Dom Blondje

Een dom blondje komt bij een inlichtingenloket van een groot warenhuis en vraagt: “Kan ik hier een reis boeken?”. “Natuurlijk” zegt de medewerker “ons reisbureau is op de vierde verdieping. Wil je met de lift?”. Daarop antwoord het meisje: “Nee, met het vliegtuig!”.

Similar Posts

  • Controle van een Priester

    Een oudere priester heeft een jongere collega op bezoek. Tijdens het avondeten bemerkt de jonge priester het bevallige figuur van de huishoudster. Hij weet niet wat hij zich bij de relatie van de oudere priester met diens huishoudster moet voorstellen. De oude priester bemerkt de blik in de ogen van de jonge priester en verzekert hem dat er niets gaande is tussen hem en zijn huishoudster.

    Een week later merkt de huishoudster op dat er al een week een sauslepel ontbreekt. De oudere priester schrijft hierop een brief naar zijn jonge collega: “Ik zeg niet dat je de sauslepel hebt meegenomen, maar ik zeg ook niet dat je hem niet hebt meegenomen; een feit is wel dat hij nu al een week ontbreekt.”

    Enkele dagen later ontvangt de oudere priester een antwoord: “Ik zeg niet dat je met je huishoudster slaapt en ik zeg ook niet dat je niet met haar slaapt, maar feit is wel dat als je in je eigen bed sliep, je hem nu al wel gevonden zou hebben.”

  • Automonteur

    Een automonteur komt van de dokter vandaan en denkt:
    “Dat kan ik ook.”
    De monteur begint zijn eigen dokterspraktijk. Hij maakt reclame met: “Als ik je probleem kan oplossen kost het je 500 euro. Als ik geen oplossing voor je heb krijg je van mij 1000 euro.”
    Een advocaat ziet de advertentie en denkt dat hij daar gemakkelijk geld mee kan verdienen. Hij gaat naar de praktijk toe van de monteur.
    “Ik ben mijn smaak kwijt”, zegt de advocaat.
    “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.”
    Hij loopt naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een potje waar benzine in zit. Hij giet het goedje in de mond van de advocaat. Terwijl hij het uitspuugt zegt de advocaat:
    “Gadver, dat is benzine. Wat doe je?!”
    “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw smaak terug. Dat is dan 500 euro.”
    De advocaat betaald en loopt boos weg.
    De volgende dag, nog steeds verontwaardigd over zijn vorige bezoek bedenkt de advocaat een nieuw probleem en gaat opnieuw naar de dokterspraktijk van de monteur. De advocaat zegt:
    “Ik denk dat ik mijn geheugen kwijt ben. Ik kan me niets meer herinneren.”
    “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.”
    Hij loopt weer naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een drankje.
    “Nee, niet die, dat is benzine!” zeg de advocaat.
    “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw geheugen terug. Dat is dan 500 euro.”
    De advocaat betaald en loopt nog bozer weg.
    De derde dag gaat de advocaat een laatste poging doen om die 1000 euro te verdienen. Hij bedenkt een weer een probleem en gaat naar de praktijk toe.
    “Dokter”, zeg de advocaat, “ik kan bijna niets meer zien. Mijn zich gaat enorm achteruit.”
    De monteur denkt eens goed na en na een tijdje zegt hij:
    “Nee sorry, daar heb ik geen oplossing voor.”
    De monteur reikt naar zijn portemonnee. Hij overhandigt het geld en zegt:
    “Hier heeft u uw 1000 euro.”
    Terwijl hij in werkelijkheid een briefje van 200 euro overhandigd.
    “Heee!” zegt de advocaat, “dit is maar 200 euro.”
    De monteur zegt:
    “U heeft uw zicht terug, wat geweldig. Dat wordt dan 500 euro.”

