Techniek


Twee mannen lopen over een heide en zien een waterput. Ze lopen er naartoe en vragen zich af hoe diep die put eigenlijk is. Ze pakken een steentje, gooien het in de put, maar horen het niet de bodem raken. “Vreemd”, zegt de een. “Zou ‘ie zó diep zijn?” Ze gaan een grotere steen zoeken en gooien die ook in de put. Ze buigen voorover om te horen wanneer de steen de bodem raakt. Wéér geen geluid. Nu zien ze een hele grote zware steen, een grote rots, liggen en pakken die met z’n tweeën op. Ze strompelen naar de put en weten de rots over de rand te kieperen. Ze luisteren vol spanning en horen ineens hoefgetrappel achter zich. Ze draaien zich om en zien een geit keihard aan komen rennen en die duikt zo de put in. Stomverbaasd kijken ze elkaar aan. Na een kwartier komt er een herder aanlopen. “Hebben jullie mijn geit gezien?” “Nou”, zegt de een, “er dook hier net wel een geit met een rotgang deze put in.” “Nou”, zegt de herder, “dat kan niet want die zat aan een rots vast.”
Ergens in de gemeente Dinkelland staat een groepje gemeente medewerkers een sigaretje te roken aan een bloemenperkje waar ze onkruid moeten wieden.
Op de rugzijde van hun werkkledij staat het stadswapen van Dinkelland geborduurd.
Een man uit het westen komt voorbij en fronst de wenkbrauwen.
Enigszins geïntrigeerd door dit beeld, vraagt de westerling:
“Waarom staat het stadswapen op uw werkkleding?”
Waarop de arbeiders antwoorden : “Dat is onze sponsor.”
Nadat Adam en Eva een paar dagen op aarde waren, zei God tegen Adam: “Het wordt tijd dat Eva en jij aan het proces gaan beginnen, de aarde van meer bewoners te voorzien, dus begin maar eens met haar te zoenen.”
En Adam antwoordde: “Goed Heer, maar wat is zoenen?” God gaf een korte uitleg en Adam nam Eva mee naar de bosjes. Even later was hij weer terug. “Dank U Heer, dat was aangenaam.”
Vervolgens zei God: “Nu wil ik dat je Eva streelt.” En Adam antwoordde: “Goed Heer, maar wat is strelen?” God gaf weer een korte uitleg en Adam nam Eva opnieuw mee naar de bosjes. Even later was hij weer terug. “Dank U Heer, ook dat was aangenaam.”
Vervolgens zei God: “Nu wil ik dat je met Eva de liefde bedrijft.” En Adam antwoordde: “Goed Heer, maar wat is de liefde bedrijven?” Opnieuw gaf God een korte uitleg en Adam ging weer met Eva naar de bosjes. Al snel was hij echter weer terug en vroeg: “Heer, wat is hoofdpijn?”
Een vader begint tegen zijn zoon over Sinterklaas. Waarop zijn zoon antwoordt:
“Ach, schei toch uit met je Sinterklaas. Ik heb alles gevonden in de kelder, het kostuum, de baard en die staf. Ik geloof allang niet meer in Sinterklaas. En,” zegt hij, “nou we toch kerels onder elkaar zijn, met die ooievaar kan je ook wel inpakken.”
Antwoordt zijn vader: “O ja, weet je dan hoe het wel gaat?”
“Ja,” zegt hij, “kinderen worden geboren en ik zal net zo lang zoeken tot ik die boor ook gevonden heb.”
Wat een avond gister! Ik voor het eerst in mijn leven een show meegemaakt van Jomanda. Zit ik daar, komt ze naar me toe, legt haar handen op me en zegt met luide stem: “U ZULT lopen!” “Maar ik mankeer helemaal niks!”, zei ik. Dat negeerde ze en zei weer met nog luidere stem: “U ZULT lopen!” Ik deed nog een poging uit te leggen dat ik gewoon kan lopen en niks mankeer, maar er was geen speld tussen te krijgen en ze riep weer: “U ZULT lopen!” Toen de show voorbij was, kwam ik buiten en wat denk je? FIETS GEJAT!!!
Een man gaat met de nachttrein naar de wintersport.
In de slaapcoupe komt hij tot de ontdekking dat hij de ruimte moet delen met een vrouw.
Ze stellen zich aan elkaar voor. De vrouw gaat boven slapen, de man onder.
Ze gaan in bed liggen, maar na een kwartier roept de vrouw:
‘Buurman, slaapt u al?’
‘Nee’, zegt de man. ‘Ik heb het nogal koud’, zegt de vrouw, ‘wilt u
misschien het raampje dicht doen?’;
‘Natuurlijk’, zegt de man. Hij stapt uit bed, doet het raampje dicht en gaat weer liggen.
Na een kwartier roept de vrouw: ‘Buurman, slaapt u al?’;
‘Nee’, zegt de man.
‘Het wordt nogal benauwd’, zegt de vrouw, ‘wilt u misschien het raampje weer open doen?’;
‘Oke’, zegt de man. Hij stapt uit bed, doet het raampje open en
gaat weer liggen.
Na een kwartier roept de vrouw: ‘Buurman, slaapt u al?’;
‘Nee’, zegt de man.
‘Het begint nu toch weer koud te worden’, zegt de vrouw, maar ik heb gezien dat daar in het kastje nog een deken ligt. Wilt u die misschien voor mij pakken?’;
‘We zouden natuurlijk ook kunnen doen of we getrouwd zijn’, zegt de man.’;
‘O, zou u dat willen?’, vraagt de vrouw.
‘Tuurlijk !’, zegt de man.
‘Ah, dat lijkt me ook wel fijn’, zegt de vrouw.
‘Mooi’ zegt de man, ‘Kom uit uwe nest, pak zelf dat deken, kruip weer in uwe nest ,houd uwe snater en laat me slapen !!!!!’