijgen dus dat zal nu wel lukken.  Uiteraard wensen we hem een fijne vakantie.

    voorbeeld

     

  • De Regento Stars

    Bruno Siegfried Majcherek (Heerlen, 3 januari 1936) is een volkszanger van Poolse afkomst (zijn ouders waren Pools), die opgegroeid is in Heerlen. Sinds 1952 treedt hij regelmatig op, met name in Zuid-Limburg. Hij treedt meestal op met zijn eigen orkest: Bruno Majcherek und die Regento Stars.

    Omdat Otto de trompettist een trompet heeft van het merk Regento besluiten ze zich Regento Stars te noemen en om de optredens nog wat spannender te maken worden er sensuele Poolse en Duitse tango’s ingestudeerd. Deze waren in de jaren twintig en dertig zeer populair in het nachtleven van Berlijn, Wenen, Boedapest en Warschau, maar werden door de warren van de oorlog en zijn gevolgen in vergetelheid geraakt. Er wordt ook geëxperimenteerd met wat dubbelzinnig teksten om het enge lichaamscontact van het tangodansen nog wat spannender te maken en behalve muziek ook grappen naar het publiek over te brengen. De zuid Limburg pastoors en andere katholieke geestelijken vinden het onzedig, waarschuwen hun parochie er voor in de preek of spreken zelf de orkestleden er op aan. De orkestleden kennen door hun migranten afkomst en de de oorlog de hypocrisie van de katholieke kerk en laten zich niet intimideren. Bovendien vindt de uitgaande jeugd hun muziek fantastisch spannend en de mening van het publiek is dan ook doorslaggevend om er mee door te gaan. Een platenvertegenwoordiger uit Amsterdam die tijdens een optreden komt luisteren, verstaat weliswaar niets van wat er gezongen wordt maar merkt aan de reactie van het publiek dat de muziek bijzonder is en regelt snel een platencontract met de Amsterdamse Tivoli platenmaatschappij. In een geïmproviseerde platenstudio worden de liedjes Laila (tango) en Lugano (langzame wals) opgenomen in het Nederlands, maar omdat het Limburgs accent moeilijk verstaanbaar is wordt er ook een versie in het Duits opgenomen en dit wordt eerst een groot succes in Zuid Limburg, waar men het orkest kent van vele optredens. Later dringt het succes ook door tot alle uithoeken van Nederland.

    Wilt u meer weten over de Regento stars kijk dan op www.brunomajcherek.nl/

    De Regento Stars (uit Limburg 1966)

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *