Telefoon

  • Om half vier ‘s nachts ging de telefoon bij Frits. Moeizaam kwam hij uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Van Rensburg?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn. “Ja, inderdaad,” mompelde Frits. “Met Smit van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddelijk ophouden.” De volgende nacht om drie uur ging de telefoon bij Smit. “Hallo?” mompelde hij slaperig. “Meneer Smit, met Van Rensburg van de overkant.” “Om drie uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?” “Meneer Smit, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb.

Similar Posts

  • Klusjes niet gedaan

    Klaasje komt naar beneden voor zijn ontbijt, zijn moeder vraagt hem of hij zijn klusjes al heeft gedaan. “Nog niet”, zegt Klaasje. “Dan krijg je nog geen ontbijt”, zegt zijn moeder. Dus Klaasje is helemaal chagrijnig. Hij gaat de kippen voeren en geeft een kip een schop! Dan gaat hij de varkens voeren en geeft een varken een schop! Dan gaat hij de koeien melken en geeft een koe een schop! Dan komt hij weer binnen. Zijn moeder geeft hem een kom droge havermout. “Waarom krijg ik nu geen eieren en spek? En waarom geen melk in mijn havermout?” vraagt Klaasje verontwaardigd. “Wel?, zegt moeder, ik zag je een kip schoppen, dus je krijgt geen eieren voor een week.” “En ik zag je een varken en een koe schoppen, dus krijg je ook geen spek en melk voor een week”, zegt zijn moeder streng. Klaasje baalt nog meer. Dan komt zijn vader binnen, hij schopt de poes opzij en gaat zitten aan het ontbijt. Klaasje kijkt lachend naar zijn moeder en zegt: “Vertel jij het hem of zal ik???”

  • EEN KIJKJE NEMEN IN DE HEMEL

    Er loopt een man door het Springendal. Plotseling komt hij op een kale plek en ziet voor zich een touw hangen. Hij kijkt waar het touw vandaan komt, maar dat touw verdwijnt gewoon in de wolken… zo hoog. De man wordt nieuwsgierig en klimt naar boven. Hij klimt en klimt en klimt en klimt… tot hij bij de Hemelpoort komt. Petrus kijkt de man verbijsterd aan. ‘Wat doet u hier, het is nog lang uw tijd niet!’ De man legt uit hoe hij er is gekomen is en vraagt:’Goh, nu ik hier toch ben.. mag ik dan even een kijkje nemen?’ Petrus haalt zijn schouders op en zegt:’Waarom ook niet, als je maar zorgt dat je stipt om 2 uur terug bent. Dan haal ik het touw weg en is er geen weg terug.’ De man stemt in en hij verdwijnt de hemel in. En het is er prachtig! Mooi weer… mooie stranden… mooie vrouwen… gratis bier en hapjes…noem maar op! Je snapt het natuurlijk al, de man vergeet helemaal de tijd. Om 3 uur slaat de schrik hem om het hart en hij spurt terug naar de Hemelpoort en jawel hoor… het touw is weg. Petrus ziet de man en haalt zijn schouders op: ‘Sorry hoor, ik heb je gewaarschuwd! Er is geen weg meer terug. Ga maar weer de hemel in.’ De man begint te smeken of hij a.u.b. weer terug mag… zijn werk op aarde is nog niet af… vrouw en kinderen kunnen hem nog niet missen, etc…, etc…. Petrus laat zich uiteindelijk vermurwen. ‘Het enige wat ik voor je kan betekenen is je veranderen in een spin. Dan kun je zelf een draad spinnen en je naar beneden laten zakken. Eenmaal op aarde verander je vanzelf weer in een mens.’ De man stemt in, wat moet hij anders. En Petrus verandert hem in een spin. De man/spin laat zich aan zijn eigen draad zakken en jawel hoor, 30 meter boven de grond is het spinrag op. De man is wanhopig. ‘Zo kan ik toch niet blijven hangen?’, denkt hij en hij perst er nog een stuk spinrag uit… jawel… weer 5 meter verder…. ‘ ‘Nee,’ denkt die man, da’s me nog te hoog! ‘Hij haalt heel diep adem en ‘mmmmmppppppffffff,’ hij probeert er weer wat spinrag uit te persen…. Op dit moment maakt zijn vrouw hem wakker: ‘JOOP!!!!! wakker worden…. je schijt het hele bed onder!!!’

  • Opscheppen

    Op de speelplaats wordt opgeschept.

    ‘Wij zijn met drie kinderen thuis en ieder heeft zijn eigen bed…’

    ‘Wij zijn met vier kinderen, en elk heeft zijn eigen kamer…’

    ‘En wij zijn met vijven, en ieder heeft zijn eigen papa…’

  • Een Held

    Een Belg komt bij Petrus aan de hemelpoort. Petrus vraagt hem of hij tijdens zijn leven op aarde ooit een goede daad gedaan heeft, waardoor hij zonder twijfel in de hemel thuishoort.
    “Ik kan mij wel zoiets herinneren”, zegt de Belg. “Ik passeerde een parkeerplaats langs de autosnelweg waar een groep Hell’s Angels bezig waren een paar vrouwen lastig te vallen. Ik riep dus dat ze daarmee moesten ophouden, maar dat hielp niet echt. Toen ben ik op de grootste Hell’s Angel toegestapt, heb hem van zijn motor gesleurd, hem op de grond gesmeten, een slag op zijn neus verkocht en zijn neuspiercing uitgetrokken. Ik heb zijn helm afgetrokken, vol geplast, terug op zijn kop gezet en gezegd dat hij een grote zeiker was. Toen heb ik zijn motor omvergeduwd en ben erop beginnen springen tot die helemaal ingedeukt was en naar de andere Hell’s Angels geroepen: ‘En nu oprotten jullie!'”
    Petrus was onder de indruk en vroeg: “Wanneer was dat precies?”
    Antwoordt de Belg: “Een paar minuten geleden, denk ik.”

  • KANGEROE OVER DE VLOER

    Een kangoeroe wandelt een café binnen, gaat aan de bar zitten en bestelt een biertje. “Dat is dan vijfentwintig euro,” zegt de barman. De kangoeroe vindt dat wel een beetje duur, maar legt toch vijfentwintig euro op de toog, krijgt een versgetapt biertje voorgezet en begint er op zijn gemak van te drinken. Na een tijdje krijgt hij in de gaten dat het hele café naar hem aan het staren is. “Tjonge,” zegt hij tegen de barman, “de hele zaak is hier naar mij aan het kijken. Wel een beetje onbeleefd, vindt u ook niet?” “Je moet dat begrijpen,” zegt de barman, “wij krijgen hier niet vaak kangoeroes over de vloer.” “Nee, dat snap ik,” zegt de kangoeroe, “als je vijfentwintig euro voor een biertje vraagt…”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *