Slim

Rijdt een Arabier op zijn kameel, met zijn vrouw tien meter voor hem.Drie oude, wijze Arabieren zien het hoofdschuddend aan. Een van de oude mannen vraagt aan de man: “Waarom laat je jouw vrouw voor je, want in de Koran staat dat ze tien meter achter je moet rijden!”

“Dat is wel zo”, zegt de Arabier, “maar toen Mohammed de Koran schreef waren er nog geen bermbommen”

Similar Posts

  • Rubbertje

    Een man en vrouw staan met hun 9 kinderen bij de bushalte. Na een paar minuten voegt een blinde man zich bij hen. Bij aankomt van de bus blijken alleen de vrouw en hun 9 kinderen in de bus te passen. De beide mannen besluiten te gaan lopen. Na een tijdje begint de man zich te ergeren aan het getik van de stok van de blinde man terwijl hij ermee op het trottoir tikt en zegt tegen hem: “Als jij er nu een rubberdopje had opgedaan dan had ik nu niet hoeven te luisteren naar dat irritante getik!” Waarop de blinde man antwoord “Als jij er een rubbertje omheen had gedaan dat hadden wij met die bus mee gekund!”

  • Geen vijanden

    Aan het eind van de mis vraagt de priester:
    “Hoeveel van jullie hebben hun vijanden vergiffenis geschonken ?”
    80 % steekt zijn hand op.
    De priester herhaalt zijn vraag met aandrang :
    “Hoeveel van jullie hebben hun vijanden vergiffenis geschonken ?”
    Iedereen steekt zijn hand op behalve 1 oud mannetje op de eerste rij.
    De priester vraagt aan het mannetje waarom hij zijn vijanden niet vergeeft.
    Waarop het kranige kereltje antwoordt : “Ik heb geen vijanden”.
    De priester gelooft zijn oren niet en vraagt hou oud de man eigenlijk is.
    “Ik ben 99 jaar en 11 maand”.
    Alle kerkgangers klappen in hun handen en prevelen “Proficiat”.
    Maar de priester zet door en spreekt de man aan :
    “Dat kan toch niet waar zijn, zo oud en echt GEEN vijanden ?”
    Waarop de grijsaard met een glimlach om de mond antwoordt :
    “Ze zijn allemaal dood !”

  • Hebt u ook….?

    Ik sta voor een rood licht. Naast mij staat een andere auto, waarvan de bestuurder zijn raampje opendraait. Ik denk: “Die wil me wat vragen”, dus draai ik ook het raampje open.

    Vraagt die man: “Heb jij ook een wind gelaten?”

  • De Optimistische zoon

    Een man probeerde zijn jonge zoon het kwaad van alcohol te leren. Hij deed een worm in een glas water en een andere worm in een glas whisky. De worm in het water leefde, terwijl die in de whisky zich oprolde en stierf.

    “Oké, zoon,” vroeg de vader, “wat laat dat zien?” ‘Nou, papa, het laat zien dat als je alcohol drinkt, je geen wormen krijgt.’

  • Overtuigen

    Er komt een man een supermarkt binnen, loopt naar de afdeling dierenvoeding, pakt twee blikken hondenvoer en loopt vervolgens naar de kassa. Vraagt de kassière: “Meneer heeft u een hond?” Hierop antwoordt de man: “Ja, natuurlijk heb ik een hond, anders had ik die twee blikken toch ook niet nodig?”
    Zegt de kassière: “Het spijt me meneer, maar vanaf deze week mag ik niemand meer dierenvoeding meegeven tenzij ik zelf kan zien dat de persoon een huisdier heeft… U zult de hond dus moeten meenemen…” De man vloekt een paar keer vanwege deze absurde nieuwe regeling, smijt de twee blikken op de grond en loopt kwaad weg. De volgende dag is hij weer terug, loopt naar de afdeling dierenvoeding, pakt twee blikken kattenvoer en gaat naar de kassa. Vraagt die kassière: “Meneer, heeft u een kat?” Waarop de man, zichtbaar geïrriteerd, antwoordt: “Ja natuurlijk heb ik een kat, ik kom deze blikken toch niet voor mezelf halen?” De kassière: “Meneer, dit vind ik nou niet slim van u. U was hier gisteren ook, dus had u kunnen weten dat ik u geen dierenvoed….” De kassière is nog niet uitgesproken of de man is de winkel al luid vloekend en tierend uitgelopen… De blikken bij de kassière achterlatend. De dag daarop komt de man met een bruine papieren zak in z’n hand de winkel binnen, loopt direct door naar de kassa en zegt tegen de kassière: “Mevrouw, steekt u hier uw hand eens in.”
    De kassière doet dit en roept vervolgens: “He, het is zacht en warm…”
    “Ja”, zegt de man, “Ik had graag drie rollen WC papier!”

     

  • Waterput

    Twee mannen lopen over een heide en zien een waterput. Ze lopen er naartoe en vragen zich af hoe diep die put eigenlijk is. Ze pakken een steentje, gooien het in de put, maar horen het niet de bodem raken. “Vreemd”, zegt de een. “Zou ‘ie zó diep zijn?” Ze gaan een grotere steen zoeken en gooien die ook in de put. Ze buigen voorover om te horen wanneer de steen de bodem raakt. Wéér geen geluid. Nu zien ze een hele grote zware steen, een grote rots, liggen en pakken die met z’n tweeën op. Ze strompelen naar de put en weten de rots over de rand te kieperen. Ze luisteren vol spanning en horen ineens hoefgetrappel achter zich. Ze draaien zich om en zien een geit keihard aan komen rennen en die duikt zo de put in. Stomverbaasd kijken ze elkaar aan. Na een kwartier komt er een herder aanlopen. “Hebben jullie mijn geit gezien?” “Nou”, zegt de een, “er dook hier net wel een geit met een rotgang deze put in.” “Nou”, zegt de herder, “dat kan niet want die zat aan een rots vast.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *