Het brein van een miljonair

Een Nederlands-Canadese zakenman  gaat een bank in Toronto binnen en vraagt om een gesprek met iemand van de kredietenafdeling. De zakenman vertelt dat hij twee weken naar Nederland gaat voor zaken en dat hij een lening nodig heeft van $5,000. De bankmedewerker zegt dat dat zeker kan, maar dat de bank voor een dergelijke lening aan een nieuwe klant wel een onderpand nodig heeft. “Dat is begrijpelijk,” zegt de zakenman en hij overhandigt de sleutels van zijn gloednieuwe Lamborghini sportwagen die voor het bankgebouw geparkeerd staat. Hij geeft de bankmedewerker ook de autopapieren en na controle blijkt alles in orde te zijn. De bankmedewerker accepteert de auto als onderpand voor de lening en rijdt hem voorzichtig de beveiligde ondergrondse parkeergarage van de bank in. De zakenman krijgt zijn lening en vertrekt naar Nederland. De medewerker vertelt de bankdirecteur van het gebeurde en samen lachen ze nog even hartelijk om de stupiditeit van de zakenman, om een auto die zeker $250.000 waard is te gebruiken als onderpand voor een lening van $5.000. Twee weken later komt de zakenman terug. Hij betaalt de lening van $5,000 af plus $15,41 aan rente. De bankmedewerker zegt: “wij danken u heel hartelijk voor uw klandizie, maar zijn wel een beetje verbaasd. We hebben een en ander nagetrokken en zijn er inmiddels achter dat u de eigenaar bent van een aantal grote bedrijven, dat u multi-miljonair bent en dat u toch nauwelijks een leninkje van $5.000 nodig heeft voor een tripje naar Nederland. Of wel soms?”

De zakenman grinnikt en zegt: “Natuurlijk niet, maar waar anders kan ik in Toronto voor $15,41 mijn auto twee weken parkeren en ook nog verwachten dat hij er heelhuids staat als ik terugkom!”

Similar Posts

  • De Moraal

    Kinderen van een lagere school krijgen les over moraal. Ze krijgen als opdracht thuis aan hun ouders te vragen een verhaal te vertellen waaraan een moraal hangt. Wanneer ze terug in de klas komen, mogen ze dat verhaal vertellen.
    Mieke vertelt:
    “Mijn ouders zijn kippenboeren, ze hebben een legbatterij. Op een dag hadden ze in de auto een mand eieren staan. Ze reden over een grote bobbel in de weg, waardoor de eieren braken”.
    De moraal luidt: “Wees zeer voorzichtig met fragiele voorwerpen”.
    Elsje vertelt:
    “Mijn ouders hebben ook een kippenboerderij, maar zij kweken kuikentjes. Op een dag hadden ze wel twintig eitjes. Ze verwachtten dus ook twintig kuikentjes. Ze verzorgden de eitjes heel goed, maar er zijn er maar vijftien van uitgekomen”.
    De moraal luidt: “Tel je kuikentjes pas als ze uitkomen”.
    Dan vraagt de juf aan Ellen:”En hebben jouw ouders ook een verhaal verteld?”
    “Ja”, antwoordt Ellen, mijn papa heeft ons verteld over zijn zus, tante Annie.
    Onze tante Annie woont in Amerika en is daar bij het leger. Ze is piloot bij de luchtmacht en heeft meegevochten in Irak. Op een dag werd haar vliegtuig geraakt en moest ze springen. Het enige dat ze bij zich had was een fles whisky, een machinegeweer en een zakmes. Terwijl ze aan haar parachute bengelde, dronk ze de fles whisky leeg, dan was ze die alvast kwijt.
    Toen ze beneden kwam, werd ze omsingeld door wel zeventig Irakezen. Ze pakte haar machinegeweer en schoot er vijftig van neer, toen waren haar kogels op.
    Met haar zakmes kon ze er nog vijftien doden, toen brak het mes af.
    De vijf laatste heeft ze met haar blote handen gedood.
    De juf kijkt Ellen ontdaan aan en vraagt na enige stilte: “En heeft je papa je ook een moraal bij dat verhaal verteld?”
    Ellen antwoordt: “Jazeker, je kunt beter uit de buurt van tante Annie blijven als ze gezopen heeft.

  • Een pastoor

    Een pastoor, die een wandeling maakt in de vrije natuur, komt in het drijfzand terecht.

    Wanneer hij ongeveer tot over zijn enkels is weggezakt, passeert er een brandweerwagen.

    “Heeft u hulp nodig?” vragen de brandweerlieden.

    “Nee dank u, niet nodig, “de Heer zal me bijstaan!”, antwoord de pastoor.

    Wanneer hij tot zijn middel is weggezakt, passeert de brandweerwagen hem opnieuw en de brandweerlieden vragen: “Heeft u hulp nodig?”

    “Nee, nee, dank u, niet nodig, de Heer zal me bijstaan!”, antwoordt de pastoor weer.

    Wanneer alleen het hoofd van de pastoor nog boven het zand uitsteekt, passeert de brandweerwagen voor de derde maal.

    “Heeft u nog steeds geen hulp nodig?”, vragen ze.

    “Nee, nee, nee, niet nodig, de Heer zal me redden!”, antwoordt de pastoor.

    Uiteindelijk verdwijnt de Pastoor helemaal in het zand!!!!

    Aangekomen in het paradijs zegt hij tot God: “Ik ben echt wel naïef. Ik dacht werkelijk dat U me te hulp zou komen!”

    Waarop de Heer antwoordt: “Ik heb je 3x de brandweer gestuurd. Ik zie niet in wat ik nog meer kon doen……!”

  • IJsheiligen

    De pastoor is in de sacristie gestruikeld over een paar schaatsen.

    “Zeg op, van wie zijn ze”? vraagt hij aan de misdienaars.

    “Waarschijnlijk van één van de ijsheiligen”, antwoordt Jantje.

  • Bij de dokter

    Man bij dokter: “Dokter ik word zo vergeetachtig en doof.”
    De dokter kijkt eerst eens in het oor en ziet een wit puntje. Na wat gepruts met een pincet komt er een zetpil tevoorschijn!
    Man: “Oh, nu snap ik ook ineens waar mijn gehoorapparaat gebleven is!”

  • Foutje

    In een klooster komt de bisschop op bezoek. Hij wordt opgevangen door moeder overste en uiteraard een gezellige babbel met koffie, thee, een lekker abdijbiertje , een stukje taart en zoveel meer. Nu nodigt moeder overste hem uit om het middagmaal met hen te nuttigen en hij wijst dat niet af. Hij vraagt moeder overste om toch eens het klooster te mogen zien en dat gebeurd, maar je weet ook waar de slaapcellen van de zuster zusters zijn, die zijn allemaal in de de gang rondom gelijkvloers met in midden een mooi bloemen perk. Plots ziet hij daar een celdeur opengaan, waar een zuster komt buiten gestormd met een kindje in haar armen.

    Heel verwonderd vraagt hij : ” IS DIT SOMS EEN KLOOSTER GEHEIMPJE MOEDER ? “

    Heel spontaan antwoord ze : “NEEN, DAT IS EEN KARDINALE FOUT ! “.

  • Wandelaars

    Een parkwachter gaf instructies aan een groep wandelaars. Hij waarschuwde: “Het is niet uitgesloten dat u een grizzlybeer tegen komt. Maar grizzly’s gaan mensen meestal uit de weg, en daarom is het goed als u een aantal belletjes aan uw rugzak bevestigt. Dan horen ze u aankomen en krijgen ze de kans om te vluchten. In de kampwinkel kunt u belletjes kopen voor twee Euro per stuk. Als u uitwerpselen van een grizzlybeer op uw pad vindt, kunt u maar beter maken dat u wegkomt!” “Maar hoe weten we of het de poep van een grizzly is?” vroeg een van de wandelaars. “Oh, geen probleem. Dat ziet u meteen. Uitwerpselen van de grizzly’s zitten namelijk vol met belletjes”.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *