Les Moustache
Afgelopen week kregen wij van Alie Groenhuijzen 2 foto’s van Lets Moustache uit het begin van de tachtiger jaren. Wij zijn uiteraard dankbaar dat deze foto’s naar ons zijn gezonden.


Afgelopen week kregen wij van Alie Groenhuijzen 2 foto’s van Lets Moustache uit het begin van de tachtiger jaren. Wij zijn uiteraard dankbaar dat deze foto’s naar ons zijn gezonden.


Het rio Butterfly deze week in de schijnwerpers. Helaas weten we niet wie de muzikanten zijn en waar ze vandaan komen. Mocht U het weten dan horen we het graag.

Het duo Freelance op de voorgrond deze week. Mocht u iets over deze mannen kunnen vertellen dan horen wij dat uiteraard graag.


Deze week weer een oude foto uit het begin van de zeventiger jaren van The Little Stars uit Langeveen. Deze foto stamt nog uit het begin van de band nadat gitarist Johan Verenjans de band had verlaten en werd opgevolgd door Jan Pot. In die tijd waren de orgels nog loodzwaar en was het altijd weer een krachtinspanning om de orgels op het podium, en aan het einde van het optreden weer in de bus te krijgen. Momenteel zijn de moderne orgels (Keyboards) zo licht in gewicht dat ze zeer simpel te verplaatsen zijn.

Deze week een foto van Gait oet ‘t Klooster, een conferencier in hart en nieren, die helaas veel te vroeg is overleden. In de zeventiger jaren kwamen we Gait vaak tegen op de bruiloften waar we moesten spelen. In die tijd werd op een bruiloft vaak een conferencier ingehuurd door het bruidspaar. Achter de schermen werden dan de nieuwste moppen uitgewisseld en vaak vertelde Gait een zojuist gehoorde mop aan het publiek.

Paul “Paulchen” Kuhn (Wiesbaden, 12 maart 1928 – Bad Wildungen, 23 september 2013) was een Duits pianist, bandleider en zanger.
Kuhn bleek al jong muzikaal talent te hebben. Als scholier trad hij al op voor gasten in het Wiesbader Wijnlokaal Eimer. Na zijn opleiding door Kurt Thomas bij het Musischen Gymnasium Frankfurt am Main ging Kuhn als 17-jarige naar het conservatorium in Wiesbaden. Naast deze studie werkte hij al als professioneel jazzpianist. Met de opkomst van muziekprogramma’s, uitgezonden door de omroep, werd Kuhn een veel geziene gast op de televisieschermen.
Schlagerzanger: Als schlagerzanger werkte Kuhn mee aan titels als Der Mann am Klavier (1954), Es gibt kein Bier auf Hawaii (1963) en Die Farbe der Liebe. In 1957 nam hij met het lied Das Klavier über mir deel aan de Duitse voorronde voor het Eurovisiesongfestival, maar hij bereikte hiermee slechts de derde plaats.
Pianist: Als pianist rekent Kuhn Art Tatum en George Shearing evenals – door de bijzonder stilistische noten- akkoordzetting – Hank Jones tot zijn voorbeelden. Uitstapjes naar de bebop maakte hij met stukken als Stitt’s tune (2002) en Ornithology (1999).
Bandleider: Voor Kuhn als arrangeur en bandleider was Count Basie het grote voorbeeld, “Basie is de basis” volgens Kuhn. Zijn belangrijkste werk als arrangeur en bandleider was vanaf 1968 van bigbandleider van de Sender Freies Berlin.
Producent: Als producent zocht Kuhn aan het eind van de vijftiger jaren naar jonge talenten – vond onder andere Ralf Bendix, Rocco Granata, Howard Carpendale – en produceerde hun opnamen.
Entertainer en acteu: Als acteur en entertainer trad Kuhn in diverse televisieseries op, bijvoorbeeld Biedermann und die Brandstifter (1958), Spiel mit Vieren, Hallo Paulchen en Paul’s Party.
Informatie Bron: Wikipedia

Deze week lazen we in de krant dat Johnny Lion op 77 jarige leeftijd is overleden na een slopende ziekte.
In 1959 formeerde hij met een aantal schoolvrienden de band Johnny & His Jewels, later omgedoopt in The Jumping Jewels. Deze groep, geformeerd naar het voorbeeld van de commerciële rocker Cliff Richard, scoorde in 1961 een nummer-één hit met Wheels en had tot 1965 nog enkele successen in Nederland.
In dat jaar verliet Van Leeuwarden de groep om als Nederlandstalige solozanger door te gaan. Dit leverde hem meteen de grote hit Sophietje op, het Zweedse nummer Fröken Fräken van Thore Skogman, in het Nederlands vertaald door Gerrit den Braber en opgedragen aan zijn vriendin en zakenpartner Sophie van Kleef. Het jaar daarop scoorde hij met Tjingeling wederom een hit en opende hij met Van Kleef een kledingboetiek met de naam Sophie en Johnny. Deze bleef bestaan tot hun relatie in 1969 afgelopen was. Na Tjingeling wist hij geen echte hits meer te halen. Wel kreeg hij een vast arrangement bij het Circus Boltini, samen met Rob de Nijs. In latere jaren liet Lion zo nu en dan als zanger van zich horen, onder meer met de single Alleen in Dallas, die een bescheiden hit werd, en met het titellied van de film Brandende Liefde uit 1983. Op deze platen bediende hij zich van de naam John Lion.
Van Leeuwarden bleef na zijn zangcarrière werken bij Circus Boltini, nu als perschef. Later schreef hij ook columns voor het weekblad Panorama en maakte hij in 1995 voor dat blad samen met Govert de Roos de serie In bed met Johnny Lion. Tevens heeft hij als journalist voor diverse tijdschriften en kranten gewerkt, en was hij onder andere tien jaar (2001-2011) hoofdredacteur van het SENA Performers Magazine.
Johnny Lion was ook actief als acteur: in 1998 in de speelfilm Siberia en in 2003 speelde hij een rol in Van God Los.
Bovenstaande tekst is gehaald uit Wikipedia.
