• Vooruit denken

    De ene ondernemer tegen de andere: “Waarom zijn jouw medewerkers altijd op zo netjes tijd?”
    Heel eenvoudig: 30 medewerkers, maar slechts 20 parkeerplaatsen!”

     

  • Lepel

    Een dorpspastoor kreeg bezoek van een jongere collega. Tijdens het eten merkt de jonge pastoor op dat de oude pastoor veel zat te kijken naar zijn huishoudster. De jonge pastoor zei dit en de oude pastoor verzekerde dat er niks tussen hem en zijn huishouder was. Een week later vertelde de huishoudster dat er een lepel ontbrak. De oude pastoor belt naar de jonge collega en zegt: “Ik zeg niet dat je die lepel hebt, maar heb je hem, ja of nee?” Het antwoord van de jonge pastoor was: “Als je in je eigen bed sliep, meneer pastoor,  had je hem allang gevonden!”

  • Juf en Wasmachine

    Jantje vraagt aan zijn vader: Wat is het verschil tussen een juf en een wasmachine?

    Toen zijn vader aangaf da hij het niet wist zei Jantje:

    Een wasmachine werkt op elektriciteit en een juf werkt op mijn zenuwen

  • Scheten

    Een klein oud vrouwtje gaat naar de dokter en zegt: “Dokter, ik heb een probleem met gasvorming. Het stoort me eigenlijk niet, want mijn winden zijn altijd stil en ruiken niet. Eigenlijk heb ik sinds ik hier binnen gekomen ben al minstens 20 winden gelaten. U hebt er vast niets van gemerkt, want ze ruiken niet en zijn altijd stil.” De dokter: “Ik begrijp het, neem dit medicijn en kom volgende week nog maar eens terug.” De week erna komt het vrouwtje terug bij de dokter. “Dokter, ik weet niet wat u mij gegeven heeft, maar mijn winden…. Ze zijn nog steeds geluidloos, maar ze stinken verschrikkelijk!” De dokter zegt: “Goed zo, nu uw neusholtes weer open zijn zullen we eens kijken wat we aan uw gehoor kunnen doen.”

  • Waterput

    Twee mannen lopen over een heide en zien een waterput. Ze lopen er naartoe en vragen zich af hoe diep die put eigenlijk is. Ze pakken een steentje, gooien het in de put, maar horen het niet de bodem raken. “Vreemd”, zegt de een. “Zou ‘ie zó diep zijn?” Ze gaan een grotere steen zoeken en gooien die ook in de put. Ze buigen voorover om te horen wanneer de steen de bodem raakt. Wéér geen geluid. Nu zien ze een hele grote zware steen, een grote rots, liggen en pakken die met z’n tweeën op. Ze strompelen naar de put en weten de rots over de rand te kieperen. Ze luisteren vol spanning en horen ineens hoefgetrappel achter zich. Ze draaien zich om en zien een geit keihard aan komen rennen en die duikt zo de put in. Stomverbaasd kijken ze elkaar aan. Na een kwartier komt er een herder aanlopen. “Hebben jullie mijn geit gezien?” “Nou”, zegt de een, “er dook hier net wel een geit met een rotgang deze put in.” “Nou”, zegt de herder, “dat kan niet want die zat aan een rots vast.”

  • Vliegenjacht

    Een vrouw komt thuis en ziet haar man op vliegenjacht met een vliegenmepper. Zij vraagt wat hij doet en hij zegt:Ik ben op vliegenjacht en ik heb er al 5 gedood, 3 vrouwtjes en 2 mannetjes. Hoe weet jij dat? vraagt de vrouw. Nou, zegt de man:2 zaten op mijn bierflesje en de andere 3 zaten op de telefoon.

  • Dikke en Dunne

    Er loopt een dikke man over straat met naast ‘m zijn hele dunne vriend. De dikke man zegt tegen de dunne:

    “Als ik jou zie, dan denk ik altijd dat er in Nederland hongersnood heerst.”

    Waarop zijn dunne vriend antwoordt:

    “En als ik jou zie, dan denk ik dat jij daar de oorzaak van bent!”

  • Wat is Politiek

    Een zoon vraagt aan zijn vader: ‘Pap, wat is eigenlijk politiek?’

    Vader zegt: ‘Jongen, dat is heel eenvoudig. Kijk, Ik breng het geld thuis, dus ben ik het KAPITALISME.’

    ‘Je moeder beheert het geld, dus is zij de REGERING.’

    ‘Opa ziet er op toe dat alles her ordentelijk verloopt. Hij is de OVERHEID.’

    ‘Het dienstmeisje is de ARBEIDERSKLASSE.’

    ‘Wij hebben allen maar een doel voor ogen namelijk jouw welzijn. Daarom ben jij het VOLK.’

    ‘Je kleine broertje die nog in de luiers loopt is de TOEKOMST.’

    Snap je het?

    De zoon denkt na en vraag of hij er een nachtje over mag slapen.

    ‘s Nachts wordt hij wakker omdat zijn kleine broertje in zijn luier heeft gepoept en vreselijk schreeuwt. Omdat hij niet weet wat hij moet doen gaat hij naar de slaapkamer van zijn ouders. Daar ligt alleen zijn moeder en die slaapt zo vast dat hij haar niet wakker krijgt. Daarom gaat hij naar de kamer van het dienstmeisje waar hij ziet dat zijn vader bij haar in bed ligt en ze zijn met hele vreemde dingen bezig. Hij ziet dat Opa onopvallend door het raam toekijkt. Ze zijn allemaal zo druk dat niemand merkt dat hij voor het bed staat. Daarom besluit de jongen onverrichterzaken weer te gaan slapen…

    De volgende ochtend vraagt vader aan zijn zoon of hij met zijn eigen woorden kan uitleggen wat politiek is.

    Ja zegt de zoon: ‘Het KAPITALISME misbruikt de ARBEIDERSKLASSE terwijl de OVERHEID toekijkt en de REGERING slaapt. Het VOLK wordt volkomen genegeerd en de TOEKOMST ligt in de STRONT!’