Hond

Om half twee ‘s nachts ging eergisteren de telefoon bij ons . Moeizaam kwam ik uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Osselaer?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn.

“Ja, inderdaad,” mompelde ik .

“Met Van Snick van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddellijk ophouden.”

De volgende nacht om twee uur belde ik naar Van Snick. “Hallo?” mompelde hij slaperig.

“Meneer Van Snick, met Osselaer van de overkant” riep ik door de telefoon!

“Om twee uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?”

“Meneer Van Snick, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb”.

 

Similar Posts

  • Kerstmis

    Twee dagen voor kerst belt een vader zijn Nederlandse dochter in Australië op. Hij zegt: “Ik zal maar gelijk met het slechte nieuws beginnen. Je moeder en ik hebben besloten om op eerste Kerstdag te gaan scheiden. Na 40 jaar huwelijk vinden we het mooi genoeg geweest en we hebben ervoor gekozen om nu voor ons zelf te kiezen.”
    De dochter enigszins, van haar a propos is even stil en reageert vervolgens: “Wat? Zomaar op eens? Dat kan niet! Ik kom naar jullie toe om er over te praten en jullie zullen zien dat er een oplossing is. Scheiden gaat niet gebeuren. Ik weet zeker dat mijn broer in Canada er net zo over denkt.”
    “Heb je hem al ingelicht hierover?” vraagt ze aan haar vader.
    De vader antwoord: “Nee, ik heb jou eerst gebeld. In Canada is het nu nacht, hij ligt vast te slapen.”
    De dochter: “Ik zal hem wel bellen zodra hij wakker is, we stappen allebei op het eerstvolgende vliegtuig en we praten dit stomme besluit van jullie nog eens goed door.”
    De vader stemt toe en hangt de telefoon op.
    Vervolgens zegt hij tegen zijn vrouw: “Het is gelukt! De kinderen komen hiernaartoe met Kerst en ze betalen hun tickets zelf!”

  • De bootreis

    Er zit een meisje in een café nogal sip te kijken en te zuchten. Een jongen gaat naar haar toe, en vraagt wat er aan de hand is. ‘Nou,’ zegt het meisje, ‘ik zou zo graag mijn zus eens bezoeken in Zuid-Afrika, maar de bootreis is veel te duur.’ ‘O, maar dat komt goed uit,’ zegt de jongen, ‘want ik ben matroos. Ik wil je best in mijn plunjezak het schip op smokkelen.’ ‘Dat zou geweldig zijn,’ zegt het meisje, ‘maar wat moet ik daar voor doen?’ ‘Nou,’ zegt de jongen, ‘ik kom je elke avond eten brengen. En dan zou ik het fijn vinden als ik een half uurtje bij je mag komen liggen.’ ‘Dat is wel goed,’ zegt het meisje. Dus wordt het meisje het schip op gesmokkeld. Elke avond komt de matroos haar eten brengen, en blijft dan een half uurtje bij haar. Na drie weken vindt het meisje de reis wel lang gaan duren. Ze besluit maar eens naar boven te gaan. Boven gekomen ziet ze de kapitein lopen, en aan hem vraagt ze: ‘Kapitein, duurt het nog lang voordat we in Zuid-Afrika zijn?’ ‘Nogal,’ zegt de kapitein, ‘want dit is de veerboot naar Texel.’

  • Hoogste eer

    Een paard en een ezel waren aan het twisten over wie van hun beide het hoogst aangeschreven staat.

    Dat is zeker het paard want ik mag trots zijn op mijn rijke verleden zei het paard.

    Waarop de ezel zegt : Helemaal niet, het is de ezel die het hoogst staat aangeschreven. Ik kan tenminste trots zijn op mijn toekomst! De techniek heeft het paard overbodig gemaakt, maar ezels zullen er altijd zijn…!

  • Komt een man bij de dokter

    Er komt een man bij de dokter met een briefje en daarop staat: Ik kan niet praten.
    Oké, zegt de dokter, leg uw hand maar op de tafel. En dat doet de man.
    De dokter pakt een grote hamer en slaat op de hand van de man. AAAAAAA!! %^$##$%$ roept de man.
    De dokter zegt: Goed zo, morgen leren we de B.

  • Gedronken?

    Politieagent: ‘wat heeft u gedronken?’

    bestuurder: ‘schrijf maar op een krat bier; champagne kun je toch niet schrijven … ‘

    Politieagent: ‘uw naam?’

    bestuurder: ‘Zscherboinsky-Crzcypierzak’

    Politieagent: ‘hoe schrijf je dat?’

    bestuurder: ‘met een liggend streepje’

     

  • Positief

    Een Surinaamse zakenman moet op zakenreis naar het buitenland.
    Hij roept zijn trouwe Javaanse knecht Tjokro en zegt hem dat hij op het huis moet passen en dat hij hem bij elk probleem dat zich voordoet moet bellen.
    Na enkele dagen niets te hebben gehoord wordt de zakenman ongerust en belt zelf Tjokro op.
    “Dag Tjokro, hoe gaat het?”
    “Alles zéér slecht, meneer.”
    “Waarom, wat is er gebeurd?”
    “Ik heb steel van schop gebroken.”
    “Maar Tjokro, potdomme, je hebt mij bijna een infarct bezorgd door te zeggen dat het slecht gaat en het is slechts de steel van de schop die gebroken is??”
    Hij haalt eens diep adem en vraagt dan: “hoe is dat gebeurd?”
    “Het gebeurde bij begraven van hond.”
    “Wat, mijn hond?! Is ie dood? Hoe kan dat nu?”
    “Hij in zwembad gevallen.”
    “Maar Tjokro, hoe kan een terrier verdrinken, hij kon zwemmen als een vis!”
    “Geen water in zwembad, hij erin spring, en is dood gevallen.”
    “Hoe zo geen water in het zwembad, vorige week is het zwembad gereinigd en toen ik vertrok was het nog vol water!”
    “Ja maar, water genomen door de brandweer om brand te blussen.”
    “Welke brand, Tjokro?!”
    “Huis is in brand gevlogen, meneer.”
    “Mijn huis? Maar hoe is dat mogelijk?”
    “Rouwdienst voor uw moeder, kaars te dicht bij gordijn en alles verbrand.”
    “Is mijn moeder dood? Wij hebben vorige week pas haar 70ste verjaardag gevierd en zij was nog kerngezond!”
    “Uw moeder kon andere nacht niet slapen, ging slaapmiddel vragen aan mevrouw, die was met uw beste vriend in bed en toen moeder is dood gevallen van de schrik.”
    “Mijn vrouw heeft mij bedrogen met mijn beste vriend?? Kun je mij dan niets positiefs vertellen, Tjokro?”
    “Jawel, meneer, herinnert u zich dat u 14 dagen geleden aidstest hebt gedaan?”
    “Ja, en?!”
    ” Wel, is positief, meneer!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *