Opa
Thijs zegt tegen zijn opa: Is er wel eens een jeugddroom van u in vervulling gegaan?
Opa: – Ja een. Toen de onderwijzer me vroeger altijd aan mijn haren trok wenste ik dat ik kaal was
Thijs zegt tegen zijn opa: Is er wel eens een jeugddroom van u in vervulling gegaan?
Opa: – Ja een. Toen de onderwijzer me vroeger altijd aan mijn haren trok wenste ik dat ik kaal was
Moos is met wintersport en raakt bedolven onder een lawine. Meteen gaat een reddingsploeg op pad om hem te redden, maar Moos is moeilijk te vinden. Er wordt een helikopter ingezet, en eindelijk zien ze Moos liggen. De reddingsploeg gaat naar hem toe, maar het laatste stuk is slecht begaanbaar. Vanuit de verte roepen ze Moos toe: ‘Meneer Cohen, meneer Cohen, hier is het Rode Kruis, we komen eraan.’ Roept Moos terug: ‘Ik heb vorige week al gegeven.’
Twee mannen lopen over een heide en zien een waterput. Ze lopen er naartoe en vragen zich af hoe diep die put eigenlijk is. Ze pakken een steentje, gooien het in de put, maar horen het niet de bodem raken. “Vreemd”, zegt de een. “Zou ‘ie zó diep zijn?” Ze gaan een grotere steen zoeken en gooien die ook in de put. Ze buigen voorover om te horen wanneer de steen de bodem raakt. Wéér geen geluid. Nu zien ze een hele grote zware steen, een grote rots, liggen en pakken die met z’n tweeën op. Ze strompelen naar de put en weten de rots over de rand te kieperen. Ze luisteren vol spanning en horen ineens hoefgetrappel achter zich. Ze draaien zich om en zien een geit keihard aan komen rennen en die duikt zo de put in. Stomverbaasd kijken ze elkaar aan. Na een kwartier komt er een herder aanlopen. “Hebben jullie mijn geit gezien?” “Nou”, zegt de een, “er dook hier net wel een geit met een rotgang deze put in.” “Nou”, zegt de herder, “dat kan niet want die zat aan een rots vast.”
Twee zestigers praten met elkaar over ouder worden. Zegt Jan : “Het probleem bij vrouwen is dat ze weigeren te aanvaarden dat ze ouder worden Ze gebruiken allerlei trucjes om het te verbergen.” “Je hebt het bij het rechte eind,” zegt Piet. “Ik ken een middel om hen te ontmaskeren. Als je wilt weten of je vrouw hardhorig wordt, ga dan op tien meter van haar vandaan zitten en stel een vraag. Als ze niet antwoordt ga je op vijf meter afstand zitten en stel de vraag opnieuw, dan op twee meter en tenslotte op één meter.” Jan vindt het een schitterend idee en thuis gekomen neemt hij meteen de proef op de som. Terwijl vrouwlief in de tuin de was ophangt, gaat hij op een tiental meter van haar vandaan zitten en vraagt: “Schat , wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij verkleint de afstand met ongeveer de helft en stelt de vraag opnieuw: “Schat , wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij komt nog dichterbij zitten en vraagt: “Schat, wat eten we deze middag?” Opnieuw geen antwoord. Hij begrijpt er helemaal niets van, gaat naast haar staan en vraagt luid en klaar: ” Schat, wat eten we deze middag?”
De vrouw draait zich om, kijkt hem geërgerd aan en antwoordt: “Voor de vierde keer, kip met friet!”
Er komt een man op een fiets aangereden met een zak op de bagagedrager.
Douanebeambte: “Heeft u iets aan te geven?”
Man: “Nee”.
Douane: “Wat heeft u dan in die zak?”
Man: “Zand”.
Tijdens de controle blijkt dat het inderdaad om zand gaat.
Een week lang komt de man elke dag met zijn fiets bij de grens met een zak op de bagagedrager.
Op de 8e dag wordt de douanebeambte toch wantrouwend.
Douane: “Wat vervoert u in die zak?”
Man: “Zand”.
Douane: “Mmmmm, even kijken”.
Deze keer wordt het zand gezeefd. Uitslag: alleen maar zand.
Elke dag passeert de man met zijn fiets en een zak de grens.
Na twee weken wordt het de douanier toch te bont en hij stuurt het zand naar een laboratorium voor nader onderzoek.
Resultaat: het is alleen maar zand!
Na twee verdere maanden van zandtransport houdt de douaneman het niet meer uit en hij zweert:
“Ik geef u zwart op wit dat ik u niet zal aangeven, maar ik voel aan mijn klompen dat u iets smokkelt. Wat is het?”
De man antwoordt: “Fietsen”.
Een alcoholist komt een bar binnen en neemt een borrel. Hij kijkt in zijn binnenzak en bestelt opnieuw een drankje. Hij kijkt weer in zijn binnenzak en bestelt opnieuw een drankje etc. De barkeeper zegt: “Wat zit er toch in je jaszak?” De man zegt: “Dat is een foto van mijn vrouw. Zodra zij er goed uit begint te zien, dan weet ik dat het tijd is om naar huis te gaan.”
Ronald Koeman belt naar Gert-Jan Verbeek. Hij klaagt: “Het gaat zo slecht met het Nederlands elftal. Nu dreigen we ook op het EK ten onder te gaan… Weet jij daar nou niets op?” “Tja,” zegt Gert-Jan Verbeek, “als mijn jongens eens slecht spelen, als ze al eens slecht spelen, dan laat ik ze een partijtje voetballen tegen een stel etalagepoppen. Dat is goed voor het zelfvertrouwen.” “Dat vindt Ronald een goed idee” en hij gaat meteen een stel etalagepoppen kopen. Een uurtje later belt Ronald weer op naar Gert-Jan: “Gert-Jan,” zegt hij, “we staan met 3-0 achter, wat moet ik nou doen?”