Vraag aan Vader


Een zoon vraagt aan zijn vader: ‘Pap, wat is eigenlijk politiek?’
Vader zegt: ‘Jongen, dat is heel eenvoudig. Kijk, Ik breng het geld thuis, dus ben ik het KAPITALISME.’
‘Je moeder beheert het geld, dus is zij de REGERING.’
‘Opa ziet er op toe dat alles her ordentelijk verloopt. Hij is de OVERHEID.’
‘Het dienstmeisje is de ARBEIDERSKLASSE.’
‘Wij hebben allen maar een doel voor ogen namelijk jouw welzijn. Daarom ben jij het VOLK.’
‘Je kleine broertje die nog in de luiers loopt is de TOEKOMST.’
Snap je het?
De zoon denkt na en vraag of hij er een nachtje over mag slapen.
‘s Nachts wordt hij wakker omdat zijn kleine broertje in zijn luier heeft gepoept en vreselijk schreeuwt. Omdat hij niet weet wat hij moet doen gaat hij naar de slaapkamer van zijn ouders. Daar ligt alleen zijn moeder en die slaapt zo vast dat hij haar niet wakker krijgt. Daarom gaat hij naar de kamer van het dienstmeisje waar hij ziet dat zijn vader bij haar in bed ligt en ze zijn met hele vreemde dingen bezig. Hij ziet dat Opa onopvallend door het raam toekijkt. Ze zijn allemaal zo druk dat niemand merkt dat hij voor het bed staat. Daarom besluit de jongen onverrichterzaken weer te gaan slapen…
De volgende ochtend vraagt vader aan zijn zoon of hij met zijn eigen woorden kan uitleggen wat politiek is.
Ja zegt de zoon: ‘Het KAPITALISME misbruikt de ARBEIDERSKLASSE terwijl de OVERHEID toekijkt en de REGERING slaapt. Het VOLK wordt volkomen genegeerd en de TOEKOMST ligt in de STRONT!’
Er komt een man een supermarkt binnen, loopt naar de afdeling dierenvoeding, pakt twee blikken hondenvoer en loopt vervolgens naar de kassa. Vraagt de kassière: “Meneer heeft u een hond?” Hierop antwoordt de man: “Ja, natuurlijk heb ik een hond, anders had ik die twee blikken toch ook niet nodig?”
Zegt de kassière: “Het spijt me meneer, maar vanaf deze week mag ik niemand meer dierenvoeding meegeven tenzij ik zelf kan zien dat de persoon een huisdier heeft… U zult de hond dus moeten meenemen…” De man vloekt een paar keer vanwege deze absurde nieuwe regeling, smijt de twee blikken op de grond en loopt kwaad weg. De volgende dag is hij weer terug, loopt naar de afdeling dierenvoeding, pakt twee blikken kattenvoer en gaat naar de kassa. Vraagt die kassière: “Meneer, heeft u een kat?” Waarop de man, zichtbaar geïrriteerd, antwoordt: “Ja natuurlijk heb ik een kat, ik kom deze blikken toch niet voor mezelf halen?” De kassière: “Meneer, dit vind ik nou niet slim van u. U was hier gisteren ook, dus had u kunnen weten dat ik u geen dierenvoed….” De kassière is nog niet uitgesproken of de man is de winkel al luid vloekend en tierend uitgelopen… De blikken bij de kassière achterlatend. De dag daarop komt de man met een bruine papieren zak in z’n hand de winkel binnen, loopt direct door naar de kassa en zegt tegen de kassière: “Mevrouw, steekt u hier uw hand eens in.”
De kassière doet dit en roept vervolgens: “He, het is zacht en warm…”
“Ja”, zegt de man, “Ik had graag drie rollen WC papier!”
Rond sluitingstijd staat een agent bij een café te wachten, om te zien of hij nog wat mensen kan betrappen, die met een slok of twee teveel op achter het stuur willen kruipen. Op een gegeven moment strompelt er een vent zo blauw als een balletje, strontlazarus de kroeg uit, struikelt over de drempel, schopt de kat nekbrekend de stoep af, zwalkt rond over de parkeerplaats, probeert zijn sleutel op 5 verschillende auto’s uit in alle gaatjes, voor hij zijn eigen auto gevonden heeft en is nog zeker 10 minuten bezig om zijn sleutel in de deurslot te proppen. Alle overige bezopen bezoekers zijn intussen al lang en breed zwalkend vertrokken. Eindelijk lukt het hem om in de auto te komen. Als hij uiteindelijk al startend, hortend en stotend met de auto wil wegrijden, laat de agent de bestuurder zo kwaad als het kan stoppen en laat hem een blaastest ondergaan. Zelfs na meerdere pogingen en andere batterijen geeft het apparaat nog steeds 0,0 promille aan. De agent vraagt stom verbaasd aan de man hoe dat in hemelsnaam mogelijk is, Waarop de man antwoordt: “Vanavond was ik Bram”. Agent: “Bram??????” Man: “Bewust Rijdend Afleidings Manoeuvre
Komen een slechte priester en een slechte buschauffeur bij de hemelpoort en samen worden ze naar hun verblijf gebracht. Eerst wordt de chauffeur meegenomen naar zijn kamer. Over de top luxe: jacuzzi, groot bed, mooi uitzicht en een onuitputbare minibar.De priester kijkt verrukt en denkt: “zo als dat voor de chauffeur is, dat beloofd wat.” Vervolgens komen ze aan bij de kamer van de priester. Een kleine kamer, met een klapbed en een metalen pot in de hoek. De priester kijkt verbaasd en vraagt: “hoezo krijg ik dit en de chauffeur zo een luxe kamer?” En het antwoord dat hij krijgt: “Die chauffeur heeft veel meer mensen aan het bidden gekregen dan jij!”
Een man gaat met de nachttrein naar de wintersport.
In de slaapcoupe komt hij tot de ontdekking dat hij de ruimte moet delen met een vrouw.
Ze stellen zich aan elkaar voor. De vrouw gaat boven slapen, de man onder.
Ze gaan in bed liggen, maar na een kwartier roept de vrouw:
‘Buurman, slaapt u al?’
‘Nee’, zegt de man. ‘Ik heb het nogal koud’, zegt de vrouw, ‘wilt u
misschien het raampje dicht doen?’;
‘Natuurlijk’, zegt de man. Hij stapt uit bed, doet het raampje dicht en gaat weer liggen.
Na een kwartier roept de vrouw: ‘Buurman, slaapt u al?’;
‘Nee’, zegt de man.
‘Het wordt nogal benauwd’, zegt de vrouw, ‘wilt u misschien het raampje weer open doen?’;
‘Oke’, zegt de man. Hij stapt uit bed, doet het raampje open en
gaat weer liggen.
Na een kwartier roept de vrouw: ‘Buurman, slaapt u al?’;
‘Nee’, zegt de man.
‘Het begint nu toch weer koud te worden’, zegt de vrouw, maar ik heb gezien dat daar in het kastje nog een deken ligt. Wilt u die misschien voor mij pakken?’;
‘We zouden natuurlijk ook kunnen doen of we getrouwd zijn’, zegt de man.’;
‘O, zou u dat willen?’, vraagt de vrouw.
‘Tuurlijk !’, zegt de man.
‘Ah, dat lijkt me ook wel fijn’, zegt de vrouw.
‘Mooi’ zegt de man, ‘Kom uit uwe nest, pak zelf dat deken, kruip weer in uwe nest ,houd uwe snater en laat me slapen !!!!!’
Vandaag naar de belastingdienst geweest.
Bij de balie gevraagd of ik een medewerker kon spreken.
Toen ik later in een kamer met de medewerker zat, vroeg hij mij waar hij mee van dienst kon zijn.
Ik: “Ik wou graag mijn vakantie bespreken.”
Medewerker: “Vakantie bespreken?? Maar daarvoor moet u zijn bij degene waarvoor u werkt.”
Ik: “Nou, dat zijn jullie toch?”