Telefoon

  • Om half vier ‘s nachts ging de telefoon bij Frits. Moeizaam kwam hij uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Van Rensburg?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn. “Ja, inderdaad,” mompelde Frits. “Met Smit van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddelijk ophouden.” De volgende nacht om drie uur ging de telefoon bij Smit. “Hallo?” mompelde hij slaperig. “Meneer Smit, met Van Rensburg van de overkant.” “Om drie uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?” “Meneer Smit, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb.

Similar Posts

  • De bovenkant zit vast

    Er staan 2 Belgen voor het viaduct met hun truck. De truck is 10 centimeter te hoog. Zegt die ene Belg: “Er komt geen politie aan, rij maar snel door.” De truck komt vast te zitten en de politie komt eraan. De politie kijkt het aan en zegt tegen de Belgen: “Als je de banden nou wat leeg laat lopen, komt die truck misschien los!”. Zegt die Belg: “Maar meneer, de truck zit van boven vast en niet van onderen!”.

  • In de kroeg

    De kastelein vraag aan de man aan de bar wat hij wenst te drinken. ”Geeft u mij een pilsje”, zegt de man ”en geef die man met die pet op aan het tafeltje er ook een van mij.”

    Zo gezegd, zo gedaan. Als de man aan de bar zijn pilsje leeg drinkt zegt hij tegen de kastelein: “geeft u mij nog een pilsje en die man met de pet op geeft u ook nog een van mij”. Dat tafereel speelt zich zo nog vijf keer af, waarop de vriend van de man met de pet zegt: “geef mij jouw pet eens even, dan krijg ik ook eens iets van die kerel te drinken”. ”Oké” zegt de pettenman en geeft zijn vriend zijn pet.

    Vervolgens zegt de man aan de bar tegen de kastelein: “mag ik nog een pilsje van u en geef de man tegenover die met de pet op ook eens een van mij, want die ander heeft er al genoeg van mij gehad !”

  • Ruzie

    Een getrouwd koppel rijdt met de auto en zeggen al enkele kilometers niets meer tegen elkaar. Ze hebben net een flinke ruzie gehad, waarbij geen van beiden zijn positie wil prijsgeven. Plots, na lang stilzwijgen komen ze voorbij een boerderijtje, waar een aantal ezels, geiten en varkens staan. Waarop de vrouw tegen haar echtgenoot zegt: “Familie van jou zeker?”

    “Yep…,” zegt de man terug, “aangetrouwd”.

     

  • Artridis

    Een dronken, fel naar alcohol ruikende man zat in de metro naast een priester.
    Zijn das zat vol vlekken, zijn wangen zaten vol rode lippenstift en een halflege fles Bacardi stak deels uit de zak van zijn verkreukte vest.
    De man opende zijn krant en begon erin te lezen.
    Na een vijftal minuten richtte hij zich tot de priester en vroeg:
    “Zeg, eerwaarde, weet u de oorzaak van artritis?”
    “Ja, mijn zoon, dat komt door erg losbandig te leven, te veel alcohol te drinken, niet naar de mis te gaan, te slapen met prostituees, geen bad te nemen, enzovoort.”
    “Oh merci”, mompelde de dronken man terwijl hij weer in zijn krant dook.
    De priester, nadenkend over wat hij gezegd had en een beetje nieuwsgierig geworden vroeg aan de man: “Neem me niet kwalijk maar hoe lang heb je al artritis?”
    “Ikke? Ik heb geen artritis, eerwaarde, maar ik heb net in de krant gelezen dat de paus dat heeft.

  • Blaascontrole

    Bij een blaascontrole vraagt de agent aan een zatte bestuurder: “Hoeveel pilsjes heeft u op?” De bestuurder: “Heb maar 2 glaasjes gehad” Agent: “Nou volgens mij zijn het er wel meer, u mag nu even blazen.” Na het blazen slaat het apparaat optilt. Agent: “Nou wat voor glaasjes heeft u op meneer?” Bestuurder: Kreeg na een aantal flesjes pas een nieuw schoon glas.

  • Een vrije dag

    Twee medewerkers van een bedrijf zitten te zuchten en kreunen op het werk. Ze zouden zo graag een dagje verlof nemen, maar de baas heeft alle verlof opgeschort omdat er teveel werk is. Plots springt een van de twee op. “Ik weet een manier om enkele dagen verlof te krijgen!” roept hij. “Hoe dan?” vraagt de ander. De man kijkt snel rond – niets te zien van de baas. Hij klimt op zijn buro, neemt enkele tegels van het valse plafond uit, klimt in het plafond. Dan slaat hij zijn benen over een metalen pijp, laat zich zakken en hangt zo met zijn kop naar beneden. Binnen enkele seconden staat de baas er. “Wat is dat hier allemaal?”. “Ik ben een lamp,” zegt de man. “Ik denk dat jij een beetje overspannen bent. Maakt dat je wegkomt, en dat is een bevel! Ik wil je hier minstens twee dagen niet zien!” “Ja meneer de baas,” antwoordt de man heel gedienstig. Hij springt naar beneden en verdwijnt door de deur. De tweede man staat op en loopt ook snel naar de deur. “Hela, waar ga jij naartoe?” vraagt de baas. “Naar huis. Ik kan niet werken in het donker…”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *