Shanti koor de Schuitevaarders

Onlangs hebben de kerstmarkt in Geesteren (O) bezocht en daar trad het Shanti koor de Schuitevaarders uit Tubbergen op in de tent. Het was een gezellige drukte waar bij de Schuitevaarders erin slaagden om de gezelligheid op te drijven. Je kunt zeker horen dat de begeleidings muzikanten bijna allemaal, in hun jongere jaren, in een band gespeeld hebben.

koorfoto1

Similar Posts

  • Jan Boezeroen

    In december kwam het nieuws naar buiten dat Jan Boezeroen 15-12-2025 op 92 jarige leeftijd is overleden. Menig band zal in de jaren 70 nummers van hem gespeeld hebben.

    Jan Boezeroen, pseudoniem van Johnny Goverde (Steenbergen, 2 oktober 1933, 15 december 2025), is een Nederlands artiest, die vooral in de jaren zeventig en tachtig enkele grote Nederlandstalige hits scoorde onder de hoede van Jack de Nijs, beter bekend als Jack Jersey. Zijn pseudoniem betekent eigenlijk ‘Jan de arbeider’.

    Hij brak door met het nummer De fles (1970), waarvan de tekst geschreven werd door Enrico Paoli, pseudoniem van de Amsterdamse zanger Henk Paauwe, op muziek van Jan de Koning. In de Nationale Hitparade heeft Boezeroen zeven hits gehad, waarvan Vondel was goed met de achtste plaats de grootste was. Andere Nederlandse Top 40 hits waren Ze zeggen (1971), Oei, oei (1972) en He he kijk daar eens(1973).

    In 1973 maakte hij deel uit van de groep Brabants Bont, met daarnaast Yvonne de Nijs, Jack de Nijs, Leo den Hop en Wil de Bras. Boezeroen had naast zijn zangcarrière ook muziekzaken in Steenbergen en Zevenbergen.

    In de jaren zestig bracht Jan Boezeroen ook enkele platen uit onder de naam Disco Johnny op het CNR-label. De productie ervan was in handen van Addy Kleijngeld, de ontdekker van o.a. Heintje en Gert Timmerman.

    Naast zijn activiteiten als solo-artiest maakte Jan Boezeroen in de jaren 70 en 80 ook nog deel uit van het duo “De Piraten”, samen met Cock van der Palm, die in 1976 werd vervangen door Frans Vullings.

    De muziek van Boezeroen is tegenwoordig vooral te horen bij de plaatselijke Piratenzender (geheime zenders).

  • Caterina Valente

    Caterina Germaine Maria Valente (Parijs, 14 januari 1931 – Lugano, 9 september 2024) was een Frans-Italiaanse zangeres. Ze was in de jaren vijftig tot omstreeks 1965 in Nederland en België enorm populair. Valente was samen met haar broer Silvio Francesco ook succesvol in het theater, de film en later op tv.

    Valente werd geboren te Parijs als dochter van de accordeonist Giuseppe Valente, en de muzikale clown Maria Valente. In 1952 huwde ze met jongleur Erik von Aro, die haar manager werd.

    Ze begon als zangeres en danseres bij het circus Grock en maakte in 1953 haar eerste platenopnamen als zangeres van het orkest Kurt Edelhagen op het platenmerk Polydor. Haar eerste grote hit had ze in 1954 met Ganz Paris träumt von der Liebe, de Duitse vertaling van I love Paris van Cole Porter. Malaguena dateert uit datzelfde jaar.

    Ze werd tussen 1954 en 1962 de bekendste schlagerzangeres. Midden jaren 1950 trok Valente geregeld met Bobbejaan Schoepen op tournee door Duitsland. In 1960 bracht ze ook een door Schoepen gecomponeerd succesnummer uit in Italië: In de schaduw van de mijn, ofwel Amici miei. In 1955 stond ze in Nederland in de hitparade met achtereenvolgens MalaguenaThe breeze and ISiboneyBaiao Bongo en Fiesta Cubana. 1956 zette ze in met de Franse en Spaanse versie van Granada waarna ze in de film Bonjour, Kathrin de gelijknamige song zong, en Steig’ in das Traumboot der Liebe. Uit hetzelfde jaar dateert Wo meine Sonne scheint, de Duitse vertaling van Island in the sun van Harry Belafonte en Bouquet de rêvesTiptipitipso uit 1957 was begin 1958 haar eerste grote hit in de Nederland en België, gevolgd door Spiel’ noch einmal für mich Habanero, in het Frans Jéremie, met Une nuit à Rio Grande als b-zijde. In juli 1958 stond ze ook met Melodia d’ amore in de hitlijsten.

    In 1959 stapte ze over naar Decca. Daar werd ze begeleid door het RIAS Tanzorchester van Werner Müller.[2] Tschau, tschau Bambina, de Duitse vertaling van Domenico Modugno’s San Remohit Piove, werd in Nederland in 1959 nummer 1 en stond zes maanden in de hitparade. Met Sweetheart, my darling, mijn schat/Bon giorno deed ze het nog beter; het werd eveneens nummer 1 en stond acht 8 maanden in de hitparade. Polyglot Caterina, die inmiddels in twaalf talen zong, zong het nummer in een merkwaardig Nederlands, in een arrangement van Werner Müller. In 1959 stond ze met negen nummers in de Duitse hitparade. Tot 1963 stond ze in de Lage Landen bijna onafgebroken in de hitparade met al of niet originele Nederlands- en Duitstalige nummers als La strada del amoreMijn souvenir (My happiness van Connie Francis), Marina (Rocco Granata), Adonis/Er is geen dagZu viel Tequila (Too much tequila), Zeeman (Seemann van Lolita), Itsy bitsy, teeny weeny (Brian Hyland), Oh, Valentino (Connie Francis), Ein Schiff wird kommen (Lale Andersen), Suco, suco (Alberto Cortez, Ping Ping), Pepe (Duane Eddy), Quando, quando (samen met broer Silvio Francesco, oorspronkelijk een San Remohit uit 1962 van Tony Renis), Gondola, gondoli en Tango Italiano, (eveneens San Remohits uit 1962, van respectievelijk Bruni en Ernesto Bonino en Milva en Sergio Bruni), Tout l’amour (Passion flower), Leçon de twist (ook samen met broer Silvio Francesco).

    Toen eind jaren zestig haar ster in Europa begon te tanen, trok ze naar de Verenigde Staten, waar ze, net als Ivo Robic, via de Perry Como-show al bekendheid genoot. Como had in 1962 al Caterina aan haar opgedragen. Ze zong nu meer jazzy nummers en chansons. In 1974 laste ze een pauze in om haar zoon Alexander ter wereld te brengen en daarna trok ze verder de wereld rond, waarbij ze haar stemvirtuositeit etaleerde. In de jaren tachtig trad ze regelmatig op in Duitse televisieshows, waarna het stiller rond haar werd. Uit die jaren dateert een potpourri-album van haar vroegere hits. Sindsdien leefde ze teruggetrokken in haar villa in Zwitserland, aan het meer van Lugano, waar ze op 9 september 2024 overleed. Ze werd 93 jaar oud.

    Bron: Wikipedia

     

  • Alpha Showband

    De Alpha showband deze week op onze site. Helaas weten we niet wie de muzikanten zijn of waar ze vandaan komen. Mocht u het weten dan horen we dat graag via dehelenas@gmail.com

  • The Tremeloes

    The Tremeloes is een Britse groep die vooral succes had in de jaren zestig. Ze waren oorspronkelijk de begeleidingsband van Brian Poole.

    Als Brian Poole & the Tremeloes hadden zij in Engeland vanaf 1961 een reeks hits, waarvan Do you love me in 1963 aldaar de eerste plaats van de hitparade bereikte. Toen het niet meer boterde tussen de leden van de begeleidingsband en hun voorman, gingen ze in 1965 elk hun eigen weg. Brian Poole verdween al snel in de anonimiteit. De Tremeloes (Alan Blakley, Len ‘Chip’ Hawkes, Rick West en Dave Munden) waren echter regelmatig in de internationale hitparades te vinden.

    The Tremeloes begonnen in 1967 aan een half decennium van hits, te beginnen bij het door Cat Stevens geschreven Here comes my baby. Er volgden meer successen, waarvan Silence is Golden (1967) en My little Lady (1968) de grootste waren. De groep kenmerkte zich voornamelijk door pretentieloze uptempo songs, zoals Even the bad times are good (1967), Helule helule (1968) en Once on a Sunday morning (1969).

    Het nummer Yellow River werd hen aangeboden door componist Jeff Christie, maar ze brachten het aanvankelijk niet zelf uit. De band Christie – rond Jeff Christie en de broer van gitarist Alan Blakley – werd speciaal gevormd om het nummer uit te brengen, waarbij de zangpartij van Jeff Christie werd toegevoegd aan de reeds ingespeelde begeleiding van The Tremeloes. Het resulteerde in 1970 in een grote hit. The Tremeloes zongen ook You en What Can I Do? van Raymond O’Sullivan (die later bekend zou worden als Gilbert O’Sullivan). Begin jaren zeventig probeerden The Tremeloes een iets ‘ruiger’ image aan te meten met rockachtige singles als Blue Suede Tie. De laatste hit is ook uit die tijd, maar toch meer ‘poppie’: I Like it That way (1972).

    Net als veel andere bands uit de jaren zestig en zeventig zijn ook The Tremeloes bij tijd en wijle in ‘revivaloptredens’ terug te vinden. Dave Munden is in al die jaren de enige constante factor geweest, hoewel tegenwoordig ook Rick West (die zich weer Rick Westwood noemt) deel uitmaakt van de groep. Chip Hawkes heeft de groep een paar keer verlaten om vervolgens weer terug te keren, maar hij maakt de laatste jaren deel uit van de groep Class of ’64 met oud-leden van Smokie en The Rubettes.

    Band leden:

    • Brian Poole (Barking, 3 november 1941), zanger (tot 1966).
    • Alan Blakley (Alan David Blakley; Bromley, 1 april 1942 – 10 juni 1996), slaggitarist, pianist, zanger.
    • Ricky West (Richard Charles Westwood; Dagenham, 7 mei 1943), sologitarist, zanger.
    • Alan Howard (Dagenham, 17 oktober 1941), bassist, zanger (tot 1966).
    • Chip Hawkes (Leonard Donald Hawkes; Shepherd’s Bush, Londen, 2 november 1945), bassist, zanger (vanaf 1966).
    • Dave Munden (David Charles Munden; Dagenham, 2 december 1943-15 oktober 2020), drummer, zanger.

    Bron: Wikipedia

  • De Opcuna’s

    Hieronder een foto van “de Opcuna’s” uit het Brabantse land. mochten er mensen zijn die meer kunnen vertellen over deze band dan horen wij dat uiteraard heel graag. Stuur uw gegevens naar dehelenas@gmail.com en wij zorgen dat uw verhaal hier geplaatst wordt.
    De Opcuna's uit Mill 1a De Opcuna's uit Mill 1b

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *