Hakken


Op de vlieghaven van Montreal stijgt een Jumbo Jet op naar Frankrijk. De hoofdpiloot neemt de micro en zegt: “Ik verwelkom iedereen aan boord voor de vlucht naar de vlieghaven Charles De Gaulle in Parijs. De vlucht zal verlopen zonder incidenten en ik raad de passagiers aan om na de film even de ogen te sluiten om…..” Plots wordt de verbinding enkele seconden verbroken en dan horen de passagiers een verschrikkelijke gil en de kapitein die roept :
“Oei oei oei ! ! ! ! Oh mijn God !” Daarna is alles stil.
De passagiers bekijken elkaar angstig. De hostesses lopen heen en weer. Toch blijft het vliegtuig nog op dezelfde hoogte. Plots horen ze wat gekraak uit de luidsprekers en daarna horen ze de kapitein weer. “Dames en Heren, mijn oprechte verontschuldigingen. Maar een hostess heeft een kop hete koffie op mijn schoot laten vallen. Je moet de voorkant van mijn broek eens zien !”
“Dat is niks !”, schreeuwt een passagier. “Je moet die van mij van achter eens zien !
Ne belastinginspecteur kwam an de duure bie ne boer. Hij wol ’t spulke taxeern, “Ie doat mar wat nit loatn kunt”, zeg den boer. Toen den keal kloar was met ziene inspectie wolle nog efkes ’t gröslaand taxeren. “Ik zöl doar neet an begin’n a’k oe was” zeg den boer. Doar mös den taxateur toch efkes um lachen. “Kiek”, zeg den inspecteur en hij haaln ’n pasje oet zien tuk. “Met disse vergunnige mag ik bie iedereene alns controleern, dus met dit pasje mut elk eene mien gezag opvolgen”! “Ie doat mar waj neet loatn kunt” zeg den boer aandermoal en ’n taxateur gung gestrits oaver ‘n weiredroad hen woer jammer genog toevallig gén stroom opstun. Met ziene krek gepoetste skoone stunne al gauw miln in drek. Hij dee ’n paar trad veerder de weire in en toen kwam Herman d’r anloopn. Dat was ’n boer ziene bolle. Ziene fokstier za’k mar zegn. Herman begun rondjes te loopn um ’n taxateur hen. ‘n Taxateur prebeern vöt te komn op ziene duure skoone. “Wat mu’k toch doon” skreewn ’t inspecteurtje, “Ik kan naans hén, ik zitte vaste in ’n drek”! “Och”, zeg ’n boer, dewiel hij ’n sjekkie an ’t dreajn was, “dan loat ie ‘m toch gewoon efkes oen pasje zeen…..”?
Jack ging met z’n vriend Bob skiën. Ze namen Jack’s busje en reden noordwaarts.Nadat ze enkele uren gereden hadden kwamen ze in een verschrikkelijke sneeuwstorm terecht, dus stopten ze bij een nabij gelegen boerderij en vroegen de jonge aantrekkelijke dame die de deur opende of ze konden overnachten.
‘Ik ben me ervan bewust dat het buiten slecht weer is, maar ik ben onlangs weduwe geworden,’ zei ze. Ik ben bang dat de buren zullen praten als ik jullie in mijn huis laat overnachten.’
‘Wees gerust’, zei Jack. ‘ We zijn blij genoeg om in de schuur te mogen slapen. En als het weer verbetert zullen we bij dageraad vertrekken. De dame stemde in en de twee mannen gingen naar de schuur waar ze de nacht doorbrachten. De volgende ochtend was het weer opgeklaard en ze gingen verder op weg.
Ze genoten van een fantastisch skiweekend. Maar 9 maanden later kreeg Jack onverwacht een brief van een advocaat. Het duurde enkele minuten voor hij het begreep, dat het van de advocaat van de aantrekkelijke dame was, die hij tijdens het skiweekend ontmoet had . Hij ging bij zijn vriend Bob langs en vroeg: ‘Bob, herinner je je aan die knappe weduwe van die boerderij waar we 9 maanden geleden tijdens ons skiweekend verbleven?’ ‘Ja’, antwoordde Bob. ‘Euh, ben je die nacht toevallig opgestaan en naar het huis gegaan om haar te bezoeken?’ ‘Wel, euh, ja’, zei Bob een beetje verlegen dat hij betrapt was. ‘Ik moet toegeven dat ik dat gedaan heb.’ ‘En heb je mijn naam in plaats van je eigen naam gebruikt?’ Bob’s gezicht werd vuurrood en hij zei: ‘Tja, kijk, het spijt me, vriend. Ik ben bang van wel. Waarom vraag je dat?
‘Ze is net gestorven en heeft me alles nagelaten.’
De baas van een uitgeverij zoekt iemand die 500 bijbels wilt verkopen. Omdat een stotterende man de enige is die zich aangemeld heeft, krijgt hij het baantje. Tot grote verbazing van de baas verkoopt hij de volgende dag in een keer alle bijbels! Dus hij vraagt aan de stotteraar:”Hoe heb je nou zoveel biijbels in een dag kunnen verkopen?” Zegt de stotteraar:”Nnou, iikkk zzzzzzei ttegen ddde mmmensen: wwwwilt uu ddirect eeen bbijbel kkkopen of zzzal ikk hhhemm eeerst vvvvoorlezen?
Een Surinaamse zakenman moet op zakenreis naar het buitenland.
Hij roept zijn trouwe Javaanse knecht Tjokro en zegt hem dat hij op het huis moet passen en dat hij hem bij elk probleem dat zich voordoet moet bellen.
Na enkele dagen niets te hebben gehoord wordt de zakenman ongerust en belt zelf Tjokro op.
“Dag Tjokro, hoe gaat het?”
“Alles zéér slecht, meneer.”
“Waarom, wat is er gebeurd?”
“Ik heb steel van schop gebroken.”
“Maar Tjokro, potdomme, je hebt mij bijna een infarct bezorgd door te zeggen dat het slecht gaat en het is slechts de steel van de schop die gebroken is??”
Hij haalt eens diep adem en vraagt dan: “hoe is dat gebeurd?”
“Het gebeurde bij begraven van hond.”
“Wat, mijn hond?! Is ie dood? Hoe kan dat nu?”
“Hij in zwembad gevallen.”
“Maar Tjokro, hoe kan een terrier verdrinken, hij kon zwemmen als een vis!”
“Geen water in zwembad, hij erin spring, en is dood gevallen.”
“Hoe zo geen water in het zwembad, vorige week is het zwembad gereinigd en toen ik vertrok was het nog vol water!”
“Ja maar, water genomen door de brandweer om brand te blussen.”
“Welke brand, Tjokro?!”
“Huis is in brand gevlogen, meneer.”
“Mijn huis? Maar hoe is dat mogelijk?”
“Rouwdienst voor uw moeder, kaars te dicht bij gordijn en alles verbrand.”
“Is mijn moeder dood? Wij hebben vorige week pas haar 70ste verjaardag gevierd en zij was nog kerngezond!”
“Uw moeder kon andere nacht niet slapen, ging slaapmiddel vragen aan mevrouw, die was met uw beste vriend in bed en toen moeder is dood gevallen van de schrik.”
“Mijn vrouw heeft mij bedrogen met mijn beste vriend?? Kun je mij dan niets positiefs vertellen, Tjokro?”
“Jawel, meneer, herinnert u zich dat u 14 dagen geleden aidstest hebt gedaan?”
“Ja, en?!”
” Wel, is positief, meneer!”