Intelligentie

Een getrouwd stel zitten samen op de bank. Vraagt de vrouw aan de man “Van wie zou onze dochter toch haar intelligentie hebben? Antwoordt de man “Ik denk toch echt van jouw, ik heb de mijne namelijk nog!”

Similar Posts

  • Professor en een student

    Een professor neemt het middagmaal in de kantine van de universiteit. Een student zet zich tegenover hem aan dezelfde tafel. De professor ergert zich hieraan en zegt: Een varken en een vogel lunchen niet samen.
    Zegt de student: Oke, ik vlieg wel naar een andere tafel. De professor is razend om dit antwoord en besluit om de student bij zijn volgend examen extra te controleren.
    Op het volgende examen kan de student echter perfect op alle vragen antwoorden en de professor besluit, door ervaring gelouterd, om een meerkeuze vraag te stellen. Hij vraagt: Op straat tref je twee zakken aan, in de ene zit een stapel bankbiljetten en in de andere zit verstand, welke kies je?
    De zak met het geld, zegt de student.
    Waarop de professor zegt: In uw plaats zou ik die met verstand genomen hebben.Waarop de student zegt:
    De mensen nemen meestal datgene dat ze niet hebben.

  • Blond!!

    Er is een ploeg van het elektriciteitsbedrijf bezig hoogspanningskabels te spannen in het weiland, als er een blondje langs komt. Zij kijkt omhoog en begint keihard te lachen.

    Nog geen 5 minuten later gebeurt hetzelfde, één van de medewerkers begint zich eraan te ergeren en denkt bij zich zelf als dit nog eens gebeurt ga ik verhaal halen. En ja hoor nog geen kwartier later komt er weer een blondje voorbij en die komt niet meer bij van het lachen. Hij klimt naar beneden en vraagt:
    “Je bent al de derde die niet meer bij komt van het lachen, waar lachen jullie om?”

    Zegt het blondje: “Ach man, de koeien kunnen toch zo onder dat hek doorlopen.”

  • Das om!

    Een toerist doolt rond in de woestijn. Hij vergaat van de dorst en kan amper nog lopen. Plots verschijnt er een man op een kameel. Er hangen zo’n 30 dassen over zijn rechterarm.
    – Water roept de toerist.
    – Ik heb geen water, antwoordt de man op de kameel, maar ik kan u wel een prachtige das verkopen voor 15 euro.
    – Ik wil geen das, ik wil water, zegt de man.
    – Voor 25 euro krijgt u twee dassen.
    – Ik wil geen dassen! Zeg me gewoon waar ik water kan krijgen.
    – Oké. Ga de richting uit van waaruit ik kom. Even verder zult u een kleine palmboom en een gebouw zien staan. Daar kunt u water vinden. De man op de kameel galoppeert verder en de toerist volgt de aangewezen weg. Plots staat hij voor een restaurant.
    – Water, zegt hij tegen de man aan de ingang.
    – Ja, veel water hier, antwoordt hij.
    – Goddank, geef me snel een hele fles!
    – Het spijt me, meneer, wij bedienen alleen mensen die een das dragen.
  • Het is ook nooit goed

    Kom je te laat op je werk, dan geef je een slecht voorbeeld. Kom je te vroeg, dan ben je een rondneuzer, of blij thuis weg te zijn.
    Blijf je overwerken, dan ben je een uitslover. Ga je op tijd weg, dan heb je geen hart voor de zaak.
    Pleeg je overleg, dan durf je zelf niet te beslissen. Doe je het niet, dan ben je eigenwijs.
    Neem je iemand apart, dan schep je onderonsjes. Doe je het niet, dan ben je onpersoonlijk.
    Ben je aardig, dan wil je de getapte man uithangen. Houd je afstand, dan heb je verbeelding.
    Kom je met nieuwe ideeën, dan ben je een nieuwlichter. Maar als je ze niet hebt, dan gaat er niets van je uit.
    Laat je anderen iets voor je doen, ben je een afschuiver. Pak je het zelf aan, dan ben je eigengereid.
    Hou je je stipt aan de voorschriften, dan ben je lastig. Als je het niet doet, ben je een slappeling.
    Heb je succes, dan heb je geluk gehad. Loopt het mis, dan weet iedereen het je te vertellen.
    Als je er niet meer bent, Dan was je een geweldige kerel!

  • Zwijgen

    Bij Henk valt een briefkaart in de bus. Hij zwaait ermee naar Wim en zegt “’t Is van mijn broer”.

    “Ja maar” repliceert Wim “Hoe wee je dat, er staat helemaal niks op geschreven!”

    “Ja juist daarom”, zegt Henk. “We spreken al jaren niet meer tegen elkaar!”

  • Jantje moet zijn bed opmaken

    De moeder van Jantje komt boven en zegt tegen Jantje; “Jantje maak je bed nou eens op.” ”Ja mam”, zegt Jantje en gaat naar boven om z’n bed op te maken. Jantje gaat eerst naar de badkamer even later komt hij naar buiten met z’n moeders make up doos. En even later gaat hij z’n kamer in om z’n bed op te maken. Na een tijdje komt zijn moeder boven om te kijken hoe hij z’n bed netjes maakt. En dan schreeuwt moeder ineens;”wat doe jij met mijn make up op jouw bed! zegt jantje;”maar ik moest mijn bed toch op maken?

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *