• Telefoonkosten

    De telefoonrekening is heel erg hoog. Vader roept het hele gezin bij elkaar. ‘Zo’n telefoonrekening, dat kan niet meer. Waar zijn jullie mee bezig? Ik ben het niet, ik bel altijd op het werk.’ Moeder reageert: ‘Ja maar, ik gebruik ook altijd de telefoon op mijn werk. Ik ben het ook niet.’ Waarop de dochter zegt: ‘Ik zeker niet, ik doe mijn gesprekken met de telefoon op mijn stageplaats.’ Alle blikken wenden zich naar de schoonmaakster, waarop die reageert : ‘ Wat is er plotseling aan de hand? Iedereen belt hier toch vanaf zijn werk !’

  • Te LAAT VOOR EEN SCHRIFTELIJK EXAMEN

    Vier studenten aan de hogeschool arriveerden maar liefst twintig minuten te laat op een belangrijk schriftelijk examen. De betrokken hoogleraar, die zelf surveilleerde, deelde de studenten mee dat ze te laat waren en om die reden niet meer aan het examen konden deelnemen. De studenten probeerden de hoogleraar te vermurwen en voerden als excuus aan, dat ze gevieren met de auto waren gekomen en dat deze een lekke band had gehad. In dat geval, zo vond de hooggeleerde, verdienden de vier heren een extra kans; een schriftelijk examen bij hem thuis, de week daarop, op hetzelfde tijdstip. Vanzelfsprekend was het viertal die dag stipt op tijd. Elke student kreeg een aparte kamer toegewezen met een stoel en tafel, waarop een gesloten omslag lag met de examenvragen. Het gevreesde examen bestond uit slechts één vraag: ”Welke band was lek?”

  • Zwarte Piet

    Zwarte Piet was na een natte koude nacht op het dak verkouden geworden. Hij ging naar de apotheek en vroeg aan de verkoper: “heeft u iets tegen hoesten?”. Antwoord die verkoper: “Nee hoor, ga gerust uw gang.”

  • De badkuip-dementie test

    Tijdens een bezoek aan een verpleeghuis, vroeg ik aan de directeur wat het criterium is om een patiënt opgenomen te krijgen.

    Wel zei de directeur, we vullen een badkuip met water, dan krijgt de patiënt een theelepel, een theekop en een emmer. Dan vragen we hem/haar om de badkuip leeg te maken.

    Oh, ik snap het, zei ik , een normaal persoon gebruikt de emmer, omdat die groter is dan een theelepel of een theekop.

    Nee, zei de directeur, een normaal persoon zou de stop uit de badkuip trekken. Wilt u een bed bij het raam of in het midden?

  • Doof worden

    • Twee zestigers praten met elkaar over ouder worden. Zegt Jan: “Het probleem bij vrouwen is dat ze weigeren te aanvaarden dat ze ouder worden. Ze gebruiken allerlei trucjes om het te verbergen.” “Gij hebt het bij het rechte eind” zegt Piet. “Ik ken een middel om hen te ontmaskeren. Als gij wilt weten of uw vrouw hardhorig wordt ga dan op tien meter van haar vandaan zitten en stel een vraag. Als ze niet antwoordt ga je op vijf meter afstand zitten en stel de vraag opnieuw, dan op twee meter en tenslotte op ? meter.” Jan vindt het een schitterend idee en thuis gekomen neemt hij meteen de proef op de som. Terwijl vrouw lief in de tuin de was ophangt gaat hij op een tiental meter van haar vandaan zitten en vraagt: “Schat, wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij verkleint de afstand met ongeveer de helft en stelt de vraag opnieuw: “Schat, wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij komt nog dichterbij zitten en vraagt: “Schat, wat eten we deze middag?” Opnieuw geen antwoord. Hij begrijpt er helemaal niets van, gaat naast haar staan en vraagt luid en klaar: Schat, wat eten we deze middag?” De vrouw draait zich om, kijkt hem geërgerd aan en antwoordt: “Voor de vierde keer, kip met frieten!”
  • Vervelen

    Jantje zit zich te vervelen. de meester komt naar Jantje en zegt: “Jantje waarom maak je geen tekening van een koe?” “ok,” zegt Jantje. Een uur later komt de meester kijken. Jantje zit met een leeg papier voor zich. Zegt de meester: “waarom heb je nog niks gemaakt? waar is het gras?” Zegt jantje: “dat gras heeft de koe opgegeten.” Zegt meester: “waar is de koe dan?” Zegt Jantje: “serieus meester, denk je dat de koe blijft staan als het gras op is?”

  • Opscheppen over de kinderen

    Twee moeders zitten in het park op een bankje. Zegt de ene moeder: “Mijn kind van twee kan zijn naam al schrijven.” Zegt de ander: “Mijn kind van twee kan zijn naam zelfs al achterstevoren schrijven.” “O, wat knap! Hoe heet uw kind dan?”. “Mijn kind heet Bob”.

  • Worteltjes taart

    Er komt een konijn bij de bakker en vraagt: ‘Heeft u worteltjestaart?’ ‘Nee’, antwoordt de bakker. De volgende dag komt het konijn weer bij de bakker en vraagt: ‘Heeft u worteltjestaart?’ ‘Nee’, antwoordt de bakker. De volgende dag komt het konijn weer en vraagt: ‘Heeft u  worteltjestaart?’ ‘Nee’, antwoordt de bakker weer. Die avond heeft de bakker medelijden met het konijn en bakt een taart. De volgende dag komt het konijn weer bij de bakker en vraagt: ‘Heeft u worteltjestaart?’ ‘Ja’, antwoordt  de bakker trots. Zegt het konijn: ‘Vies, hè?’

  • Twee tachtigers

    • Twee tachtigers Louis en Simon zitten op een bank in het park.
      Zegt Louis opeens: Ik heb zin in een ijsje!
      Simon: ” Ik zal ze gaan halen, wat wil je van smaak?”
      -“2 bollen chocolade en jij?”
      – “Voor mij twee vanille?”
      Antwoordt Louis: ” Je kunt het beter opschrijven, want je gaat dat zeker vergeten!” 
      -“Maar nee: de ijskar staat hier vlak voor ons”!
      -“Schrijf het op, want je gaat het vergeten, zeg ik u!”
      -“Nee, nee ik ga niks vergeten!”
      Simon staat grommelend recht:
      “Twee chocolat, twee vanille… twee ch?” 
      Na een lang kwartier komt Simon terug met twee braadworsten en twee zakjes frites.
      Zegt Louis “En waar is de mosterd ? ” “Gedoeme, vergeten !” “Zie wel dat je dat moest opschrijven !”
  • Telefoon

    • Om half vier ‘s nachts ging de telefoon bij Frits. Moeizaam kwam hij uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Van Rensburg?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn. “Ja, inderdaad,” mompelde Frits. “Met Smit van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddelijk ophouden.” De volgende nacht om drie uur ging de telefoon bij Smit. “Hallo?” mompelde hij slaperig. “Meneer Smit, met Van Rensburg van de overkant.” “Om drie uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?” “Meneer Smit, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb.