Laatste wens

Een priester, die zijn dood voelt naderen, in een ziekenhuis … vraagt ​​de dokter om een ​​bankier en een politicus te bellen. ​Binnen enkele minuten verschenen de twee. ​De priester vroeg hen aan weerszijden van het bed te gaan zitten, hij hield hun handen vast en zweeg. ​De bankier en de politicus waren zo ontroerd en voelden zich tegelijkertijd heel belangrijk om vlak voor zijn dood door een priester te worden ontboden. ​Uit angst vroeg de politicus: ‘Maar mijn vader, waarom heb je ons gevraagd hier aan jouw zijde te komen?’ ​De priester verzamelde al zijn krachten en zei: ​”Jezus stierf tussen twee dieven …… ik zou op dezelfde manier willen sterven !!”

Similar Posts

  • Seizoenen

    Een kleuterjuf vraagt aan haar klas: “Wie van jullie kan de seizoenen van het jaar opnoemen?” Jantje steekt zijn vinger op. “Zeg het maar Jantje!” “Herfst, winter…”, begint Jantje, maar verder blijft het stil. “Waar blijven de lente en de zomer, Jantje?”, vraagt juf. “Ja, dat vraag ik mij dus ook al af!

  • Lawine

    Moos is met wintersport en raakt bedolven onder een lawine. Meteen gaat een reddingsploeg op pad om hem te redden, maar Moos is moeilijk te vinden. Er wordt een helikopter ingezet, en eindelijk zien ze Moos liggen. De reddingsploeg gaat naar hem toe, maar het laatste stuk is slecht begaanbaar. Vanuit de verte roepen ze Moos toe: ‘Meneer Cohen, meneer Cohen, hier is het Rode Kruis, we komen eraan.’ Roept Moos terug: ‘Ik heb vorige week al gegeven.’

  • Automonteur

    Een automonteur komt van de dokter vandaan en denkt:
    “Dat kan ik ook.”
    De monteur begint zijn eigen dokterspraktijk. Hij maakt reclame met: “Als ik je probleem kan oplossen kost het je 500 euro. Als ik geen oplossing voor je heb krijg je van mij 1000 euro.”
    Een advocaat ziet de advertentie en denkt dat hij daar gemakkelijk geld mee kan verdienen. Hij gaat naar de praktijk toe van de monteur.
    “Ik ben mijn smaak kwijt”, zegt de advocaat.
    “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.”
    Hij loopt naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een potje waar benzine in zit. Hij giet het goedje in de mond van de advocaat. Terwijl hij het uitspuugt zegt de advocaat:
    “Gadver, dat is benzine. Wat doe je?!”
    “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw smaak terug. Dat is dan 500 euro.”
    De advocaat betaald en loopt boos weg.
    De volgende dag, nog steeds verontwaardigd over zijn vorige bezoek bedenkt de advocaat een nieuw probleem en gaat opnieuw naar de dokterspraktijk van de monteur. De advocaat zegt:
    “Ik denk dat ik mijn geheugen kwijt ben. Ik kan me niets meer herinneren.”
    “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.”
    Hij loopt weer naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een drankje.
    “Nee, niet die, dat is benzine!” zeg de advocaat.
    “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw geheugen terug. Dat is dan 500 euro.”
    De advocaat betaald en loopt nog bozer weg.
    De derde dag gaat de advocaat een laatste poging doen om die 1000 euro te verdienen. Hij bedenkt een weer een probleem en gaat naar de praktijk toe.
    “Dokter”, zeg de advocaat, “ik kan bijna niets meer zien. Mijn zich gaat enorm achteruit.”
    De monteur denkt eens goed na en na een tijdje zegt hij:
    “Nee sorry, daar heb ik geen oplossing voor.”
    De monteur reikt naar zijn portemonnee. Hij overhandigt het geld en zegt:
    “Hier heeft u uw 1000 euro.”
    Terwijl hij in werkelijkheid een briefje van 200 euro overhandigd.
    “Heee!” zegt de advocaat, “dit is maar 200 euro.”
    De monteur zegt:
    “U heeft uw zicht terug, wat geweldig. Dat wordt dan 500 euro.”

  • Hoe oud ben ik?

    Meester is jarig. Hij vraagt aan de kinderen: “Raad eens hoe oud ik geworden ben.”
    Zegt Jantje: “58.”
    “Mis.”
    Zegt Marietje: “49.”
    “Ook mis.”
    Richie: “Meester, u bent 42 geworden.”
    “Goed zo, m’n jongen. Hoe heb je dat zo goed geraden?”
    “Nou meester, dat zit zo: mijn broer is 21 en da’s een halve idioot.”

  • Belg ontmoet Eskimo

    Er loopt een Belg in Noord-Holland, ziet hij een Eskimo voorbij komen. Hij gaat naar die Eskimo en vraagt: “Wat kom jij hier nou doen?” “Ik ga hier altijd vissen in Friesland,” zegt de Eskimo. “Wat een goed idee,” zegt de Belg, “dat ga ik ook eens doen.” Dus de Belg gaat naar Friesland en komt aan bij een grote ijsvlakte. Hij pakt zijn zaag en begint in het ijs te zagen. Dan hoort hij een stem: “Hier zit geen vis, hier zit geen vis…” De Belg kijkt om zich heen, maar ziet niemand. Hij haalt zijn schouders op en begint weer in het ijs te zagen. Weer klinkt de stem: “Hier zit geen vis, hier zit geen vis…” “Allez, meneer,” roept de Belg terug, “zijt gij den IJskoning?” “Nee,” roept de stem: “Ik ben de omroeper van het Thialfstadion.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *