Vraag aan Vader


Een bejaard echtpaar brengt hun vakantie door in Jeruzalem als plotseling de vrouw komt te sterven. De begrafenisondernemer zegt tegen de man : “Voor €5000 kunnen we het lijk naar uw woonplaats vervoeren…. of we kunnen voor € 150 uw echtgenote hier begraven in Jeruzalem, in heilige grond!”. De man denkt na en zegt: “Transporteer haar maar naar huis”. “Weet u dat zeker” vraagt de begrafenisondernemer. “U geeft € 5000 uit terwijl € 4850 kunt besparen en uw echtgenote hier in heilige grond kan worden begraven. “Luister” zegt de man “….heel lang geleden werd hier iemand begraven die drie dagen later weer is opgestaan. Ik ga dat risico niet nemen`.
Een pasgetrouwde boer en zijn vrouw werden gebeld door de moeder van de bruid. Deze wilde meteen de boerderij komen bekijken. De boer probeerde oprecht vriendelijk te zijn tegenover zijn schoonmoeder, hopende dat hij een vriendschappelijke relatie met haar zou kunnen krijgen.
Maar bij elke gelegenheid die zich voordeed zat zijn schoonmoeder zonder doel te zeuren, veranderingen aan te bevelen, ongevraagde adviezen te geven en maakte zo het leven van de boer en zijn bruid ondraaglijk.
Terwijl ze door de schuur liepen, sprong de ezel van de boer plotseling naar voren en stootte de schoonmoeder voor haar hoofd, waardoor deze ongelukkig viel, en op slag dood was.
Op de begrafenis, een paar dagen later, stond de boer naast de kist en begroette de mensen die langsliepen. De pastoor zag dat, wanneer er een vrouw langsliep die iets tegen de boer fluisterde, hij ja schudde met zijn hoofd, en iets terugzei. Wanneer er een man langsliep die iets tegen de boer fluisterde, schudde hij nee en mompelde hij iets terug. De pastoor, die dit toch wel een beetje merkwaardig vond, vroeg na afloop van de begrafenis waarom hij toch telkens ja en nee schudde. De boer antwoordde:
“De vrouwen zeggen, wat een verschrikkelijk drama, en ik knik, ja en zeg, dat was het zeker.
De mannen vragen, kan ik jouw ezel lenen? en ik schud nee en zeg, dat kan niet, hij is al voor een heel jaar volgeboekt.”
De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
‘Swen Snippers, meneer.’
Door het bos lopen twee soldaten. Op een gegeven moment vinden ze drie mijnen en ze besluiten die mee te nemen naar de sergeant. Onderweg terug zegt de een tegen de ander: “Wat doen we nu als er eentje afgaat?”
Antwoordt de ander: “Dan zeggen gewoon dat we er maar twee gevonden hebben!”
Een priester rijdt in zijn auto langs een nonnetje dat op de stoep loopt. Hij geeft haar een lift.
Terwijl zij in stapt valt haar habijt open en laat zij een prachtig lang been zien.
De priester kan zich niet beheersen en legt zijn hand op haar dij.
De non kijkt hem aan en zegt vriendelijk: “Denk aan psalm 129, vader.”
De priester trekt verschrikt zijn hand weg en verontschuldigt zich.
Maar na een tijdje wordt de verleiding toch te groot en hij legt weer zijn hand op haar dij.
“Denk aan psalm 129,” zegt het nonnetje opnieuw.
“Sorry, zuster, het vlees is zwak”, zegt de priester.
Bij het klooster aangekomen, stapt de non uit en glimlacht veelbetekenend naar de priester. Die rent naar zijn cel en slaat de bijbel open op psalm 129, en leest: “Gaat voort en zoek, omhoog en verder omhoog, want daar is de glorie.”
Moraal:
Houd altijd goed je kennis op peil, anders mis je fantastische kansen.
Een man en vrouw staan met hun 9 kinderen bij de bushalte. Na een paar minuten voegt een blinde man zich bij hen. Bij aankomt van de bus blijken alleen de vrouw en hun 9 kinderen in de bus te passen. De beide mannen besluiten te gaan lopen. Na een tijdje begint de man zich te ergeren aan het getik van de stok van de blinde man terwijl hij ermee op het trottoir tikt en zegt tegen hem: “Als jij er nu een rubberdopje had opgedaan dan had ik nu niet hoeven te luisteren naar dat irritante getik!” Waarop de blinde man antwoord “Als jij er een rubbertje omheen had gedaan dat hadden wij met die bus mee gekund!”