Casino bezoeker

Johan, een frequent bezoeker van het casino, kon geen parkeerplaats voor zijn auto vinden. Hij raakt in paniek, want hij was al te laat voor zijn afspraak met vrienden die hij in het casino zou ontmoeten. Er stond heel wat op het spel. Hij keek naar boven en smeekte: “Heer, heb medelijden met mij. Als U een parkeerplaats voor mij vindt, dan zal ik de rest van van leven elke zondag naar de kerk gaan en stop ik met gokken!” Wonderlijk genoeg was er plotseling een lege parkeerplek. Johan keek weer naar boven en zei: “Laat maar zitten hoor, ik heb er al één gevonden.”

Similar Posts

  • Nieuwe medewerker

    Een jongeman is pas aangenomen in een multinationale onderneming. Op de eerste belt hij met de bedrijfscafetaria en brult: ” een koffie …. en snel een beetje …. “.
    Aan de andere kant van de lijn antwoordt een stem: ” ik denk dat u een verkeerd intern nummer heeft gedraaid. Weet u eigenlijk wel met wie u spreekt onnozelaar ?”.
    ” Heu … neen … ” antwoordt de nieuwe medewerker.
    ” Ik ben de directeur – generaal van deze firma, jij idioot.”.
    De jongeman roept nu tweemaal luider: O ja, en jij dik opgeblazen directeur – generaaltje, weet jij eigenlijk wel met wie U spreekt?”

    De directeur – generaal ietwat verrast moest toegeven dat hij het niet wist.

    Waarop de jongeman antwoordt: ” Perfect … houden zo … ” en legt de telefoon neer

  • Straf

    De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
    Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
    ‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
    ‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
    ‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
    ‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
    ‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
    ‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
    ‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
    Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
    ‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
    ‘Swen Snippers, meneer.’

  • Hond

    Om half twee ‘s nachts ging eergisteren de telefoon bij ons . Moeizaam kwam ik uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Osselaer?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn.

    “Ja, inderdaad,” mompelde ik .

    “Met Van Snick van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddellijk ophouden.”

    De volgende nacht om twee uur belde ik naar Van Snick. “Hallo?” mompelde hij slaperig.

    “Meneer Van Snick, met Osselaer van de overkant” riep ik door de telefoon!

    “Om twee uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?”

    “Meneer Van Snick, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb”.

     

  • Verbolgen dametje

    Een kantoormedewerker vraagt aan zijn vrouwelijke collega:

    “Goh, leuk truitje. Van kamelenstof gemaakt misschien?

    Zij: “Hoezo?”

    “Nou, ik dacht vanwege die ….. twee bulten…

    “ff stil ……

    Zij: “Mmmm en die leren jas van jou dan,
    die is zeker van varkensleer…

    Hij : “Hoezo ?”

    ”de kop zit d’r nog aan!”

  • Oorzaken artrose …  

    Een dronken, fel naar alcohol geurende man zat in de trein naast een priester.

    Zijn das zat vol vlekken, zijn wangen vol rode lippenstift en een halflege fles Bacardi stak deels uit de zak van zijn gekreukte vest. De man opende zijn krant en begon erin te lezen.

    Na een vijftal minuten richtte hij zich tot de priester en vroeg: “Zeg, eerwaarde, weet u de oorzaak van artrose?” “Ja, mijn zoon, dat komt door erg losbandig te leven, te veel alcohol te drinken, niet naar de mis te gaan, te slapen met prostituees, geen bad te nemen, kortom losbandig te leven in zonde.” “Oké bedankt”, mompelde de dronken man terwijl hij terug zijn krant indook. De priester, nadenkend over wat hij gezegd had en een beetje nieuwsgierig: “Neem me niet kwalijk maar hoe lang heb je al last van artrose?” “Ikke eerwaarde ? Ik heb geen artrose maar ik lees net in de krant dat de Paus er last van heeft!.”

  • Doen of we getrouwd zijn

    Een man gaat met de nachttrein naar de wintersport.
    In de slaapcoupe komt hij tot de ontdekking dat hij de ruimte moet delen met een vrouw.
    Ze stellen zich aan elkaar voor. De vrouw gaat boven slapen, de man onder.
    Ze gaan in bed liggen, maar na een kwartier roept de vrouw:
    ‘Buurman, slaapt u al?’
    ‘Nee’, zegt de man. ‘Ik heb het nogal koud’, zegt de vrouw, ‘wilt u
    misschien het raampje dicht doen?’;
    ‘Natuurlijk’, zegt de man. Hij stapt uit bed, doet het raampje dicht en gaat weer liggen.
    Na een kwartier roept de vrouw: ‘Buurman, slaapt u al?’;
    ‘Nee’, zegt de man.
    ‘Het wordt nogal benauwd’, zegt de vrouw, ‘wilt u misschien het raampje weer open doen?’;
    ‘Oke’, zegt de man. Hij stapt uit bed, doet het raampje open en
    gaat weer liggen.
    Na een kwartier roept de vrouw: ‘Buurman, slaapt u al?’;
    ‘Nee’, zegt de man.
    ‘Het begint nu toch weer koud te worden’, zegt de vrouw, maar ik heb gezien dat daar in het kastje nog een deken ligt. Wilt u die misschien voor mij pakken?’;
    ‘We zouden natuurlijk ook kunnen doen of we getrouwd zijn’, zegt de man.’;
    ‘O, zou u dat willen?’, vraagt de vrouw.
    ‘Tuurlijk !’, zegt de man.
    ‘Ah, dat lijkt me ook wel fijn’, zegt de vrouw.
    ‘Mooi’ zegt de man, ‘Kom uit uwe nest, pak zelf dat deken, kruip weer in uwe nest ,houd uwe snater en laat me slapen !!!!!’

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *