Petrus

Petrus was ongerust. Er kwamen hoe langer hoe minder mensen naar de hemel.
Hij had bijna niets meer te doen…
Dus riep hij één van de engelen bij zich en zond hem naar de aarde.

‘Ga eens kijken,’ zei hij, ‘wat daar allemaal gebeurt en waarom wij zo weinig volk binnen krijgen.’ De engel ging naar de aarde en bleef daar een lang week-end alvorens terug te keren en verslag uit te brengen bij Petrus ..
‘Kijk,’ zei hij, ‘het is geen wonder.
De mensen zijn slecht, allemaal valsaards, moordenaars en echtbrekers, dieven en egoïsten en ze sexen er maar op los. De goede mensen zijn op de vingers van één hand te tellen.’
Petrus was onthutst.
Hij dacht daar lang over na, maar omdat hij niet wilde afgaan op één opinie, besloot hij nog een andere engel te zenden met dezelfde opdracht.

Toen die na een week terugkwam zei deze tegen Petrus : ‘Het is waar. De mensen zijn zeer slecht. Allemaal valsaards, leugenaars en dieven, ruziemakers en bedriegers, en ‘t is sex al wat de klok slaat. De goede mensen zijn op de vingers van een hand te tellen.’

Petrus voelde zich machteloos.
Na veel nadenken besloot hij een e-mail te sturen ENKEL naar de nog overblijvende goede mensen, om hen moed in te spreken en hen te feliciteren met hun goede levenswandel.

 

Weet jij wat er in die e-mail stond ?

Nee?
Ook geen gekregen zeker ? ? ? ! ! !

Similar Posts

  • LEZING OVER ALCOHOL GEBRUIK

    Een dronken man besluit heel wijs zijn auto te laten staan en lopend naar huis te gaan. Als hij na een half uur zwalken over straat ineens word aangehouden door een agent. ‘Waar gaat U naar toe om 2 uur ‘s nachts?’ vraagt de agent. ‘Ik ga naar een lezing over alcoholgebruik!’ zegt de man. ‘En wie geeft die lezing dan?’ vraagt de agent. ‘MIJN VROUW!’

  • Een pastoor

    Een pastoor, die een wandeling maakt in de vrije natuur, komt in het drijfzand terecht.

    Wanneer hij ongeveer tot over zijn enkels is weggezakt, passeert er een brandweerwagen.

    “Heeft u hulp nodig?” vragen de brandweerlieden.

    “Nee dank u, niet nodig, “de Heer zal me bijstaan!”, antwoord de pastoor.

    Wanneer hij tot zijn middel is weggezakt, passeert de brandweerwagen hem opnieuw en de brandweerlieden vragen: “Heeft u hulp nodig?”

    “Nee, nee, dank u, niet nodig, de Heer zal me bijstaan!”, antwoordt de pastoor weer.

    Wanneer alleen het hoofd van de pastoor nog boven het zand uitsteekt, passeert de brandweerwagen voor de derde maal.

    “Heeft u nog steeds geen hulp nodig?”, vragen ze.

    “Nee, nee, nee, niet nodig, de Heer zal me redden!”, antwoordt de pastoor.

    Uiteindelijk verdwijnt de Pastoor helemaal in het zand!!!!

    Aangekomen in het paradijs zegt hij tot God: “Ik ben echt wel naïef. Ik dacht werkelijk dat U me te hulp zou komen!”

    Waarop de Heer antwoordt: “Ik heb je 3x de brandweer gestuurd. Ik zie niet in wat ik nog meer kon doen……!”

  • Piet & Sjaak

    Op een mooie dag ontmoeten Sjaak en Piet elkaar na lange tijd weer. “En, hoe gaat het ermee”, vraagt Piet. Sjaak:”Gaat wel” Piet:”Hoezo? lukt het je nog steeds niet om Mientje te versieren? Dan zal ik je eens uitleggen hoe je dat aan moet pakken. Zie je die twee vogeltjes daar boven in de dakgoot? Zo moet jij dat ook aanpakken Sjaak, een beetje spelen,beetje fladderen en haar het hof maken!”
    Sjaak: “Ik ga het proberen, bedankt Piet!”
    Enkele weken later komen ze elkaar weer tegen. Piet:”Sjaak, hoe is het ermee?”
    Sjaak: ” Gaat wel..”
    Piet: “hoezo, je hebt toch wel gedaan wat ik je gezegd heb?”
    Sjaak:” Jawel…”
    Piet:”Nou dan!”
    Sjaak:”…maar Mientje is van het dak gevallen!”

  • Beleefd Plezier

    In een klein dorpje ging een huisje van plezier
    zich vestigen naast de pastorie.

    De pastoor was daarmee helemaal niet blij mee
    en stopte een briefje in de brievenbus met als tekst :
    “Wees een dame, en maak geen reclame”

    De dame van het huisje van plezier keek raar op
    bij het lezen van het briefje, en schreef er eentje
    terug met als tekst :
    “Wees een heer en kom ook ‘n keer.”

  • Hond

    Om half twee ‘s nachts ging eergisteren de telefoon bij ons . Moeizaam kwam ik uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Osselaer?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn.

    “Ja, inderdaad,” mompelde ik .

    “Met Van Snick van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddellijk ophouden.”

    De volgende nacht om twee uur belde ik naar Van Snick. “Hallo?” mompelde hij slaperig.

    “Meneer Van Snick, met Osselaer van de overkant” riep ik door de telefoon!

    “Om twee uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?”

    “Meneer Van Snick, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb”.

     

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *