Blondine
Voor het eerst in de geschiedenis rijdt een blondine een F1-wedstrijd. Na afloop blijkt dat ze 75 pitsstops nodig heeft gehad: drie om te tanken, vier om banden te wisselen en 68 om de weg te vragen.
Voor het eerst in de geschiedenis rijdt een blondine een F1-wedstrijd. Na afloop blijkt dat ze 75 pitsstops nodig heeft gehad: drie om te tanken, vier om banden te wisselen en 68 om de weg te vragen.
Een goochelaar zat op een cruiseschip en deed allerlei trucjes. Jante keek toe met arendsogen en doorzag iedere truc van de goochelaar, hij zei dan ook steeds hoe de truc in elkaar stak, het ging ongeveer zo: “De kaart zit in je broekzak!” of “Dat konijn kwam uit die doos!” … Die goochelaar was het na een tijdje helemaal zat dat Jantje de hele tijd zei hoe zijn trucs in elkaar zaten, dus stopte hij maar mee. De dag erop verging het schip en alleen de goochelaar en Jantje konden zich redden door te dobberen op een stuk drijvend hout. Na een uur of 3 uur zei Jantje: “Ok, ik geef het op, waar heb je het schip gelaten?”
De juffrouw in ‘t school helpt kleine Josje met het aantrekken van zijn schoentjes. Met heel veel moeite krijgt ze die schoentjes aan zijn voetjes. Zegt Josje: “die schoentjes zitten aan de verkeerde voet”. Ze kijkt geërgerd naar die schoentjes en inderdaad zitten ze verkeerd om. Ze heeft evenveel moeite om die schoentjes weer uit te doen en aan de goeie voet te trekken terwijl ze in zichzelf denkt :”waarom zegt die snotneus dat niet direct”. Als ze met heel veel innerlijk gevloek die schoentjes weer aan heeft getrokken zegt Josje :”da zijn mijn schoentjes ni”…! De juffrouw ontploft bijna van woede en terwijl ze die schoentjes weer uittrekt vraagt ze :”en waarom zeg je dat nu pas?” zegt Josje :”dat zijn de schoentjes van mijn broer en mama heeft gezegd dat ik deze moet aandoen tegen de kouwe voetjes”. De juffrouw krijgt bijna een hart aanval. Ze begint weer hevig met die schoentjes te vechten om ze opnieuw aan te trekken. Als dat eindelijk is gelukt vraagt ze: “en waar zijn je handschoentjes?”,
Zegt Josje :”die zitten voor in mijn schoentjes “…
Een toerist is op vakantie in de woestijn, en hij wil tocht maken op een kameel. Hij gaat naar een kameeldrijver om een kameel te huren. Die zegt: “Als je wilt dat hij gaat lopen moet je ‘poeh’ zeggen. Als je wilt dat de kameel gaat rennen moet je ‘poehpoeh’ zeggen. Als de kameel moet stoppen roep je ‘hola’. De man rijdt een tijdje rond op een kameel. Opeens ziet hij dat het kameel op een ravijn afrent. Snel roept hij ‘Hola!’, en de kameel stopt nét voor de afgrond. De man haalt opgelucht adem, en zegt “poehpoeh”!
Er komt een Belg bij de Canadese grens. Hij zegt tegen de douanebeambte: “Ik wil graag emigreren.” De douanebeambte zegt: “Daar moet je wel werk voor hebben.” “Dat heb ik,” zegt de Belg, “ik ben houthakker.” “Zo,” zegt de douanier, “en waar ben jij dan houthakker geweest?” “In de Sahara,” zegt de Belg. “In de Sahara?” zegt de douanier, “maar daar staan toch helemaal geen bomen?” “Nee,” zegt de Belg, “nu niet meer!”