  • Bezem

    Chris was tijdelijk kassier in een supermarkt. Hij zag een vrouw die ongeduldig aan het eind van een lange rij mensen stond aan te schuiven. Ze stond hoorbaar te zuchten over de traagheid waarmee Chris z’n werk deed aan de kassa. Toen het haar beurt was en Chris er plots iemand moest bij roepen om de kassarol te vervangen, riep de vrouw: “Ik mag van geluk spreken als ik tegen zondag weer thuis ben met m’n boodschappen!” “Geen probleem mevrouwtje” antwoordde Chris.

    “Er Is veel wind, en met die nieuwe bezem die je net gekocht hebt, ben je in een paar seconden weer thuis”

  • twee toeristen

    Twee toeristen bezoeken het plaatsje Natchitoches in Louisiana (VS). Ze discussiëren over hoe je nou eigenlijk de naam van dit plaatsje uitspreekt. Omdat ze er maar niet uitkomen, besluiten ze ergens in het dorp even een hapje te gaan eten. De ene toerist vraagt aan de blonde serveerster: “Mevrouwtje, kunt u eens, lángzaam en duidelijk uitspreken, voor twee simpele toeristen, hoe de plaats heet waar wij ons op dit moment bevinden?” De serveerster buigt zich over de tafel en zegt: “Buuuuuurrrrrrr-geeerrrrrr-kiiiiiiingggggggg…”

  • Boekhouder

    De peetvader van een maffiaclan kwam er achter dat zijn doofstomme boekhouder 10 miljoen euro verduisterd had. Hij had de doofstomme boekhouder aangenomen omdat hij toch niks kon horen.Het missende geld wou hij echter meteen terug en hij haalde Jantje erbij omdat die gebarentaal kon.De peetvader vroeg: “Vraag hem waar de 10 miljoen zijn die hij van mij verduisterd heeft!”Jantje gebaarde deze vraag naar de boekhouder. De boekhouder antwoordde in gebarentaal: “Ik weet niet waar je het over hebt.”Jantje tegen de peetvader: “Hij weet niet waar je het over hebt.”Hierop haalde de peetvader een pistool boven, plaatste de loop tegen de slaap van de boekhouder en zei: “Vraag het hem opnieuw.”Jantje gebaarde aan de boekhouder: “Hij gaat je vermoorden als je het hem niet zegt!”De boekhouder: “OK! Hij wint! Het geld zit in een bruine tas die begraven ligt in de tuin van mijn neef, Voorstraat 18 in Utrecht!”De peetvader vroeg aan Jantje: “En, wat is zijn antwoord?”Jantje: “Hij zegt dat je het lef niet hebt om te schieten.”

  • Slakken

    Een man des huizes had net een maaltje slakken op en zeurde: “Ik lust er nog wel een paar vrouw, want zoals jij ze maakt, maakt niemand ze.” “Nou jong, dan zal jij ze zelf moeten gaan halen.” “Geen punt!” Nadat hem de weg was uitgelegd, waar hij ze moest gaan halen, ging hij fluitend de deur uit. Daar aangekomen: “Ik had graag nog wat slakken.” “Ja”, zei die slakkenboer, “ik heb er zoveel verkocht dat ik geen verpakkingen meer heb.” “Dat geeft niet”, zegt de man, terwijl hij zijn trui openhield. En zo ging ook naar huis. Maar onderweg kwam hij enkele vrienden tegen die vroegen om met z’n allen wat te gaan drinken. “Néé jongens!” Na wat zeuren … nou goed ééntje dan. Het werden er enkele meer en de tijd vloog om. “Jongens ik moet naar huis,” zei hij met een dikke tong. Zo schommelde hij even later naar huis. Thuis aangekomen kreeg hij de huissleutel niet meteen in het sleutelgat. Terwijl hij gebukt stond te richten, vielen de nog levende slakken vanuit zijn trui op de grond. Net toen hij de slakken weer terug wilde doen in zijn trui, vloog plots de deur open en daar stond zijn woedende vrouw. Eer dat zij de kans kreeg om hem de les te lezen, zei hij al lallend: “…allee jongens, nóg tien centimeter …. dan zijn we thuis!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *