The Flying Comets

“The Flying Comets” uit Mill in Noord Brabant deze week op de voorgrond. Deze foto uit de begin jaren 60 van de vorige eeuw hebben we, samen met vele anderen, gekregen van Stanny Goossens. Deze 72 jarige ras muzikant is nog steeds actief in de muziek wereld en is momenteel bezig met het leren bespelen van de steel gitaar zoals te zien is op de onderste foto.The Flying Comets 2 a met namen

Stanny Goossens op Steel Gitaar sept 2015

 

Similar Posts

  • The Golden Dance Band

    We kunnen niet veel meer vertellen van The Golden Dance Band dan dat Rob Sarens hierin speelde . Dus mocht u meer informatie hebben dan horen we dat graag op onz mailadres:      helenas@ziggo.nl
    The Golden Dance Band 1b The Golden Dance Band 1c

  • Les Troubadours

    Deze week ontvingen wij van Hans Nijhof het bericht dat Gerrit Schrader, Trompettist en Leider van het dansorkest “Les Troubadours” op 84-jarige leeftijd is overleden. Hij was enkele jaren geleden opgenomen in het Borsthuis in Hengelo alwaar hij op maandag 03 November 2014 is overleden.

    Vele Twentenaren zullen direct aan hun bruiloft terug denken, als ze dit bericht lezenLes Troubadours 4 GEPLAATST

  • Roy Orbison

    Roy Kelton Orbison (Vernon, Texas, 23 april 1936 – Nashville, Tennessee, 6 december 1988) was een Amerikaanse country- en rockzanger. Hij staat sinds 1987 in de Rock and Roll Hall of Fame en de Nashville Songwriters Hall of Fame. In 1989 werd hij opgenomen in de Songwriters Hall of Fame. In 2006 kreeg Orbison postuum een ster op de Music City Walk of Fame en in 2010 op de Hollywood Walk of Fame. In 2014 werd Orbison opgenomen in de Musicians Hall of Fame.

    Roy Orbison begon zijn carrière in 1956 bij het platenlabel Sun Records dat geleid werd door Sam Phillips en waar ook Elvis Presley, Johnny Cash, Jerry Lee Lewis en Carl Perkins onder contract stonden of hebben gestaan. Met het nummer Ooby Dooby waarvan er zo’n 500.000 stuks werden verkocht en dat tot nummer 56 op de Billboard Top 100 kwam, scoorde hij zijn enige hit voor Sun. In de periode dat hij voor het platenlabel actief was, wist hij al dat zijn hart bij het zingen van ballads lag. Sam Phillips, de eigenaar van Sun Records, wilde echter dat Orbison uptempo songs opnam, dit zeer tegen de zin van Orbison. Toen Orbison een grote hit schreef voor The Everly Brothers (Claudette), zag hij zijn kans schoon en kocht zijn platencontract bij Sun Records af om zodoende ergens anders zijn geluk te kunnen beproeven.

    Orbison kwam terecht bij het platenlabel RCA waar Elvis Presley vele hits opnam. Orbison bleef echter niet lang. Na een aantal nummers op plaat te hebben gezet verliet hij in 1959 het label en kwam terecht bij Monument Records dat onder leiding stond van Fred Foster.

    Orbisons eerste single, Up Town, was een bescheiden succes en bereikte plaats 72 in de Billboard Top 100. De opvolger werd uitgebracht in 1960 en maakte van Roy Orbison een wereldster. Van Only the Lonely gingen ruim twee miljoen exemplaren over de toonbank en met dit nummer creëerde Orbison iets dat nog nooit eerder in de rock-‘n-roll was gehoord: de dramatische rockballad. Tussen 1960 en 1965 produceerde Orbison klassiekers als Running ScaredCryingBlue AngelFallingBlue BayouIt’s OverIn Dreams en Oh, pretty woman. Vaak rustig beginnend, bouwde Orbison langzaam naar een climax toe die zowel in de arrangementen als in de stem en teksten van Orbison tot uitdrukking werd gebracht. De stem van Orbison en de composities van zijn songs zouden hem de status van legende bezorgen. Er was echter nog een element dat de muziek van Orbison uniek maakte: hij had ook het talent om liedjes op een totaal vernieuwende manier te schrijven. Het was in de beginjaren zestig de gewoonte om een song volgens een vast patroon te schrijven (A,B,C,B,D,B). Orbison schreef echter bijvoorbeeld in schema’s als A,B,C,D…Z. Er kwam in het hele liedje dus geen enkele herhaling van zinnen voor. Het vroegste voorbeeld hiervan is de song Wedding Day uit 1961, maar In Dreams en Falling uit 1963 zijn de bekendste voorbeelden. Running Scared uit 1961 was een song die ook afweek van wat gewoon was op dit gebied doordat het refrein aan het einde van het lied zat in plaats van in het midden. Toen het contract bij Monument Records in 1965 afliep was Orbison een wereldster met platenverkopen die de 30 miljoen hadden overschreden.

    Orbison tekende voor het MGM-label, dat bereid was om hem het tot dan hoogste bedrag ooit (1 miljoen dollar contant) voor een platenartiest te betalen. Verder kreeg hij de kans om in films te acteren. MGM bedong echter dat er per jaar 30 songs en 1 album geproduceerd moesten worden. Daarmee kwam de nadruk te liggen op de kwantiteit in plaats van op de kwaliteit van de songs, dit in tegenstelling tot wat bij Monument Records gebruikelijk was. De eerste single op het MGM-label is de top 20-hit Ride Away. Het zou zijn grootste hit voor MGM zijn. In 1966 haalde hij met Cry Softly Lonely One (top 52) zijn laatste hitnotering in Amerika. In Engeland had hij meer hits, met als hoogste notering Too Soon To Know dat in 1966 de top 3 haalde. Penny Arcade is in 1969 zijn laatste notering in Engeland. Het opkomen van de Beatles en andere Britse bands (The British Invasion) en de daarmee veranderende smaak bij het platenkopend publiek zorgde ervoor dat de aanwezigheid van Orbison in de hitlijsten minder werd. Verder vonden er grote tragedies in zijn privéleven plaats. Zijn vrouw Claudette kwam in 1966 om het leven bij een motorongeluk en twee van zijn drie zoons vonden in 1968 de dood bij een brand in zijn landhuis. De carrière van Orbison kwam in een diep dal terecht. De hits bleven uit en het (grote) publiek leek hem vergeten te zijn. Zijn concerten in Engeland werden nog wel goed bezocht, omdat de fans hem trouw bleven, maar in zijn thuisland Amerika bleek dat volkomen anders. Daar trad hij met regelmaat op voor een klein publiek.

    In 1973 werd zijn contract bij MGM ontbonden. Een jaar later tekende hij bij Mercury Records en nam daar het album I’m Still In Love With You op. Niet alleen is dit album onder de artistieke maat vergeleken bij zijn vroegere werk, muzikaal gezien verraste Orbison de luisteraar niet meer met de vocale hoogstandjes die hem zijn bijnaam “The Big O” hebben opgeleverd. In 1977 tekende Orbison opnieuw bij Monument Records en nam het album Regeneration op. Dit album is beter dan het voorgaande, maar kon ook niet de vergelijking doorstaan met zijn vroegere werk. Een tweede album is afgemaakt (nooit uitgebracht) toen Orbison hartklachten kreeg, nadat hij optrad in een show ter nagedachtenis aan Elvis Presley, die kort daarvoor overleed. Hij onderging een hartoperatie en kreeg 3 bypasses.

    Kort daarna verliet Orbison Monument Records. In 1979 tekende hij bij Aslyum Records en bracht daar het album Laminar Flow uit. Het album bevatte matige discoachtige liedjes met uitzondering van Poor Baby en Hounddog Man. Ondertussen is er achter de schermen iets op gang gekomen, want Orbison was dan wel niet meer een succesvol platenartiest, zijn werk uit de jaren zestig heeft echter wel zijn sporen nagelaten bij jongere collega’s. Linda Ronstadt nam Blue Bayou op (1977), Don McLean Crying (1980) en Van Halen Oh, pretty woman (1981) en allen scoorden zij daarmee grote hits. Zelf scoorde Orbison samen met Emmylou Harris in 1980 eindelijk weer een hit met That Loving You Feeling Again. Het leverde hem zijn eerste Grammy Award op.

    Vanaf die tijd begon Orbison aan een comeback te werken en kwam hij meer en meer in de spotlights te staan. Zo stond hij in het begin van de jaren tachtig in het voorprogramma van de Eagles en liet zich daardoor aan een groter en jonger publiek zien. In 1983 verscheen hij op televisie door een concert te geven getiteld Roy Orbison live in Austin City Limits Texas. In 1985 trad hij op bij Farm Aid en bracht hij een nieuwe single uit, Wild Hearts. Het is een ballad die een ouderwets goede Orbison laat horen. Het grote publiek merkte deze song echter niet op. Ook maakte hij dat jaar een album met zijn oude Sunmaatjes Jerry Lee Lewis, Carl Perkins en Johnny Cash. Het album heette The Class of ’55. In 1986 werd het nummer In Dreams gebruikt in de cultfilm Blue Velvet, geregisseerd door David Lynch. Hierdoor kwam Orbison onder de aandacht van een jong publiek. Velen wilden weten wie de zanger van In Dreams is en ontdekten daardoor de muziek die Orbison tot dan gemaakt had. In 1987 nam Orbison samen met k.d. lang Crying opnieuw op als een duet. Het nummer werd in Amerika een hit en het leverde hem opnieuw een Grammy Award op. In hetzelfde jaar werd hij opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame dat een jaar eerder in het leven was geroepen. Daarmee werd de status van Roy Orbison als belangrijke pionier en vernieuwer van de rock-‘n-roll officieel bevestigd en erkend door de muziekindustrie. In datzelfde jaar nam hij een televisiespecial op waarvan de zwart-wit video Roy Orbison and Friends, A Black and White Night uitkwam. In deze show bracht Orbison al zijn grote hits, inclusief twee nummers van zijn dan nog nieuw uit te komen album, ten gehore. Hij werd omringd door gastmuzikanten als Bruce Springsteen, Elvis Costello, Bonnie Raitt, Tom Waits, Jennifer Warnes, k.d. lang, Jackson Browne, J.D. Souther en James Burton (ex-gitarist van Elvis Presley). De laatste twee genoemden zijn in duet in de clip. Orbison kwam eindelijk terug aan de top en maakte dat nog eens duidelijk door in 1988 deel uit te maken van de supergroep The Traveling Wilburys, waarvan ook Bob Dylan, George Harrison, Jeff Lynne en Tom Petty deel uitmaakten. Het debuutalbum heette Traveling Wilburys Vol. 1, waarvan wereldwijd miljoenen exemplaren verkocht werden. Orbison stierf op 6 december 1988 plotseling als gevolg van een hartstilstand bij zijn moeder thuis in Hendersonville, een voorstadje van Nashville. Orbison was in voorbereiding op een wereldtournee. Zijn stoffelijk overschot werd begraven in een anoniem graf op de Westwood Village Memorial Park Cemetery in Los Angeles.

    Zijn nieuwe album werd in januari 1989 postuum uitgebracht onder het Virginlabel. De single You Got It werd een wereldwijde hit. De enige keer dat Orbison You Got It voor een publiek zong was drie weken voor zijn dood op het Diamond Awards Festival in het Sportpaleis in Antwerpen, waar hij een Diamond Award kreeg, omdat hij 25 jaar tot de “top of the bill” behoorde. De opnames van dat optreden werden gebruikt voor de videoclip van You Got It. De tweede single, She’s a mystery to me werd ook een hit. Dit nummer werd voor Orbison geschreven door Bono en Edge van U2. In 1992, vier jaar na zijn dood, werd het nummer I Drove All Night een hit in Engeland en bereikte daar de 7e plaats. De opvolger Crying (duet met k.d. lang) haalde in datzelfde jaar de 13e positie. Roy Orbison was, in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten, helemaal terug aan de top toen hij stierf en keek vooruit naar nieuwe dingen en niet terug op oude vergane glorie. Vandaag de dag wordt hij door velen in de muziek business erkend als een van de grootste artiesten die de rock-‘n-roll heeft voortgebracht. Zijn platen blijven goed verkopen en zijn in aantal de 100 miljoen ruim gepasseerd. Hij is voorbeeld en inspiratie voor vele artiesten en dat voor iemand tegen wie producer Jack Clement (Sun Records) ooit zei; “Roy, you’re never gonna make it as a ballad singer“.

    Bron: Wikipedia

     

     

  • The Classics

    The Classics is een Nederlandse band, opgericht in 1967 in Stramproy (Limburg) en van oorsprong een showorkest. The Classics scoorden vooral in de jaren zeventig hits. De grootste successen waren “My lady of Spain” en “Yellow sun of Ecuador”.

    Begin jaren 60 ontstond de groep the Classics uit de groep the Strangers (Harrie en Hub Broens; Ber Kwaspen en Renée (Broer) Janssen. Toen the Strangers stopten gingen Harrie Broens, Ber Kwaspen, Jan Dirkx en Pierre Hoeken verder onder de naam the Classics. In 1964 moest Pierre Hoeken in militaire dienst en begin 1965 Jan Dirkx. Daarmee kwam tijdelijk een einde aan the Classics.

    In 1966 besloot Jan Dirkx om opnieuw te beginnen, samen met zijn neef Ber Kwaspen en Harrie Broens, aangevuld met broer Ton Dirkx en René Munnecom. Het eerste optreden vond plaats 27 mei 1967. De leden van de groep begonnen met eigen liedjes te schrijven. De band bestond op dat moment uit Jan en Ton Dirkx, Ber Kwaspen, Harrie Broens en Renee Munnecom. In 1971 werd Ton Dirkx opgevolgd door Joep Beurskens (ex-Teddybears). In 1974 werd Rene Munnecom opgevolgd door Peter Gerits.

    In mei 1977 besloot Jan Dirkx te stoppen als muzikant. Hij bleef alleen nog als manager van de groep actief. Hij werd vervangen door Huub Dijckmans. Deze vertrok na enkele jaren, waarop Jan Dirkx in de groep terugkeerde. In oktober 1980 verlieten Jan Dirkx en Joep Beurskens – wegens gezondheidsreden – de groep. Daarna zijn verschillende muzikanten ten tonele verschenen: Hans Metten, Dominique Picerno, Bart Drossaers en Gerard Opdebeeck. Het eerder behaalde succes van de groep werd niet meer bereikt. Ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van de groep werd in 1992 een eindconcert gegeven door de oude leden.

    In het begin trad de groep voornamelijk op in de regio en nam deel aan talentenjachten. Tijdens een van de optredens werd de band ontdekt door platenbaas Johnny Hoes. Hij bood de jongens een platencontract aan. De eerste single I only want to be with you werd een regionaal succes. De groep bestond op dat moment uit vijf personen met de in die tijd gebruikelijke bezetting: twee gitaren, basgitaar, toetsen en drums. Het repertoire van de groep bestond voornamelijk uit nummers van The Shadows, Cliff Richard, The Cats en andere hitparadeartiesten uit die periode.

    De groep ontwikkelde al snel een eigen sound. Deze sound kenmerkte zich met name door de fijne samenzang en werd door Joost den Draaier de ‘vlaaiensound’ genoemd. Aanleiding daartoe waren de Limburgse vlaaien die Jan Dirkx vaak bij zich had bij zijn wekelijks bezoek aan de Hilversumse studio’s. De vlaaiensound kan worden gezien als een tegenhanger van de palingsound uit Volendam.

    In 1969 gingen The Classics opnieuw de studio in, deze keer voor het opnemen van Try it again, een eigen compositie; dit nummer werd later omgedoopt tot My Lady of Spain. Later zou blijken dat dit de basis was voor hun internationale successen. Toch duurde het nog tot 1972 voordat de plaat werd uitgebracht. Binnen enkele maanden werden meer dan 500.000 exemplaren verkocht. Er volgden tv-optredens in binnen- en buitenland. In de jaren hieropvolgend verschenen hits als: Yellow sun of EcuadorPapa PepponeMy Russian ladyIn YucatanSunshine babyWings of an eagle en Gimme that horse.

    The Classics verzamelden in de loop der jaren een grote groep fans om zich heen. Er ontstond een fanclub, geleid door Peter Aquarius. De club bracht een eigen blad uit, Skripto genaamd, waarin o.a. de agenda van The Classics werd gepubliceerd, nieuws over de groep werd geschreven en fanmail werd behandeld. Op het hoogtepunt had de fanclub meer dan 1000 betalende leden.

    In 2001 richtten enkele leden de Classics Revival Band op. De bezetting was: Harrie Broens: gitaar/zang, zijn zoon Rolph Broens: gitaar/toetsen/zang, Ber Kwaspen: drums/zang, Jo Hoofwijk: bas/zang.

    Oud-zanger/gitarist Joep Beurskens overleed op 6 april 2005, drummer Ber Kwaspen op 21 januari 2007 en basgitarist René Munnecom op 16 december 2011.

    Sinds 2010 is er weer een nieuwe bezetting van The Classics Revival Band:

    • Harrie Broens: gitaar/zang
    • Rolph Broens: gitaar/toetsen/zang
    • Erik Jeurninck: bas/zang
    • Edward Venbrucx: drums

    Bron: Wikipedia

  • The Rhythm Four

    Wereldberoemd in Mill en omgeving was deze band The Rythm Four uit Mill. De Muzikanten zijn TOON VAN RIET – TOON VAN DER BURGT – AD VAN RIET en LEO STOFFELEN. Nadat deze band is gestopt zin Toon van de Burgt en Leo van Stoffelen begonnen met de band “de Migra’s”.

    Enkele weken geleden heeft Toon zijn 80ste verjaardag gevierd waar hij erg trots op is. Ondanks dat Toon door een ziekte geen accordeon meer kan spelen blijft hij optimistisch en hij zegt dan ook vaak “niet zeuren, want er zijn altijd nog mensen die het nog erger hebben dan ik.”
    The Rythm Four uit Mill 1a

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *