Vrouwen slapen minder goed dan mannen!


Op de vlieghaven van Montreal stijgt een Jumbo Jet op naar Frankrijk. De hoofdpiloot neemt de micro en zegt: “Ik verwelkom iedereen aan boord voor de vlucht naar de vlieghaven Charles De Gaulle in Parijs. De vlucht zal verlopen zonder incidenten en ik raad de passagiers aan om na de film even de ogen te sluiten om…..” Plots wordt de verbinding enkele seconden verbroken en dan horen de passagiers een verschrikkelijke gil en de kapitein die roept :
“Oei oei oei ! ! ! ! Oh mijn God !” Daarna is alles stil.
De passagiers bekijken elkaar angstig. De hostesses lopen heen en weer. Toch blijft het vliegtuig nog op dezelfde hoogte. Plots horen ze wat gekraak uit de luidsprekers en daarna horen ze de kapitein weer. “Dames en Heren, mijn oprechte verontschuldigingen. Maar een hostess heeft een kop hete koffie op mijn schoot laten vallen. Je moet de voorkant van mijn broek eens zien !”
“Dat is niks !”, schreeuwt een passagier. “Je moet die van mij van achter eens zien !
Een boer werkt op zijn land en opeens ziet hij op de grond wat glinsteren. Hij stapt van zijn tractor, loopt naar het glinsterende object af en pakt het op. Het is een stuk spiegel. De boer had nog nooit eerder zoiets gezien en kijkt in het stuk spiegel. De boer zegt: “Hè, hij lijkt sprekend op mijn vader.” Tijdens het eten kijkt de boer nog een keer naar de spiegel. “Sprekend mijn vader”, zegt hij. Zijn vrouw vraagt: “Wat is dat, schat?” “O, niks hoor”, zegt de boer. Voor het slapen kijkt hij nog een keer in de spiegel. En weer sprekend zijn vader. Hij trekt zijn broek uit en stopt zijn spiegel in zijn zak. Zijn vrouw vertrouwd het niet en midden in de nacht wanneer haar man slaapt, kijkt ze in de zak van de boer. Ze haalt het stuk spiegel er uit en kijkt er goed in. Zegt de Vrouw: “Ik wist het wel, hij heeft een ander. En nog een lelijke ook!…”
Er loopt een man door het Springendal. Plotseling komt hij op een kale plek en ziet voor zich een touw hangen. Hij kijkt waar het touw vandaan komt, maar dat touw verdwijnt gewoon in de wolken… zo hoog. De man wordt nieuwsgierig en klimt naar boven. Hij klimt en klimt en klimt en klimt… tot hij bij de Hemelpoort komt. Petrus kijkt de man verbijsterd aan. ‘Wat doet u hier, het is nog lang uw tijd niet!’ De man legt uit hoe hij er is gekomen is en vraagt:’Goh, nu ik hier toch ben.. mag ik dan even een kijkje nemen?’ Petrus haalt zijn schouders op en zegt:’Waarom ook niet, als je maar zorgt dat je stipt om 2 uur terug bent. Dan haal ik het touw weg en is er geen weg terug.’ De man stemt in en hij verdwijnt de hemel in. En het is er prachtig! Mooi weer… mooie stranden… mooie vrouwen… gratis bier en hapjes…noem maar op! Je snapt het natuurlijk al, de man vergeet helemaal de tijd. Om 3 uur slaat de schrik hem om het hart en hij spurt terug naar de Hemelpoort en jawel hoor… het touw is weg. Petrus ziet de man en haalt zijn schouders op: ‘Sorry hoor, ik heb je gewaarschuwd! Er is geen weg meer terug. Ga maar weer de hemel in.’ De man begint te smeken of hij a.u.b. weer terug mag… zijn werk op aarde is nog niet af… vrouw en kinderen kunnen hem nog niet missen, etc…, etc…. Petrus laat zich uiteindelijk vermurwen. ‘Het enige wat ik voor je kan betekenen is je veranderen in een spin. Dan kun je zelf een draad spinnen en je naar beneden laten zakken. Eenmaal op aarde verander je vanzelf weer in een mens.’ De man stemt in, wat moet hij anders. En Petrus verandert hem in een spin. De man/spin laat zich aan zijn eigen draad zakken en jawel hoor, 30 meter boven de grond is het spinrag op. De man is wanhopig. ‘Zo kan ik toch niet blijven hangen?’, denkt hij en hij perst er nog een stuk spinrag uit… jawel… weer 5 meter verder…. ‘ ‘Nee,’ denkt die man, da’s me nog te hoog! ‘Hij haalt heel diep adem en ‘mmmmmppppppffffff,’ hij probeert er weer wat spinrag uit te persen…. Op dit moment maakt zijn vrouw hem wakker: ‘JOOP!!!!! wakker worden…. je schijt het hele bed onder!!!’
Voor het eerst in de geschiedenis rijdt een blondine een F1-wedstrijd. Na afloop blijkt dat ze 75 pitsstops nodig heeft gehad: drie om te tanken, vier om banden te wisselen en 68 om de weg te vragen.
Een man des huizes had net een maaltje slakken op en zeurde: “Ik lust er nog wel een paar vrouw, want zoals jij ze maakt, maakt niemand ze.” “Nou jong, dan zal jij ze zelf moeten gaan halen.” “Geen punt!” Nadat hem de weg was uitgelegd, waar hij ze moest gaan halen, ging hij fluitend de deur uit. Daar aangekomen: “Ik had graag nog wat slakken.” “Ja”, zei die slakkenboer, “ik heb er zoveel verkocht dat ik geen verpakkingen meer heb.” “Dat geeft niet”, zegt de man, terwijl hij zijn trui openhield. En zo ging ook naar huis. Maar onderweg kwam hij enkele vrienden tegen die vroegen om met z’n allen wat te gaan drinken. “Néé jongens!” Na wat zeuren … nou goed ééntje dan. Het werden er enkele meer en de tijd vloog om. “Jongens ik moet naar huis,” zei hij met een dikke tong. Zo schommelde hij even later naar huis. Thuis aangekomen kreeg hij de huissleutel niet meteen in het sleutelgat. Terwijl hij gebukt stond te richten, vielen de nog levende slakken vanuit zijn trui op de grond. Net toen hij de slakken weer terug wilde doen in zijn trui, vloog plots de deur open en daar stond zijn woedende vrouw. Eer dat zij de kans kreeg om hem de les te lezen, zei hij al lallend: “…allee jongens, nóg tien centimeter …. dan zijn we thuis!”