Juf en Wasmachine
Jantje vraagt aan zijn vader: Wat is het verschil tussen een juf en een wasmachine?
Toen zijn vader aangaf da hij het niet wist zei Jantje:
Een wasmachine werkt op elektriciteit en een juf werkt op mijn zenuwen
Jantje vraagt aan zijn vader: Wat is het verschil tussen een juf en een wasmachine?
Toen zijn vader aangaf da hij het niet wist zei Jantje:
Een wasmachine werkt op elektriciteit en een juf werkt op mijn zenuwen
De meester vertelt dat er menseneters hebben bestaan. Vraagt hij: “In welke streken kwamen die voor?” “In Volendam.” beweert Marieke.
“Hoe kom je daar nu bij?” vraagt de meester hoogst verbaasd.
“Dat staat in het aardrijkskundeboek.” antwoordt Marieke.
“Daar staat dat de bewoners daar leven van de toeristen!”
Op de hoek van de straat staat een man met een hond naast hem. Een andere man komt voorbij, bekijkt de hond en vraagt: ‘Bijt uw hond?’ ‘Nee,’ zegt de man. De ander streelt de hond en wordt in zijn hand gebeten. Terwijl hij zijn bloedende hand met een zakdoek verbindt, zegt hij kwaad: ‘Ik dacht dat jij gezegd had dat je hond niet zou bijten!’ ‘Dat klopt,’ zegt de eerste man. ‘Maar dit is mijn hond niet…..’
De meester geeft natuurkundeles. “Bij hitte zet iets uit, maar bij kou krimpt iets. Wie kan daar een goed voorbeeld van geven?” Mark: “De zomervakantie duurt acht weken, maar de kerstvakantie duurt maar veertien dagen, meester!”
De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
‘Swen Snippers, meneer.’
Een goochelaar zat op een cruiseschip en deed allerlei trucjes. Jante keek toe met arendsogen en doorzag iedere truc van de goochelaar, hij zei dan ook steeds hoe de truc in elkaar stak, het ging ongeveer zo: “De kaart zit in je broekzak!” of “Dat konijn kwam uit die doos!” … Die goochelaar was het na een tijdje helemaal zat dat Jantje de hele tijd zei hoe zijn trucs in elkaar zaten, dus stopte hij maar mee. De dag erop verging het schip en alleen de goochelaar en Jantje konden zich redden door te dobberen op een stuk drijvend hout. Na een uur of 3 uur zei Jantje: “Ok, ik geef het op, waar heb je het schip gelaten?”
Een man zoekt al dagen naar z’n hoed. Uiteindelijk is die niet te vinden. Hij beslist dan maar om zondags naar de kerk te gaan en achteraan plaats te nemen. Tijdens de dienst zou hij dan er vanonder muizen en een van de hoeden nemen die achteraan worden geplaatst. Die zondag gaat hij naar de kerk en zet zich achteraan. De dienst ging over de 10 geboden. De man bleef de gehele dienst zitten i.p.v. vroeger door te gaan en na de dienst gaat hij nog even bij mijnheer pastoor. ‘Vader,’ zegt hij, ‘ik moet wat bekennen. Ik kwam hier vandaag om een hoed te stelen, maar na jouw preek heb ik beslist dit niet meer te doen, waarvoor dank.’ De priester zei hem: ‘God zegene u mijn zoon! Was het tijdens m’n uiteenzetting over: ‘gij zult niet stelen’, dat je het besef kreeg dat je verkeerd zat?’
‘Neen,’ zegt de man, ‘het was tijdens je preek over overspel. Toen je daarover begon, wist ik weer waar ik hem had gelaten.’