Kibbelen

Twee blondjes lopen op straat. Plots wijst de ene naar iets en roept:

_ Kijk daar, de zon!

_ Maar nee, dat is de maan, zegt de andere.

Ze lopen kibbelend verder.

Even later zegt de eerste:

_ Weet je wat, we zullen eens ergens aanbellen en vragen wie er nu gelijk heeft.

Ze bellen aan bij het eerste huis dat ze tegenkomen en het toeval wil dat er een blondje opendoet.

De twee dames wijzen naar de lucht en vragen:

_ Mevrouw, dat ding daar in de lucht, is dat nu de zon of de maan?

_ Ik zou het niet weten. Ik woon hier nog maar pas.

Similar Posts

  • Is ie al af?

    Een man gaat naar de veearts me zijn hond ..

    De veearts : Meneer hebt u al gemerkt dat u hond een oog verloren heeft ?!
    De meneer : Ja , maar ik heb hem zo gekregen
    De veearts : En hij heeft ook een oor verloren ????!!!!!
    De meneer : Ja , maar ik zeg het u , ik heb hem zo gekregen
    De veearts : Dan moet ik u hond wel afmaken
    De meneer : Ja , ok in orde
    De man verlaat de veearts en belt een week later
    De meneer : Goedendag dokter , is men hond al af ?

  • De Heer zal me bijstaan

    Een priester, die een wandeling maakt in de vrije natuur, sukkelt in het drijfzand. Wanneer hij ongeveer is weggezakt tot over zijn enkels, passeert er een brandweerwagen. – ‘Heeft u hulp nodig ?’, vragen de brandweerlieden. – ‘Nee, dank U, niet nodig, de Heer zal me bijstaan !’, antwoordt de priester. Wanneer hij tot zijn middel is weggezakt, passeert de brandweerwagen opnieuw en de brandweerlieden vragen : – ‘Heeft u hulp nodig ?’, – ‘Nee, nee, dank U, niet nodig, de Heer zal me bijstaan !’, antwoordt de priester weer. Wanneer enkel nog het hoofd van de priester boven het zand uitsteekt, passeert de brandweer een derde maal. – ‘Heeft U nog steeds geen hulp nodig ?’, vragen ze. – ‘Nee, nee, nee, niet nodig, de Heer zal me redden !’, antwoordt de priester. Uiteindelijk verdwijnt de priester helemaal onder het zand… Aangekomen in het paradijs zegt hij tot God : – ‘Ik ben echt wel naïef. Ik dacht werkelijk dat U me ter hulp zou zijn gekomen !’ En de Heer antwoordt : – ‘Ik heb je 3x de brandweer gestuurd. Ik zie niet in wat Ik nog meer kon doen…!

  • Vooruit denken

    De ene ondernemer tegen de andere: “Waarom zijn jouw medewerkers altijd op zo netjes tijd?”
    Heel eenvoudig: 30 medewerkers, maar slechts 20 parkeerplaatsen!”

     

  • Doen of we getrouwd zijn

    Een man en een vrouw die elkaar niet kennen, staan voor het treinloket. Allebei willen ze met de nachttrein naar Rome. De NMBS-medewerker vertelt dat er nog maar één tweepersoonsbed beschikbaar is en dat ze onder elkaar maar moeten uitvechten wie het krijgt. Zowel de man als de vrouw moeten echt de volgende dag in Rome zijn., dus na enig overleg besluiten ze om het bed te delen. Ze kleden zich om en gaan ieder aan één kant van het bed liggen. Na ongeveer een halfuurtje vraagt de man : “Kan je wel in slaap raken.?”. Waarop de vrouw antwoordt dat ze het toch maar een beetje koud vindt. “Daar kunnen we maar twee dingen aan doen.” zegt de man. “Ofwel ga ik voor jou een dekentje halen, ofwel doen we alsof we gehuwd zijn.” “Goed” zegt de vrouw na enige tijd nadenken, “laten we dan maar doen alsof we gehuwd zijn.” Waarop de man zegt : “Oké, ga dan zelf maar het dekentje halen.”

  • Eerlijke advocaat

     

    Een advocaat komt solliciteren op een groot advocatenkantoor.
    De manager P.Z. vertelt hem dat zij een eerlijk bedrijf zijn en dus op zoek zijn naar eerlijke mensen.
    De manager vraagt hem: “Bent u een eerlijke advocaat?”
    “Eerlijk?”, vraagt de advocaat. Laat mij u eens iets vertellen over eerlijkheid.
    Ik ben ZO eerlijk dat ik de 45.000 gulden die mijn vader me geleend heeft om mijn studie te kunnen bekostigen, direct na mijn eerste zaak heb terugbetaald!”
    Geïmponeerd vraagt de manager: “Wat was dat voor een zaak?”
    “Een kort geding waarin mijn vader het geld terug eiste.”

     

  • Inspecteur

    Ne belastinginspecteur kwam an de duure bie ne boer. Hij wol ’t spulke taxeern, “Ie doat mar wat nit loatn kunt”, zeg den boer. Toen den keal kloar was met ziene inspectie wolle nog efkes ’t gröslaand taxeren. “Ik zöl doar neet an begin’n a’k oe was” zeg den boer. Doar mös den taxateur toch efkes um lachen. “Kiek”, zeg den inspecteur en hij haaln ’n pasje oet zien tuk. “Met disse vergunnige mag ik bie iedereene alns controleern, dus met dit pasje mut elk eene mien gezag opvolgen”! “Ie doat mar waj neet loatn kunt” zeg den boer aandermoal en ’n taxateur gung gestrits oaver ‘n weiredroad hen woer jammer genog toevallig gén stroom opstun. Met ziene krek gepoetste skoone stunne al gauw miln in drek. Hij dee ’n paar trad veerder de weire in en toen kwam Herman d’r anloopn. Dat was ’n boer ziene bolle. Ziene fokstier za’k mar zegn. Herman begun rondjes te loopn um ’n taxateur hen. ‘n Taxateur prebeern vöt te komn op ziene duure skoone. “Wat mu’k toch doon” skreewn ’t inspecteurtje, “Ik kan naans hén, ik zitte vaste in ’n drek”! “Och”, zeg ’n boer, dewiel hij ’n sjekkie an ’t dreajn was, “dan loat ie ‘m toch  gewoon efkes oen pasje zeen…..”?

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *