Prijzen

Tijdens zijn vakantiereis komt Gerard met zijn gids aan de oever van het Meer van Galilea. “Hoeveel kost het mij als ik met de boot het meer over vaart?” “Dertig dollar, meneer.” “Dat is erg duur!” zegt Gerard. “U moet niet vergeten dat dit een heel beroemd meer is, Jezus heeft over dit water gelopen!”

“Ja” zegt Gerard “geen wonder met zulke prijzen !!

Similar Posts

  • Moos

    Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
    Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
    Dat had hij beter niet kunnen doen.
    Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
    “Het Rode Kruis,” roept men van boven.
    Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

  • Veertien Kinderen

    Een vrouw komt met haar veertien kinderen bij de pastoor op bezoek. De kleinste van twee jaar oud loopt naar de pastoor.
    De pastoor: En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    De volgende komt binnen.
    Pastoor: “En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    Pastoor: “Ah, heet jij ook jantje?”
    De oudste komt binnen (14 jaar). 
    Pastoor: “En hoe heet jij jongen?” Jongen: “Jantje.”
    Pastoor tegen moeder: “Heten al jouw zoontjes misschien Jantje?”
    Moeder: “Ja, dat is heel gemakkelijk, als ik roep: ‘Jantje opstaan’ staan ze allemaal op, 
    als ik roep: ‘Jantje eten,’ komen ze allemaal eten, 
    als ik roep: ‘Jantje slapen,’ dan gaan ze allemaal slapen.”
    Pastoor: “En als je maar één iemand nodig hebt, hoe doe je dat dan?”
    Moeder: “Dan roep ik gewoon hun familienaam.”

  • Slakken

    Een man des huizes had net een maaltje slakken op en zeurde: “Ik lust er nog wel een paar vrouw, want zoals jij ze maakt, maakt niemand ze.” “Nou jong, dan zal jij ze zelf moeten gaan halen.” “Geen punt!” Nadat hem de weg was uitgelegd, waar hij ze moest gaan halen, ging hij fluitend de deur uit. Daar aangekomen: “Ik had graag nog wat slakken.” “Ja”, zei die slakkenboer, “ik heb er zoveel verkocht dat ik geen verpakkingen meer heb.” “Dat geeft niet”, zegt de man, terwijl hij zijn trui openhield. En zo ging ook naar huis. Maar onderweg kwam hij enkele vrienden tegen die vroegen om met z’n allen wat te gaan drinken. “Néé jongens!” Na wat zeuren … nou goed ééntje dan. Het werden er enkele meer en de tijd vloog om. “Jongens ik moet naar huis,” zei hij met een dikke tong. Zo schommelde hij even later naar huis. Thuis aangekomen kreeg hij de huissleutel niet meteen in het sleutelgat. Terwijl hij gebukt stond te richten, vielen de nog levende slakken vanuit zijn trui op de grond. Net toen hij de slakken weer terug wilde doen in zijn trui, vloog plots de deur open en daar stond zijn woedende vrouw. Eer dat zij de kans kreeg om hem de les te lezen, zei hij al lallend: “…allee jongens, nóg tien centimeter …. dan zijn we thuis!”

  • Hemel Klokken

    Een man is gestorven en gaat naar de hemel. Zodra hij voor de Poort staat, ziet hij ineens allemaal gigantische klokken achter Petrus staan. Hij vraagt: “Wat doen al die klokken hier in hemelsnaam??” Petrus antwoordt: “Dat zijn de zgn. ‘Leugen-klokken’. Iedereen op aarde heeft er eentje. Elke keer dat je liegt, verschuiven de wijzers.” “Aha”, zegt de man, “en die klok dan? Die staat op 0.00 uur!” Petrus kijkt welke hij bedoelt. “Dat is die van Moeder Teresa. De wijzers zijn nooit verschoven, want ze heeft nog nooit gelogen!” De man staat er versteld van. “En van wie is die klok?” Petrus zegt: “Dat is de klok van Abraham Lincoln. De wijzers zijn twee keer verschoven, want hij heeft in zijn leven slechts twee keer gelogen.” De man krabt eens aan zijn kin en denkt goed na. “Waar hangt de klok van Mark Rutte??” Petrus: “Die hangt in mijn kantoor. Die gebruik ik als ventilator.”

  • Metaaldetector

    Een jonge dame liep met haar metaaldetector van de parking over het veld naar de camping. Een boswachter hield haar staande en zei:
    “ik geef je een bekeuring, zoeken met een metaaldetector is hier verboden.”
    “Maar ik zoek helemaal niet”, repliceerde ze.
    “Ja maar je hebt er wel de uitrusting voor”, was zijn antwoord.
    “Dan dien ik een klacht in voor verkrachting”, zei ze.
    “Maar ik heb je toch helemaal niet verkracht.”
    “Nee maar je hebt er wel de uitrusting voor.”

  • Straf

    De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
    Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
    ‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
    ‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
    ‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
    ‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
    ‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
    ‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
    ‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
    Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
    ‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
    ‘Swen Snippers, meneer.’

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *