Bij Petrus

Een pastoor kwam te overlijden en stond voor de hemelpoort te wachten om binnengelaten te worden . Voor hem stond een man in jeans , met een leren vest en een zonnebril op  . Petrus vroeg aan deze man : “wie bent U”?

“Ah. Ik ben John uit Amsterdam en ik ben heel mijn leven taxichauffeur geweest”!

Petrus kijkt in zijn dik boek en zegt : “Oké, hier staat uw naam, neem deze zijden mantel en deze gouden staf en treedt binnen in het hemelse rijk”!

Daarna vroeg Petrus de naam van onze pastoor.

Ik ben pastoor Johannes van de grote kerk, en ik heb 45 jaar uw woord gepredikt !

Petrus kijkt weer in zijn boek en zegt: “Ah ja, hier staat het, neem dit katoenen hemd en deze houten staf en treedt binnen”!

“Hela”, zegt onze pastoor, “hoe kan dat, ik krijg katoenen hemd en een houten staf, en die taxichauffeur goud en zijde? Iets klopt er niet he”!

“Jawel” zegt Petrus, “wij bekijken het resultaat, tijdens uw werk en gebeden sliep iedereen, en bij zijn werk, met de taxi rijden, was iedereen aan het bidden”!!!

Similar Posts

  • In de kroeg

    De kastelein vraag aan de man aan de bar wat hij wenst te drinken. ”Geeft u mij een pilsje”, zegt de man ”en geef die man met die pet op aan het tafeltje er ook een van mij.”

    Zo gezegd, zo gedaan. Als de man aan de bar zijn pilsje leeg drinkt zegt hij tegen de kastelein: “geeft u mij nog een pilsje en die man met de pet op geeft u ook nog een van mij”. Dat tafereel speelt zich zo nog vijf keer af, waarop de vriend van de man met de pet zegt: “geef mij jouw pet eens even, dan krijg ik ook eens iets van die kerel te drinken”. ”Oké” zegt de pettenman en geeft zijn vriend zijn pet.

    Vervolgens zegt de man aan de bar tegen de kastelein: “mag ik nog een pilsje van u en geef de man tegenover die met de pet op ook eens een van mij, want die ander heeft er al genoeg van mij gehad !”

  • Vleermuizen

    Twee vleermuizen hangen in een park. aan een boom Zegt de ene tegen de andere: “Ik heb honger, ik ga wat bloed zuigen.” Even later komt hij terug met allemaal bloed om zijn mond. Zegt de andere vleermuis: “Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?” “Zie jij die lantaarpaal daar?”

    “Ja.”

    “Wel, ik zag hem dus niet!”

  • Vervelen

    Jantje zit zich te vervelen. de meester komt naar Jantje en zegt: “Jantje waarom maak je geen tekening van een koe?” “ok,” zegt Jantje. Een uur later komt de meester kijken. Jantje zit met een leeg papier voor zich. Zegt de meester: “waarom heb je nog niks gemaakt? waar is het gras?” Zegt jantje: “dat gras heeft de koe opgegeten.” Zegt meester: “waar is de koe dan?” Zegt Jantje: “serieus meester, denk je dat de koe blijft staan als het gras op is?”

  • Houthakker

    Er komt een Belg bij de Canadese grens. Hij zegt tegen de douanebeambte: “Ik wil graag emigreren.” De douanebeambte zegt: “Daar moet je wel werk voor hebben.” “Dat heb ik,” zegt de Belg, “ik ben houthakker.” “Zo,” zegt de douanier, “en waar ben jij dan houthakker geweest?” “In de Sahara,” zegt de Belg. “In de Sahara?” zegt de douanier, “maar daar staan toch helemaal geen bomen?” “Nee,” zegt de Belg, “nu niet meer!”

  • OP DE ZESDE DAG SPRAK GOD

    Op de zesde dag sprak God tot de aartsengel Gabriel: “Vandaag ga ik een land creëren, genaamd Nederland. Het zal een land zijn van buitengewone natuurlijke schoonheid, met grote bossen, vol met herten, zwijnen en eekhoorns. Grote rivieren, gevuld met alle mogelijke soorten levende wezens. Het zal een binnenzee krijgen met enorme hoeveelheden vis en ook aan een buitenzee komen te liggen, die men van prachtige goudgele stranden kan overzien.” God ging verder: “Ik zal het land rijk maken door de landbouw en de inwoners zullen grote welvaart kennen. Sommige van hun vrouwen zullen van verblindende schoonheid zijn. Ze zullen bekend worden als Hollanders. En ze zullen het vriendelijkste volk op aarde zijn. En als slagroom op de taart maak ik van het zuiden van Nederland een lieflijk heuvellandschap waar vriendelijke mensen zullen wonen, die bekend zullen staan als Limburgers.” “Maar Heer,” zegt Gabriel, “denkt U niet dat u een beetje te genereus bent voor deze Hollanders?” “Niet echt,”, antwoordt God, “moet je eens opletten wie ze als oosterburen krijgen!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *