Vooruit denken
De ene ondernemer tegen de andere: “Waarom zijn jouw medewerkers altijd op zo netjes tijd?”
Heel eenvoudig: 30 medewerkers, maar slechts 20 parkeerplaatsen!”
De ene ondernemer tegen de andere: “Waarom zijn jouw medewerkers altijd op zo netjes tijd?”
Heel eenvoudig: 30 medewerkers, maar slechts 20 parkeerplaatsen!”
De kastelein vraag aan de man aan de bar wat hij wenst te drinken. ”Geeft u mij een pilsje”, zegt de man ”en geef die man met die pet op aan het tafeltje er ook een van mij.”
Zo gezegd, zo gedaan. Als de man aan de bar zijn pilsje leeg drinkt zegt hij tegen de kastelein: “geeft u mij nog een pilsje en die man met de pet op geeft u ook nog een van mij”. Dat tafereel speelt zich zo nog vijf keer af, waarop de vriend van de man met de pet zegt: “geef mij jouw pet eens even, dan krijg ik ook eens iets van die kerel te drinken”. ”Oké” zegt de pettenman en geeft zijn vriend zijn pet.
Vervolgens zegt de man aan de bar tegen de kastelein: “mag ik nog een pilsje van u en geef de man tegenover die met de pet op ook eens een van mij, want die ander heeft er al genoeg van mij gehad !”
Man bij dokter: “Dokter ik word zo vergeetachtig en doof.”
De dokter kijkt eerst eens in het oor en ziet een wit puntje. Na wat gepruts met een pincet komt er een zetpil tevoorschijn!
Man: “Oh, nu snap ik ook ineens waar mijn gehoorapparaat gebleven is!”
Een klein oud vrouwtje gaat naar de dokter en zegt: “Dokter, ik heb een probleem met gasvorming. Het stoort me eigenlijk niet, want mijn winden zijn altijd stil en ruiken niet. Eigenlijk heb ik sinds ik hier binnen gekomen ben al minstens 20 winden gelaten. U hebt er vast niets van gemerkt, want ze ruiken niet en zijn altijd stil.” De dokter: “Ik begrijp het, neem dit medicijn en kom volgende week nog maar eens terug.” De week erna komt het vrouwtje terug bij de dokter. “Dokter, ik weet niet wat u mij gegeven heeft, maar mijn winden…. Ze zijn nog steeds geluidloos, maar ze stinken verschrikkelijk!” De dokter zegt: “Goed zo, nu uw neusholtes weer open zijn zullen we eens kijken wat we aan uw gehoor kunnen doen.”
Een man wordt aangesteld om het gras bij de kerk te maaien. De tuinman die er al enkele jaren werkt komt naar hem toe en zegt: straks komt de pastoor langs en hij stelt jou enkele vragen. Zoals? Vraagt de man. Bijvoorbeeld: Waar werd jezus geboren? Ik zou het niet weten zegt de man. Dat was in Bethlehem. Bethlehem, ik zal het onthouden zegt de man. Nog een vraag die hij kan stellen is wie scheidde de zee? Dat weet ik ook niet zegt de man. Dat was Mozes zegt de tuinman. Oh ja zegt de man? Maar dit kan ik moeilijk onthouden allemaal. Dat is geen probleem zegt de tuinman, je schrijft het gewoon op je grasmaaier. Even later komt de pastoor er aan en zegt: Goeiedag beste man, voordat je begint wil ik je eerst een paar vragen stellen. “Oké” zegt de man. Waar werd jezus geboren? De man kijkt op zijn grasmaaier en zegt: in Bethlehem, pastoor. Dat is goed en nu de 2de vraag: wie scheidde de zee? De man kijkt weer op zijn grasmaaier en zegt: Mozes, pastoor. Dat is ook goed zei de pastoor en nu de laatste vraag: wie waren de eerste 2 mensen op aarde?
De man kijkt op zijn grasmaaier en zegt; BLACK & DECKER!
De juffrouw in ‘t school helpt kleine Josje met het aantrekken van zijn schoentjes. Met heel veel moeite krijgt ze die schoentjes aan zijn voetjes. Zegt Josje: “die schoentjes zitten aan de verkeerde voet”. Ze kijkt geërgerd naar die schoentjes en inderdaad zitten ze verkeerd om. Ze heeft evenveel moeite om die schoentjes weer uit te doen en aan de goeie voet te trekken terwijl ze in zichzelf denkt :”waarom zegt die snotneus dat niet direct”. Als ze met heel veel innerlijk gevloek die schoentjes weer aan heeft getrokken zegt Josje :”da zijn mijn schoentjes ni”…! De juffrouw ontploft bijna van woede en terwijl ze die schoentjes weer uittrekt vraagt ze :”en waarom zeg je dat nu pas?” zegt Josje :”dat zijn de schoentjes van mijn broer en mama heeft gezegd dat ik deze moet aandoen tegen de kouwe voetjes”. De juffrouw krijgt bijna een hart aanval. Ze begint weer hevig met die schoentjes te vechten om ze opnieuw aan te trekken. Als dat eindelijk is gelukt vraagt ze: “en waar zijn je handschoentjes?”,
Zegt Josje :”die zitten voor in mijn schoentjes “…
Stijn zegt tegen Kim: “Wist jij dat ik zonder wekker of horloge precies weet hoe laat het is?” “Wat knap, hoe dan?, vraagt Kim. “Nou”, zegt Stijn, “als ik ’s nachts op mijn balkon sta en mijn musicalnummers oefen, roept mijn buurman: “Hé buurman, sssst, het is vier uur ’s nachts!”