Telefoon

  • Om half vier ‘s nachts ging de telefoon bij Frits. Moeizaam kwam hij uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Van Rensburg?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn. “Ja, inderdaad,” mompelde Frits. “Met Smit van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddelijk ophouden.” De volgende nacht om drie uur ging de telefoon bij Smit. “Hallo?” mompelde hij slaperig. “Meneer Smit, met Van Rensburg van de overkant.” “Om drie uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?” “Meneer Smit, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb.

Similar Posts

  • Scheten

    Een klein oud vrouwtje gaat naar de dokter en zegt: “Dokter, ik heb een probleem met gasvorming. Het stoort me eigenlijk niet, want mijn winden zijn altijd stil en ruiken niet. Eigenlijk heb ik sinds ik hier binnen gekomen ben al minstens 20 winden gelaten. U hebt er vast niets van gemerkt, want ze ruiken niet en zijn altijd stil.” De dokter: “Ik begrijp het, neem dit medicijn en kom volgende week nog maar eens terug.” De week erna komt het vrouwtje terug bij de dokter. “Dokter, ik weet niet wat u mij gegeven heeft, maar mijn winden…. Ze zijn nog steeds geluidloos, maar ze stinken verschrikkelijk!” De dokter zegt: “Goed zo, nu uw neusholtes weer open zijn zullen we eens kijken wat we aan uw gehoor kunnen doen.”

  • Een scout van voetbalclub Ajax vertelt de trainer dat hij een fantastische jonge Irakese spits aan het werk heeft gezien in Bagdad. De trainer stapt onmiddellijk op het vliegtuig om een wedstrijd te gaan bekijken. De trainer is behoorlijk onder de indruk, de spits maakt drie mooie doelpunten. Hij laat de speler een contract ondertekenen en neemt hem mee naar Amsterdam. Vijf weken later: Ajax staat 4-0 achter tegen Feijenoord. Er zijn nog maar twintig minuten te spelen. De trainer brengt de Irakees op het veld. Die scoort vier sensationele doelpunten en kopt in de allerlaatste minuut het winnende doelpunt binnen. Onmiddellijk na de wedstrijd belt de kerel naar zijn moeder: “Ik heb vandaag twintig minuten meegespeeld en heb al meteen vijf doelpunten gescoord!”, zegt hij enthousiast. “De spelers en supporters dragen mij hier allemaal op handen”. “Tof”, zegt zijn moeder, “maar ik zal je eens vertellen hoe mijn dag was. Je vader is op straat beschoten! Je zus en ik zijn aangevallen en geslagen en je broer is lid geworden van een bende criminelen. En dat allemaal terwijl jij de tijd van je leven hebt!”

    De Irakees is onder de indruk: “Ja, wat kan ik zeggen mama? Het spijt me” “Het spijt je?!” zegt de moeder, “het is wel voor jou dat we naar Amsterdam verhuisd zijn, hé

  • OP DE ZESDE DAG SPRAK GOD

    Op de zesde dag sprak God tot de aartsengel Gabriel: “Vandaag ga ik een land creëren, genaamd Nederland. Het zal een land zijn van buitengewone natuurlijke schoonheid, met grote bossen, vol met herten, zwijnen en eekhoorns. Grote rivieren, gevuld met alle mogelijke soorten levende wezens. Het zal een binnenzee krijgen met enorme hoeveelheden vis en ook aan een buitenzee komen te liggen, die men van prachtige goudgele stranden kan overzien.” God ging verder: “Ik zal het land rijk maken door de landbouw en de inwoners zullen grote welvaart kennen. Sommige van hun vrouwen zullen van verblindende schoonheid zijn. Ze zullen bekend worden als Hollanders. En ze zullen het vriendelijkste volk op aarde zijn. En als slagroom op de taart maak ik van het zuiden van Nederland een lieflijk heuvellandschap waar vriendelijke mensen zullen wonen, die bekend zullen staan als Limburgers.” “Maar Heer,” zegt Gabriel, “denkt U niet dat u een beetje te genereus bent voor deze Hollanders?” “Niet echt,”, antwoordt God, “moet je eens opletten wie ze als oosterburen krijgen!”

  • In de pan……

    Een Fransman vaart in zijn privejacht, en komt in botsing met een andere boot, en beide boten zinken.
    Op die andere boot zat er een Duitser.
    De Fransman en Duitser zwemmen samen naar een eiland.
    Op dat eiland is er een stam gevestigd.
    Het stamhoofd beslist vlug over het lot van beiden en zegt:”in de pan ermee”.
    De fransman en de Duitser vragen wat ze moeten doen om te blijven leven.
    Het stamhoofd zegt.
    ”Zoek 100 dezelfde vruchten”.
    De Fransman en de Duitser gaan allebei het bos in en de Fransman komt het eerst terug met 100 bessen.
    Het stamhoofd zegt: ”en steek ze nu een voor een in je gat zonder te lachen”.
    Het lukt de Fransman vlot maar bij de 100ste bes begon hij te lachen.
    Het stamhoofd: ”IN DE PAN ERMEE!”.
    Omstanders vroegen verbaasd waarom de fransman nu bij de 100ste bes begon te lachen!
    De Fransman antwoordde:”Ik zag die Duitser aankomen met 100 kokosnoten.

  • Bij de grens

    Er komt een man op een fiets aangereden met een zak op de bagagedrager.

    Douanebeambte: “Heeft u iets aan te geven?”
    Man: “Nee”.
    Douane: “Wat heeft u dan in die zak?”
    Man: “Zand”.
    Tijdens de controle blijkt dat het inderdaad om zand gaat.
    Een week lang komt de man elke dag met zijn fiets bij de grens met een zak op de bagagedrager.

    Op de 8e dag wordt de douanebeambte toch wantrouwend.
    Douane: “Wat vervoert u in die zak?”
    Man: “Zand”.
    Douane: “Mmmmm, even kijken”.
    Deze keer wordt het zand gezeefd. Uitslag: alleen maar zand.
    Elke dag passeert de man met zijn fiets en een zak de grens.

    Na twee weken wordt het de douanier toch te bont en hij stuurt het zand naar een laboratorium voor nader onderzoek.

    Resultaat: het is alleen maar zand!
    Na twee verdere maanden van zandtransport houdt de douaneman het niet meer uit en hij zweert:

    “Ik geef u zwart op wit dat ik u niet zal aangeven, maar ik voel aan mijn klompen dat u iets smokkelt. Wat is het?”
    De man antwoordt: “Fietsen”.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *