Overeenkomst
Vraagt de een aan de ander: “Wat is de overeenkomst tussen een handgranaat en je vrouw”? Zegt de ander geen idee “wat is dat”? Zegt de eerste weer: “Als je van beide de ring aftrekt, dan kost het je je huis.”
Vraagt de een aan de ander: “Wat is de overeenkomst tussen een handgranaat en je vrouw”? Zegt de ander geen idee “wat is dat”? Zegt de eerste weer: “Als je van beide de ring aftrekt, dan kost het je je huis.”
Jantje die een beetje teveel gedronken heeft, waggelt een kerk binnen. Hij gaat in het hokje van de biechtstoel zitten, … en zegt niets. De verbijsterde priester hoest om zijn aandacht te trekken. Maar nog steeds zegt Jonas niets. De priester klopt vervolgens drie keer op de muur, dit in een laatste poging om Jantje tot spreken te krijgen. Ten slotte antwoordt Jantje, met een dubbele tong: “Je hoeft niet te kloppen, hier is ook geen papier!”
Een briefje van 50 euro en een muntstuk van 20 eurocent overlijden en komen aan de hemelpoort aan. Het muntstuk van 20 eurocent wordt als een echte held onthaald. Het wordt behandeld in de hemel als een echte koning. Het mag aan de tafel naast God zitten, mag in de kamer naast God slapen, … terwijl het briefje van 50 euro behandeld wordt als een nietsnut. Het briefje van 50 euro zegt: “Waarom word ik slechter behandeld dan een muntstuk van 20 cent? Ik ben toch meer waard dan 20 cent…”. Waarop God antwoordt: “Je hebt gelijk, maar ik heb je nooit in de kerk gezien”.
Een bankbediende is voor de derde keer vader geworden. Als hij aangifte gaat doen van de geboorte, vraagt de bediende:
-Hoe gaat u het het kindje noemen?
-We noemen hem Euro.
-Maar, meneer, Euro, daar gaat uw kind later last mee krijgen.
– Dat denk ik niet. Onze Frank en onze Mark hebben ook nooit problemen gehad.
Jantje zit zich te vervelen. de meester komt naar Jantje en zegt: “Jantje waarom maak je geen tekening van een koe?” “ok,” zegt Jantje. Een uur later komt de meester kijken. Jantje zit met een leeg papier voor zich. Zegt de meester: “waarom heb je nog niks gemaakt? waar is het gras?” Zegt jantje: “dat gras heeft de koe opgegeten.” Zegt meester: “waar is de koe dan?” Zegt Jantje: “serieus meester, denk je dat de koe blijft staan als het gras op is?”