Opscheppen over de kinderen

Twee moeders zitten in het park op een bankje. Zegt de ene moeder: “Mijn kind van twee kan zijn naam al schrijven.” Zegt de ander: “Mijn kind van twee kan zijn naam zelfs al achterstevoren schrijven.” “O, wat knap! Hoe heet uw kind dan?”. “Mijn kind heet Bob”.

Similar Posts

  • Oma in het rusthuis.

    Oma komt in het rusthuis terecht en iedereen staat klaar om haar te helpen. De verpleegsters wassen haar, geven haar een uitgebreid ontbijt en zetten haar in de stoel voor het venster met zicht op de prachtige tuin.

    Alles lijkt perfect tot Oma ineens lichtjes naar rechts begint over te hellen. Onmiddellijk storten twee verpleegsters zich op haar en zetten haar weer rechtop. Alles lijkt zich te normaliseren totdat ze naar links begint over te hellen.

    Weer snellen de verpleegsters toe om haar terug in de correcte houding te hijsen. Enkele dagen later komt de familie op bezoek om te zien hoe het met haar gaat. “Is alles goed verlopen tot nu toe en zijn ze vriendelijk voor U” vragen ze belangstellend.

    Waar op Oma antwoord: “Het is hier zo slecht nog niet behalve dat je geen kans krijgt om een scheet te laten”!!

  • Een Haas

    Een Nederlander en een Duitser zijn aan het jagen in een groot bos. Ze zien allebei een haas en schieten direct. Als ze bij de haas zijn zegt die Duitser: “Das ist mein haas, habe ich geschossen.” “Nou nee, ik dacht het van niet” zegt de Nederlander, “Jij hebt ‘m in zijn poot geraakt, en dat schot door zijn kop is van mij”. “Nein!” zegt die Duitser.“Echt wel!” zegt de Nederlander weer.

    Ze komen er niet uit op deze manier. Dan zegt de Nederlander: “Ik stel voor dat we dit als mannen onder elkaar oplossen.” “Ok,” zegt de Duitser, “einverstanden. Wie dan?”

     “Nou, kijk dan doen we zo, we gaan allebei een keer met de benen gespreid staan, en geven om de beurt de ander een enorme schop tussen de benen, wie het hardst schopt heeft gewonnen en die krijgt de haas. “Ok” “Ok, machen wir,”

    “Ik begin”, zegt de Hollander. Dus de Duitser gaat wijdbeens staan en krijgt me toch een schop … Huilend en rollend gaat ‘ie door het gras, na een kwartier staat ‘ie weer op, nog een beetje krom maar het ging wel weer.

    “So.” zegt ie “und jetzt ist mein beurt.” “Nou”, zegt de Hollander, “neem jij die haas maar…”

  • Weddenschap

    Een militair wordt wegens straf, hij wedde te veel, overgeplaatst. Op zijn nieuwe kazerne meldt hij zich eerst bij zijn nieuwe commandant, die al op de hoogte was gesteld van de wed lust van de nieuwkomer. De commandant vraagt tijdens het eerste gesprek waarom hij zoveel wedde. “Gewoon, voor de lol”, zegt de militair. “Ik wed met u voor honderd euro dat u een moedervlek op uw linker bil hebt.” De commandant wist heel zeker van niet en neemt gelijk de uitdaging aan. Hij staat op, laat zijn broek zakken, en inderdaad, geen vlekje te zien. De militair, eerlijk als hij is, geeft hem direct honderd euro. Even later gaat de telefoon van de commandant. Het is de vorige commandant van de militair. Hij wilde weten of hij er al was. Glunderend vertelt de commandant dat de nieuwe militair er al is, en dat hij er zelfs al honderd euro aan heeft verdiend. Het is even stil aan de andere kant van de lijn…

    “Je hebt toch niet toevallig je broek laten zakken he?! Want hij heeft met ons gewed voor duizend euro dat hij je binnen vijf minuten in je blootje zou zetten!!”

  • Vraag aan de chauffeur

    De passagier zit al een tijdje achterin de taxi wil de chauffeur wat vragen, dus tikt hij de man even op z’n schouder om zijn aandacht te trekken. De taxichauffeur geeft een geweldige schreeuw en verliest de macht over het stuur. Het voertuig mist op een haartje na de tram, ramt bijna de voorpui van een monumentaal bordeel, alvorens op het trottoir tussen tientallen driftig fotograferende Japanners tot stilstand te komen. Het is even stil in de taxi. Dan zegt de chauffeur: “Meneer, wilt u dat nóóit meer doen. Ik ben me dood geschrokken.” De passagier zegt dat hij niet had geweten dat de chauffeur zo zou schrikken van een klein tikje op z’n schouder. Waarop de bestuurder zegt: “Het is uw schuld niet hoor. Maar vandaag is mijn eerste dag als taxichauffeur. Hiervoor heb ik 25 jaar lijkwagens gereden.”

  • Naar de Dierenarts

    Een Belg gaat naar de dierenarts met zijn hond.

    Dierenarts: “Maar, jou hond heeft maar 1 poot?”

    Belg: “Ja, ik heb die zo gekregen.”

    Dierenarts: “Maar, jou hond heeft maar 1 oog?”

    Belg: “Ja, ik heb die zo gekregen.”

    Dierenarts: “Maar, jou hond heeft maar 1 oor?”

    Belg: “Ja, ik heb die zo gekregen.”

    Dierenarts: “Sorry meneer, maar we zullen jou hond moeten afmaken.”

    Belg: “tja, oké dan maar.”

    Een week later:

    De Belg telefoneert naar de dierenarts: “Is mijn Hond al af?!?”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *