Vlaamse Vissen

Een Vlaming ging op een dag vissen in Wallonië en ving drie karpers.
Toen hij naar huis reed werd hij tegengehouden door een Waalse opzichter die het niet zo op Vlamingen begrepen had. Hij moest zijn visvergunning tonen en de visser haalde een geldige Waalse vergunning boven. De wachter pakte dan een van de karpers, rook aan het achterste en zei: “Dit is geen Waalse vis, dit is een Noorse vis? Heb jij hiervoor een vergunning?” De Vlaming haalde een Noorse vergunning boven. De wachter keurde ze en greep een andere vis en rook weer aan het achterste. “Dit is geen Waalse vis, dit is een Nederlandse vis. Heb jij een Nederlandse vergunning?” De Vlaming ging in zijn zakken en toonde een Nederlands papier. De wachter nam de derde vis en rook aan het achterste. “Dit is een Duitse vis, heb jij hiervoor een vergunning?” En weer ging de jager in zijn zakken en toonde een Duitse vergunning. De wildwachter raakte nu enorm gefrustreerd en schreeuwde naar de Vlaming: “Waar ben jij, verdorie, toch wel van afkomstig?” De Vlaming draait zich om, laat zijn broek zakken, bukt voorover en zegt: “Ruik jij het maar, jij bent de expert.”

Similar Posts

  • GOEDKOOP REIZEN MET DE TREIN

    Drie Belgen en drie Nederlanders gaan samen met de trein op stap. De drie Belgen kopen elk een ticket aan het loket. De drie Nederlanders kopen samen maar één ticket. De Belgen zijn verwonderd: ‘hoe gaan jullie dàt doen’? ‘Dat zul je wel zien’ zeggen de Nederlanders. Op de trein begint de controleur aan zijn ronde en de drie Nederlanders gaan samen op één toilet. De conducteur controleert de kaartjes van de Belgen, alles ok. Hij komt bij het toilet, klopt op de deur en de Nederlanders schuiven hun ticket onder de deur. De conducteur controleert het ticket, zegt ‘ok.’ en schuift het terug onder de deur. De volgende dag nemen ze allen terug de trein. De drie Belgen kopen samen maar één ticket. De drie Nederlanders kopen er geen. De Belgen zijn nog meer verwonderd: ‘HOE gaan jullie DAT doen’? ‘Dat zul je wel zien’ zeggen de Nederlanders. In de trein begint de controleur aan zijn ronde en de drie Belgen gaan samen op één toilet. De drie Nederlanders gaan ook samen op één toilet; maar de laatste Nederlander klopt eerst op de deur van het toilet van de Belgen. De Belgen schuiven hun ticket onder de deur……………….

  • Sleutel vergeten!!!

    Een Belg tankt in Holland bij een selfservice station. Hij gaat naar
    binnen om te betalen, gaat naar buiten en komt direct daarna in paniek weer
    binnen. “Alez”, zegt hij,” nu heb ik mijne voiture gesloten en de sleutels
    erop laten steken”. “Geen paniek”, zegt de bediende,”dat gebeurt wel vaker”
    “U krijgt van mij een schroevendraaier, een doekje en een ijzerdraadje mee.
    Met de schroevendraaier duwt u het raamrubber opzij, u doet het doekje
    ertussen, om niets te beschadigen en met het ijzerdraadje, hengelt u het
    pinnetje van de deur open”. De Belg is helemaal opgelucht en loopt weer
    naar buiten. 5 Minuten later komt een Hollander binnen. “Wat ik nu toch heb
    meegemaakt” zegt hij verbaast tegen de bediende. “Nou, wat dan?” vraagt
    deze. “Staat er buiten een Belg, met een ijzerdraadje z’n deur open te
    hengelen!” ” En?” vraagt de bediende, “dat maken wij hier regelmatig mee!”.
    “Ja”, zegt de Hollander, “maar toch niet dat de vrouw in de auto zit en
    roept: Beetje naar links, beetje naar links!!!”

  • Uw kaartje

    Een rechercheur stopte bij een boerderij ergens in Ohé en Laak en sprak met een oude boer.  Hij zei tegen de boer: “ik moet de boerderij inspecteren op illegaal verbouwde wiet” De boer zei: “Ok, maar ga dat veld daar niet in” terwijl hij met zijn vinger naar een bepaald gebied wees. De rechercheur ontplofte verbaal terwijl hij zei:”Mijnheer, ik heb de machtiging van de overheid bij me”. Hij greep in zijn borstzak, haalde daar een identiteitsbewijs uit en liet dit aan de boer zien, zeggende:  “Ziet U dit kaartje? Dit kaartje betekent dat ik overal mag gaan waar ik wil.. op ieders land!! Zonder vraag of antwoord!! Heb ik mij duidelijk gemaakt…. begrijpt u het?” De boer knikte beleefd, verontschuldigde zich en ging verder met zijn werk. Korte tijd later hoorde de boer luide kreten, keek op en zag de rechercheur rennen voor zijn leven, achterna gezeten door een enorme stier… De stier kwam steeds dichterbij en het was duidelijk dat de rechercheur zich niet in veiligheid zou kunnen brengen. De boer gooide zijn werktuig neer , rende naar het hek en schreeuwde uit volle borst:
    “UW KAARTJE…..LAAT HEM UW KAARTJE ZIEN”

  • Gesnurk

    Een handelsvertegenwoordiger, doodmoe, komt aan in een kleine gemeente waar er maar één hotelletje is. Tot overmaat van ramp, alle kamers zijn bezet. Hij smeekt de baas: “Leg me te slapen, eender waar, maar ik moet absoluut kunnen uitrusten.” “Wel”, zegt de hotelier, “ik heb hier een twee persoonskamer waar er maar één bed beslapen is. Als je met die man op een akkoord komt om de kamer en de prijs ervan te delen is dat voor mij goed. Maar, ik verwittig je, hij snurkt geweldig. Het is zelfs zo erg dat alle gasten ‘s morgens hun beklag erover maken.” “Maakt niks uit”, antwoordt de vertegenwoordiger, “ik ben veel te moe.” …De twee mannen komen tot een akkoord en nemen het avondmaal aan dezelfde tafel. ‘s Morgens komt de handelsvertegenwoordiger als eerste de trap af om naar het ontbijtzaal te gaan. Vrolijk fluitend en welgemutst de hotelbaas groetend. “Nou”, zegt deze, “zo welgezind? Heb je goed geslapen? Heeft hij niet gesnurkt?” “Zeker niet”, zegt de vertegenwoordiger, “geen enkel moment.” “Hoe is dat in Godsnaam mogelijk”, zegt de hotelbaas.

    “Heel eenvoudig”, zegt de vertegenwoordiger.

    “Ik kwam een beetje later dan hem de kamer binnen. Hij lag al op zijn bed. Ik heb hem een kus gegeven op zijn achterwerk en gezegd: Goedenacht, schoonheid. En die kerel heeft de hele nacht recht gezeten in zijn bed om me in de gaten te houden.”

  • OP DE ZESDE DAG SPRAK GOD

    Op de zesde dag sprak God tot de aartsengel Gabriel: “Vandaag ga ik een land creëren, genaamd Nederland. Het zal een land zijn van buitengewone natuurlijke schoonheid, met grote bossen, vol met herten, zwijnen en eekhoorns. Grote rivieren, gevuld met alle mogelijke soorten levende wezens. Het zal een binnenzee krijgen met enorme hoeveelheden vis en ook aan een buitenzee komen te liggen, die men van prachtige goudgele stranden kan overzien.” God ging verder: “Ik zal het land rijk maken door de landbouw en de inwoners zullen grote welvaart kennen. Sommige van hun vrouwen zullen van verblindende schoonheid zijn. Ze zullen bekend worden als Hollanders. En ze zullen het vriendelijkste volk op aarde zijn. En als slagroom op de taart maak ik van het zuiden van Nederland een lieflijk heuvellandschap waar vriendelijke mensen zullen wonen, die bekend zullen staan als Limburgers.” “Maar Heer,” zegt Gabriel, “denkt U niet dat u een beetje te genereus bent voor deze Hollanders?” “Niet echt,”, antwoordt God, “moet je eens opletten wie ze als oosterburen krijgen!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *