Te Laat
De meester zegt tegen Pietje: ‘Je bent veel te laat op school! Hoe komt dat?’ Antwoordt Pietje: ‘Maar gisteren zei u nog dat het nooit te laat is om te leren!’
De meester zegt tegen Pietje: ‘Je bent veel te laat op school! Hoe komt dat?’ Antwoordt Pietje: ‘Maar gisteren zei u nog dat het nooit te laat is om te leren!’
Een Duitser, een Engelsman en een iemand uit Afrika zitten in een restaurant. Aan de overkant zit een man te eten die sterk op Jezus lijkt ; De Duitser kan het niet laten te zeggen dat hij écht wel sterk op Jezus lijkt.. “Ik ben Jezus”, zegt de man. Dat treft, zegt de Duitser, ik ben een goed katholiek en misschien kun je mij van mijn migraine afhelpen… Jezus raakt zijn voorhoofd aan en meteen houdt de pijn op. De Duitser vertelt het verhaal aan zijn tafelgenoten en de Engelsman gaat nu op Jezus af: Ik heb een ongeneeslijke reuma, met uw genade zal ik genezen. Jezus raakt de schouder van de Engelsman aan en hij is meteen van z’n kwaal verlost. De Engelsman vertelt zijn verhaal, maar de Marokkaan geeft geen krimp. Na een poosje komt Jezus aan de tafel en vraagt aan de Afrikaan : Zeg vriend, heb jij geen enkele ziekte of pijn? Waarop de Afrikaan zegt : waag het niet om mij aan te raken, ik ben in de ziektewet!
Deze morgen zat ik op een bank in het park naast een vreemde zwerver.
“Vorige week had ik nog alles.” zei hij.
Een kok maakte mijn eten klaar,
mijn kamer werd gepoetst,
mijn kleren werden gewassen
en ik had een dak boven het hoofd.
Ik had toegang tot het internet,
beschikte over een fitnessruimte
en kon regelmatig een stapje in de wereld zetten.
Als ik eens een dagje lekker wilde niksen deed ik dat gewoon.”
“Maar wat is er dan eigenlijk gebeurd?”, vroeg ik,
“Drugs? Gokken? Een vrouw?”
“Neen”, antwoordde hij,
“Ik werd ontslagen uit een Nederlandse gevangenis.”
Een man probeerde zijn jonge zoon het kwaad van alcohol te leren. Hij deed een worm in een glas water en een andere worm in een glas whisky. De worm in het water leefde, terwijl die in de whisky zich oprolde en stierf.
“Oké, zoon,” vroeg de vader, “wat laat dat zien?” ‘Nou, papa, het laat zien dat als je alcohol drinkt, je geen wormen krijgt.’
Een vrouw komt met haar veertien kinderen bij de pastoor op bezoek. De kleinste van twee jaar oud loopt naar de pastoor.
De pastoor: En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
De volgende komt binnen.
Pastoor: “En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
Pastoor: “Ah, heet jij ook jantje?”
De oudste komt binnen (14 jaar).
Pastoor: “En hoe heet jij jongen?” Jongen: “Jantje.”
Pastoor tegen moeder: “Heten al jouw zoontjes misschien Jantje?”
Moeder: “Ja, dat is heel gemakkelijk, als ik roep: ‘Jantje opstaan’ staan ze allemaal op,
als ik roep: ‘Jantje eten,’ komen ze allemaal eten,
als ik roep: ‘Jantje slapen,’ dan gaan ze allemaal slapen.”
Pastoor: “En als je maar één iemand nodig hebt, hoe doe je dat dan?”
Moeder: “Dan roep ik gewoon hun familienaam.”
Annie komt bij de bakker, zegt de bakker: “Hallo Annie, wat zie jij er goed uit.” “Ja,” zegt Annie, “ik heb een facelift gehad moet jij maar eens schatten hoe oud ik ben.” “Nou,” zegt de bakker, “ik schat 42 jaar.” “Nee,” zegt Annie, “53.” Even later komt Annie bij de slager die ook weer een complimentje naar Annie maakt. “Ja,” zegt Annie, “moet jij maar eens schatten hoe oud ik ben.” “Nou,” zegt de slager, “ik denk 44.” “Nee,” zegt Annie, “53.” Na het winkelen staat Annie op de bus te wachten komt een man die ook weer tegen Annie zegt dat ze er goed uitziet. “Ja,” zegt Annie, “moet jij maar eens raden hoe oud ik ben.” “Nou,” zegt die man, “dat zou ik zo niet kunnen zeggen maar als ik even in je broek mag voelen dan kan ik het je zo vertellen.” Oké, Annie laat de man met zijn hand in haar broekje graaien en na vijf minuten is de man klaar en zegt: “53 jaar.” “Zo,” zegt Annie, “dat jij dat kunt voelen aan mijn poesje?” “Nou nee,” zegt de man, “ik stond net achter je bij de bakker.”
Een blondje, Peggy genaamd, zit diep in de miserie. Haar zaak is failliet gegaan en ze is in serieuze financiële moeilijkheden. Ze is zo wanhopig dat ze besluit om God om hulp te vragen. Ze begint te bidden: “God help mij alstublieft ! Ik ben mijn zaak kwijt en als ik niet snel geld binnen krijg, ben ik mijn huis ook kwijt ! Laat mij alstublieft de Lotto winnen !”
Het is Lotto- avond en iemand anders wint de grote pot. Peggy begint weer te bidden. “God, laat me alstublieft de Lotto winnen ! Ik ben mijn zaak kwijt en mijn huis en ik ga weldra mijn auto ook moeten verkopen !”
Lotto-avond komt en gaat en Peggy heeft weer geen geluk. En weer zit ze op haar knieën om te bidden. “Mijn God, waarom heb je mij verlaten? Ik heb mijn zaak verloren, mijn huis, mijn wagen en mijn kinderen zijn aan het verhongeren. Ik vraag je niet vaak om hulp en ik heb je steeds goed gediend ALSTUBLIEFT laat mij deze ene keer de Lotto winnen zodat ik mijn leven weer kan organiseren.
Plotseling is er een verblindende lichtflits als de hemel opentrekt en Peggy hoort de stem van God zelf weergalmen: “Peggy, help me een heel klein beetje ……… koop nu eindelijk eens een biljet.”