Telefoon

  • Om half vier ‘s nachts ging de telefoon bij Frits. Moeizaam kwam hij uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Van Rensburg?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn. “Ja, inderdaad,” mompelde Frits. “Met Smit van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddelijk ophouden.” De volgende nacht om drie uur ging de telefoon bij Smit. “Hallo?” mompelde hij slaperig. “Meneer Smit, met Van Rensburg van de overkant.” “Om drie uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?” “Meneer Smit, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb.

Similar Posts

  • Advocaat

    Op weg naar hun bruiloft verongelukt het jonge katholieke koppel bij een auto ongeluk. Het volgende moment staan ze voor de hemelpoort waar ze wachten op Petrus. Ze vragen Petrus of ze in de Hemel kunnen trouwen. Petrus zegt: “Ik weet het niet, dit is de eerste keer dat iemand dat vraagt. Ik ga het uitzoeken.” Het koppel wacht, en wacht en wacht. Twee maanden gaan voorbij en het koppel wacht nog steeds. “Hoe is het om voor eeuwig getrouwd te zijn, en wat als het niet werkt?” vroegen ze zich af, “zitten we dan voor eeuwig aan elkaar vast?” Na 4 maand keert Petrus eindelijk terug. “Ja”, zegt hij, “jullie kunnen trouwen in de hemel.” “Dat is geweldig!” zegt het koppel, “…..maar we vroegen ons af, wat als het ons huwelijk niet werkt? Kunnen we dan ook een scheiding aanvragen in de Hemel?” Petrus wordt woedend en gooit zijn papieren op de grond. “Wat is er?” vraagt het koppel angstig.

    “Kom”….., schreeuwt Petrus, “het kostte mij vier maanden om één priester te vinden in de hemel ! Heb je enig idee hoe lang het zal duren voor ik hier één advocaat vind ?”

  • Moeilijke vragen

    De inspecteur heeft de leerlingen de hele namiddag tot wanhoop gedreven met zijn moeilijke vragen..

    • Wil iemand misschien nog iets weten over de spoorwegen in ons land? vraagt hij.
    • Jawel meneer, antwoordt Erik, hoe laat vertrekt uw trein?

     

  • De Baas

    Een baas klaagt dat zijn werknemers hem niet respecteren. De volgende dag hangt hij een bordje op zijn kantoordeur: ‘IK BEN DE BAAS!’ Als hij na de lunch terugkomt, hangt er een briefje onder:

    ‘Je vrouw heeft gebeld… ze wil het bordje terug.’

  • 10 stokslagen

    Een Belg, een Duitser en een Nederlander worden tijdens de Golf-oorlog gevangen genomen door Saddam Hoessein. Na een oneerlijk proces worden ze alle drie veroordeeld tot 10 stokslagen waarna ze in vrijheid worden gesteld. Echter Saddam is in een goede bui en zegt, “Omdat jullie Europeanen zijn mogen jullie eerst nog 1 wens doen.” “Nou”, zegt de belg bind mij maar een mat op mijn rug. De Belg krijgt een mat op zijn rug gebonden en na 10 stokslagen toont de Belg echter weinig tekenen van leven meer. De Duitser kiest er voor om een matras op zijn rug te krijgen. En ook de Duister krijgt 10 stokslagen en heeft nog ontzettende pijn. Als de Nederlander aan de beurt is zegt Saddam, “Omdatjij Nederlander bent mag jij maar liefst 2 wensendoen.”. De Nederlander zegt, “Dan wil ik 20 in plaats van 10stokslagen”.Saddam kijkt een beetje raar maar vraagt toch, “Wat is dan je tweede wens”. Waarop de Nederlander antwoord, “Bind die Duitser maar op mijn rug.”

  • Luieren

    “Wie heeft tegen u gezegd!!,” raast de chef tegen zijn secretaresse, “dat u hier de hele dag kunt luieren, alleen omdat ik u een paar keer gekust heb!?”

    Lachend reageert de secretaresse: “Mijn advocaat!”

  • Slakken

    Een man des huizes had net een maaltje slakken op en zeurde: “Ik lust er nog wel een paar vrouw, want zoals jij ze maakt, maakt niemand ze.” “Nou jong, dan zal jij ze zelf moeten gaan halen.” “Geen punt!” Nadat hem de weg was uitgelegd, waar hij ze moest gaan halen, ging hij fluitend de deur uit. Daar aangekomen: “Ik had graag nog wat slakken.” “Ja”, zei die slakkenboer, “ik heb er zoveel verkocht dat ik geen verpakkingen meer heb.” “Dat geeft niet”, zegt de man, terwijl hij zijn trui openhield. En zo ging ook naar huis. Maar onderweg kwam hij enkele vrienden tegen die vroegen om met z’n allen wat te gaan drinken. “Néé jongens!” Na wat zeuren … nou goed ééntje dan. Het werden er enkele meer en de tijd vloog om. “Jongens ik moet naar huis,” zei hij met een dikke tong. Zo schommelde hij even later naar huis. Thuis aangekomen kreeg hij de huissleutel niet meteen in het sleutelgat. Terwijl hij gebukt stond te richten, vielen de nog levende slakken vanuit zijn trui op de grond. Net toen hij de slakken weer terug wilde doen in zijn trui, vloog plots de deur open en daar stond zijn woedende vrouw. Eer dat zij de kans kreeg om hem de les te lezen, zei hij al lallend: “…allee jongens, nóg tien centimeter …. dan zijn we thuis!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *