Auto openmaken

Komt een dom blondje in een kroeg en vraagt aan de kroegbaas om een ijzerdraadje. Wat moet jij met een ijzerdraadje vraagt de kroegbaas. Wel, zegt het blondje, het portier van mijn auto is in het slot gevallen en de sleutels zitten nog in het contactslot.. De kroegbaas geeft haar het ijzerdraadje. Even later komt er een klant de kroeg binnen, dubbel van het lachen. “Wat heb jij een lol”, zegt de kroegbaas. “Ja”, zegt de man, er staat buiten een blondje haar auto open te maken met een ijzerdraadje. “Nou”, zegt de kroegbaas, dat is niks bijzonders, ik heb haar dat ijzerdraadje zelf gegeven. “Oke”, zegt de man, maar er zitten 2 domme blondjes achter in de auto aanwijzingen te geven.

Similar Posts

  • Metaaldetector

    Een jonge dame liep met haar metaaldetector van de parking over het veld naar de camping. Een boswachter hield haar staande en zei:
    “ik geef je een bekeuring, zoeken met een metaaldetector is hier verboden.”
    “Maar ik zoek helemaal niet”, repliceerde ze.
    “Ja maar je hebt er wel de uitrusting voor”, was zijn antwoord.
    “Dan dien ik een klacht in voor verkrachting”, zei ze.
    “Maar ik heb je toch helemaal niet verkracht.”
    “Nee maar je hebt er wel de uitrusting voor.”

  • Moos

    Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
    Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
    Dat had hij beter niet kunnen doen.
    Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
    “Het Rode Kruis,” roept men van boven.
    Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

  • Appelpitjes

    Een Vlaming zit in een park op een bankje appelpitjes te eten.
    Komt er plots een Hollander naast zitten.
    Vraagt die Hollander “Nou, wat ben jij aan het eten zeg?”
    “Appelpitjes” zegt de Vlaming
    “Nou, waarom eet iemand nou in Jezus naam appelpitjes”
    “Awel…” zegt de Vlaming “omdat ge daar slim van wordt.”
    “Sooo, en verkoop je er niet een paar?” vraagt die Hollander dan weer.
    “Ja zenne” zegt de Vlaming “Voor 2,50 EUR per stuk”
    “Wel, geef mij er dan maar 4” zegt de Hollander en geeft 10 EUR aan de Vlaming en eet zijn 4 appelpitjes op.
    Even later zegt die Hollander “Zeg, eigenlijk had ik voor 10 EUR heel wat appels kunnen kopen, en dan had ik de appelpitjes er gratis bij”.
    “Zie je” zegt de Vlaming “Het begint al te werken.

  • Hoe laat?

    Een zakenman die op weg is huis wordt onderweg door slaap overvallen en om geen brokken te maken besluit hij zijn bolide langs de kant van de weg te zetten om even een tukje te doen. Hij vindt een rustig landweggetje en valt al na vijf minuten in een diepe slaap. Plotsklaps wordt hij opgeschrikt door getik tegen de autoruit. Hij draait het raampje open en een oud vrouwtje vraagt aan hem hoe laat het is. “Vijf voor twee,” bromt de zakenman. De vrouw bedankt hem en loopt verder. De zakenman draait zich om en gaat verder waar hij gebleven was. Lang kan hij er niet van genieten want tien minuten later wordt hij weer gewekt door getik tegen het raam. Geërgerd draait hij het autoraam open en ditmaal is het een jogger die de tijd wil weten. “Vijf over twee,” buldert de zakenman. De jogger bedankt hem en jogt verder. De zakenman beseft dat hij op zo’n manier nooit aan zijn slaap komt en pakt een stuk papier en schrijft daar met koeienletters op: IK WEET NIET HOE LAAT HET IS! en plakt dit achter zijn ruit. Tevreden over zijn eigen vindingrijkheid valt hij voor de derde maal in diepe slaap. Nauwelijks aangekomen in dromenland word zijn rust weer verstoord door getik tegen de ruit. Met een welgemeende “Godgloeiende…,” draait de zakenman zijn autoraam open en kijkt in het gezicht van een jonge scholier. Deze werpt een blik op zijn horloge en zegt: “Het is tien voor half drie meneer.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *