20 cent eurocent

  • Een muntstukje van 20 cent sterft en gaat naar de hemel. Daar aangekomen verbaast ze zich over de feestelijke ontvangst die haar te beurt valt. Alle engelen en Sint-Pieter begroeten haar met een hartelijke handdruk en drie dikke kussen en ze krijgt de beste plaats op de mooiste VIP-wolk. Ze krijgt daarbovenop ook nog eens twee persoonlijke butlers die haar bedienen als een koningin, en haar op haar wenken bedienen. Weinig later sterft een biljet van 500 euro en komt ook aan in de hemel. Maar het onthaal is duidelijk veel minder warm. Een van de engelen kijkt even op van zijn schrijfwerk en wijst dan het biljet van 500 koeltjes een plaats op een klein oncomfortabel grijs wolkje. Iedereen laat hem links liggen en niemand spreekt tegen hem. En dat terwijl iedereen zich de benen van onder het lijf loopt voor het muntje van 20 cent. Na een tijdje stelt het 500 euro-biljet toch de vraag aan Sint-Pieter: “Sint-Pieter, hoe komt het dat het stuk van 20 cent een vorstelijke behandeling krijgt en ik, het biljet van 500 euro, zo stiefmoederlijk behandeld word?” Sint-Pieter antwoordt droogjes :”Tja… we hebben U ook niet vaak gezien tijdens de mis.”

Similar Posts

  • De Juf voor de klas

     

    de juf staat voor de klas en vraagt aan de kinderen:
    ‘wie van jullie gaat naar de hemel?’
    iedereen steekt zijn vinger op behalve jantje.
    ‘waarom jij niet?’ vraagt de juf aan jantje.
    ‘nou, ik had beloofd dat ik na school direct naar huis zou gaan’
  • Knappe Apen

    Een aap komt een café binnen en maakt een salto. Zegt de barman: ‘Waar heb je dat geleerd?’ Zegt de aap: ‘In het circus!’ Er komt nog een aap binnen en die maakt ook een salto. Zegt de barman weer: ‘Waar heb je dat geleerd?’ Zegt de aap: ‘In het circus!’ Dan komt er nog een aap binnen en die maakt een driedubbele salto met schroef. De barman zegt: ‘Laat me raden, dat heb je zeker ook in het circus geleerd?’ Zegt de aap: ‘Nee, ik struikelde over de deurmat”.

  • Een zatlap

    Een zatlap loopt ‘s nachts over straat en belt om 4 uur ‘s morgens aan bij mensen. De man des huizes staat woedend op en vraagt: “Wat is dat hier, wat scheelt er?” De zatlap: “Kom me duwen! Je moet me komen duwen!” Razend zegt de bewoner: “Ik ken je niet eens, het is 4 uur in de morgen, en jij vraagt me om je te komen duwen. Bol het af jong…” Terug in de slaapkamer, legt hij zich terug in bed, maar zijn vrouw speelt hem de les: “Nu heb je toch overdreven. Het is jou toch ook al overkomen dat je in panne staat met de wagen. Je had die sukkelaar toch wel even kunnen helpen duwen.” Man: “Ja, maar die kerel was strontzat.” Vrouw: “Reden te meer om hem te helpen, het gaat hem nooit alleen lukken. Nee, zo ken ik je helemaal niet, ik ben zeer teleurgesteld in je.” Haar man, helemaal ontdaan, kleedt zich toch maar weer aan en gaat naar beneden. ! Hij opent de deur en roept: “He kerel, ik kom je duwen, waar zit je?”

    Zatlap: “Hier in de tuin, op de schommel”

  • Het is ook nooit goed

    Kom je te laat op je werk, dan geef je een slecht voorbeeld. Kom je te vroeg, dan ben je een rondneuzer, of blij thuis weg te zijn.
    Blijf je overwerken, dan ben je een uitslover. Ga je op tijd weg, dan heb je geen hart voor de zaak.
    Pleeg je overleg, dan durf je zelf niet te beslissen. Doe je het niet, dan ben je eigenwijs.
    Neem je iemand apart, dan schep je onderonsjes. Doe je het niet, dan ben je onpersoonlijk.
    Ben je aardig, dan wil je de getapte man uithangen. Houd je afstand, dan heb je verbeelding.
    Kom je met nieuwe ideeën, dan ben je een nieuwlichter. Maar als je ze niet hebt, dan gaat er niets van je uit.
    Laat je anderen iets voor je doen, ben je een afschuiver. Pak je het zelf aan, dan ben je eigengereid.
    Hou je je stipt aan de voorschriften, dan ben je lastig. Als je het niet doet, ben je een slappeling.
    Heb je succes, dan heb je geluk gehad. Loopt het mis, dan weet iedereen het je te vertellen.
    Als je er niet meer bent, Dan was je een geweldige kerel!

  • Een rondje voor het hele café

    Een vent bestelt in het café het ene rondje na het andere. Voor de bar, de lui op het terras, de biljarters, zichzelf en de baas aan de tap. Een paar uur later is iedereen behoorlijk aangeslagen en de cafébaas maakt zich zorgen om zijn centjes.
    De gulle gever heeft geen cent op zak en wordt door de gastheer alles behalve zachtzinnig de straat op geschopt.
    Een paar dagen later is hij terug en zegt: “Geef mij een pilsje, de hele zaak een rondje, die lui op het terras ook, maar jij krijgt niks… jij wordt agressief als je gedronken hebt.”

  • Paalschildpadden

    Boer Charel komt op consultatie bij de dokter. Hij heeft tijdens het werk een flinke snee opgelopen in zijn hand, die gehecht moet worden. De dokter ontsmet de wonde, begint de wonde te hechten, en besluit tijdens de klus een praatje te maken met de boer. Al vlug komt het onderwerp politici ter sprake. Wat vindt Charel, met al zijn boerenverstand, nu feitelijk van onze ministers? ‘Volgens mij zijn het allemaal paalschildpadden’ zegt onze landbouwer. De dokter fronst de wenkbrauwen en vraagt. ‘Paalschildpadden, hoe kom je daarbij?’ ‘Wel, verklaart boer Charel, als je langs een weiland rijdt en je ziet een schildpad balanceren bovenop een paaltje van een omheining, dan is dat een paalschildpad.’ Charel bemerkt de uitdrukking van onbegrip in de ogen van de dokter, en geeft een woordje uitleg. ‘Je ziet die schildpad boven op die paal en je weet dat hij daar niet uit zichzelf is gekomen. Hij hoort er niet thuis en hij heeft geen idee wat hij daar moet doen. Hij zit duidelijk op een hogere positie dan hij aan kan en je vraagt je oprecht af welke idioot hem daar heeft neergezet.’

    De dokter knikt bedachtzaam en denkt: dit moet de beste beschrijving van een politicus zijn die ik ooit heb gehoord!!

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *