Hebt u ook….?
Ik sta voor een rood licht. Naast mij staat een andere auto, waarvan de bestuurder zijn raampje opendraait. Ik denk: “Die wil me wat vragen”, dus draai ik ook het raampje open.
Vraagt die man: “Heb jij ook een wind gelaten?”
Ik sta voor een rood licht. Naast mij staat een andere auto, waarvan de bestuurder zijn raampje opendraait. Ik denk: “Die wil me wat vragen”, dus draai ik ook het raampje open.
Vraagt die man: “Heb jij ook een wind gelaten?”
Een brandweerman staat buiten bij de brandweerkazerne te sleutelen aan de motor van een pomp. Opeens hoort hij achter zich een lief stemmetje dat zegt:
“Dag meneer de brandweer.”
Hij draait zich om en ziet een klein meisje van een jaar of zes, dat in een bolderwagen zit. De bolderwagen is omgebouwd tot een brandweerwagen, compleet met ladder en brandslangen. De wagen wordt getrokken door een hond en een kat. Complimentjes makend over wat hij ziet loopt hij rondom de bolderbrandweerwagen. De hond is met een riem aan zijn halsband voor de kar gespannen. De kat, het blijkt een kater, zit vast aan de kar via een touwtje om zijn testikels. Een beetje verbaasd zegt de brandweerman tegen het lieve wicht:
“Ik wil me er niet mee bemoeien, maar volgens mij trekt die kater de kar beter als je hem ook aan een halsband vastmaakt.”
“Dat weet ik”, zegt het meisje, “maar dan heb ik geen sirene!”
Vijf Nederlanders in een Audi Quattro arriveren bij een Belgische grenspost.
Daar worden ze gestopt door beambte Sjefke die zegt:
‘Het is ille…gaal om vijf mensen in een Audi Quattro te vervoeren; Quattro betekent vier.’
‘Quattro is alleen de naam van de auto,’ antwoordt de bestuurder.
‘Je kunt er best vijf mensen in vervoeren. Wil je de papieren zien!!!!’
‘Dat zal weinig verschil uitmaken,’ antwoordt Sjefke.
‘U hebt vijf mensen in uw Quattro en U breekt daarmee de wet.’
De Nederlander wordt ongeduldig en zegt: ‘Zou je je baas kunnen roepen? Ik zou graag met iemand willen spreken die verstand van zaken heeft.’
‘Sorry,’ antwoordt Sjefke, ‘Agent Versmulders heeft het nu te druk met twee Italianen in een Fiat Uno.’
Een japanner en een Belg zitten in een café te praten over cultuurverschillen Op een gegeven moment geeft die japanner die Belg een onwijze klap in zijn nek.
Na een minuutje of vijf staat die weer en vraagt wat dit in godsnaam moet voorstellen. “Dat is karate” zegt de japanner, “dat komt uit Japan”. Boos gaat de Belg weer zitten aan de bar. Een tijdje later geeft die japanner hem een enorme heupzwaai. Kreunend en nu nog bozer staat de man weer op en vraagt wat dit dan wel niet moet voorstellen “Dat is Judo, komt uit Japan”. De Belg heeft het nu behoorlijk gehad en loopt naar buiten. Een tijdje later komt hij terug met een ijzeren voorwerp in zijn hand. Hij ziet de japanner nog aan de bar zitten en geeft hem een enorme klap met het voorwerp. Na een half uurtje komt de Japanner weer een beetje bij en vraagt wat was dat?
“Dat was de krik uit mijn Toyota” zegt de Belg
“komt ook uit Japan”
Een kleuterjuf vraagt aan haar klas: “Wie van jullie kan de seizoenen van het jaar opnoemen?” Jantje steekt zijn vinger op. “Zeg het maar Jantje!” “Herfst, winter…”, begint Jantje, maar verder blijft het stil. “Waar blijven de lente en de zomer, Jantje?”, vraagt juf. “Ja, dat vraag ik mij dus ook al af!
Jans werkte tijdelijk in een apotheek, doch slaagde er nooit in het geschikte drankje mee te geven.
Z’n baas waarschuwde Jans dat hij hem zou moeten ontslaan als hij weer verkeerde medicijn zou verkopen.
Toen een klant een middel tegen een hardnekkige hoest wilde, gaf Jans de man echter een laxeermiddel.
Hij gaf hem zelfs de raad: “Neem maar direct een grote slok!”
Buitengekomen begint het drankje al te werken en de man houdt zich vast aan een lantaarnpaal.
De apotheker zegt kwaad tegen Jans “Ge weet toch wel dat een laxeermiddel de man z’n hoest niet zal stoppen!”
“Toch wel” repliceert Jans “Kijk maar, hij is gewoon erg bang om nog te hoesten!”