PAS OP!!!!

Een vrouw is eieren aan het bakken als haar man thuis komt. Hij wandelt de keuken in en begint onmiddellijk te roepen :

PASOP ! PASOP ! MEER BOTER!

DRAAI ZE OM ! DRAAI ZE OM!

BOTER , MEER BOTER, ZIE JE DAT NIET?

ZE GAAN AANBRANDEN ! PAS TOCH OP!

DRAAI ZE, DRAAI ZE !

SCHIET OP, HAAST JE, DRAAI ZE NU OM! NU!

PAS OP, TE VEEL BOTER, HET GAAT SPATTEN !

PAS OP! JE GAAT JE VERBRANDEN!

HOLA, HOLA, TE VEEL BOTER!

EN TE WEINIG ZOUT,

TE WEINIG ZOUT!………….

De vrouw is compleet uit haar lood geslagen en gilt: “Waarom schreeuw jij zo ? Wat is er met jou aan de hand ? ”

De man draait zich om en zegt heel kalm terwijl hij de keuken verlaat: “Gewoon, om je duidelijk te maken hoe het aanvoelt als jij naast me zit als ik met de auto aan het rijden ben”.

Similar Posts

  • MODERNE NAAM

    Een bankbediende is voor de derde keer vader geworden. Als hij aangifte gaat doen van de geboorte, vraagt de bediende:

    -Hoe gaat u het het kindje noemen?

    -We noemen hem Euro.

    -Maar, meneer, Euro, daar gaat uw kind later last mee krijgen.

    – Dat denk ik niet. Onze Frank en onze Mark hebben ook nooit problemen gehad.

  • Een zatlap

    Een zatlap loopt ‘s nachts over straat en belt om 4 uur ‘s morgens aan bij mensen. De man des huizes staat woedend op en vraagt: “Wat is dat hier, wat scheelt er?” De zatlap: “Kom me duwen! Je moet me komen duwen!” Razend zegt de bewoner: “Ik ken je niet eens, het is 4 uur in de morgen, en jij vraagt me om je te komen duwen. Bol het af jong…” Terug in de slaapkamer, legt hij zich terug in bed, maar zijn vrouw speelt hem de les: “Nu heb je toch overdreven. Het is jou toch ook al overkomen dat je in panne staat met de wagen. Je had die sukkelaar toch wel even kunnen helpen duwen.” Man: “Ja, maar die kerel was strontzat.” Vrouw: “Reden te meer om hem te helpen, het gaat hem nooit alleen lukken. Nee, zo ken ik je helemaal niet, ik ben zeer teleurgesteld in je.” Haar man, helemaal ontdaan, kleedt zich toch maar weer aan en gaat naar beneden. ! Hij opent de deur en roept: “He kerel, ik kom je duwen, waar zit je?”

    Zatlap: “Hier in de tuin, op de schommel”

  • Slakken

    Een man des huizes had net een maaltje slakken op en zeurde: “Ik lust er nog wel een paar vrouw, want zoals jij ze maakt, maakt niemand ze.” “Nou jong, dan zal jij ze zelf moeten gaan halen.” “Geen punt!” Nadat hem de weg was uitgelegd, waar hij ze moest gaan halen, ging hij fluitend de deur uit. Daar aangekomen: “Ik had graag nog wat slakken.” “Ja”, zei die slakkenboer, “ik heb er zoveel verkocht dat ik geen verpakkingen meer heb.” “Dat geeft niet”, zegt de man, terwijl hij zijn trui openhield. En zo ging ook naar huis. Maar onderweg kwam hij enkele vrienden tegen die vroegen om met z’n allen wat te gaan drinken. “Néé jongens!” Na wat zeuren … nou goed ééntje dan. Het werden er enkele meer en de tijd vloog om. “Jongens ik moet naar huis,” zei hij met een dikke tong. Zo schommelde hij even later naar huis. Thuis aangekomen kreeg hij de huissleutel niet meteen in het sleutelgat. Terwijl hij gebukt stond te richten, vielen de nog levende slakken vanuit zijn trui op de grond. Net toen hij de slakken weer terug wilde doen in zijn trui, vloog plots de deur open en daar stond zijn woedende vrouw. Eer dat zij de kans kreeg om hem de les te lezen, zei hij al lallend: “…allee jongens, nóg tien centimeter …. dan zijn we thuis!”

  • Inspecteur

    Ne belastinginspecteur kwam an de duure bie ne boer. Hij wol ’t spulke taxeern, “Ie doat mar wat nit loatn kunt”, zeg den boer. Toen den keal kloar was met ziene inspectie wolle nog efkes ’t gröslaand taxeren. “Ik zöl doar neet an begin’n a’k oe was” zeg den boer. Doar mös den taxateur toch efkes um lachen. “Kiek”, zeg den inspecteur en hij haaln ’n pasje oet zien tuk. “Met disse vergunnige mag ik bie iedereene alns controleern, dus met dit pasje mut elk eene mien gezag opvolgen”! “Ie doat mar waj neet loatn kunt” zeg den boer aandermoal en ’n taxateur gung gestrits oaver ‘n weiredroad hen woer jammer genog toevallig gén stroom opstun. Met ziene krek gepoetste skoone stunne al gauw miln in drek. Hij dee ’n paar trad veerder de weire in en toen kwam Herman d’r anloopn. Dat was ’n boer ziene bolle. Ziene fokstier za’k mar zegn. Herman begun rondjes te loopn um ’n taxateur hen. ‘n Taxateur prebeern vöt te komn op ziene duure skoone. “Wat mu’k toch doon” skreewn ’t inspecteurtje, “Ik kan naans hén, ik zitte vaste in ’n drek”! “Och”, zeg ’n boer, dewiel hij ’n sjekkie an ’t dreajn was, “dan loat ie ‘m toch  gewoon efkes oen pasje zeen…..”?

  • Zoeken

    Peter werkte tijdelijk in een kledingwinkel. Een klant wilde weten of de zaak ook goede camouflagepakken verkocht.

    “Ja” bevestigde Peter, “Maar, ik kan ze momenteel niet vinden!”

  • Stilletjes

    Een man komt een politiebureau binnen en zegt tegen de dienstdoende agent:
    “Ik heb begrepen dat de inbreker die in ons huis heeft ingebroken gearresteerd is.
    Ik wil graag even een woordje met hem spreken.
    De agent: “Ik begrijp dat u kwaad bent meneer, maar dit kan ik natuurlijk niet toelaten.”
    “Nee nee, u begrijpt me verkeerd”, zegt de man.
    “Ik wil alleen maar van hem weten hoe hij binnen is gekomen, zonder dat mijn vrouw wakker werd.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *