Doof

Twee zestigers praten met elkaar over ouder worden. Zegt Jan: “Het probleem bij vrouwen is dat ze weigeren te aanvaarden dat ze ouder worden. Ze gebruiken allerlei trucjes om het te verbergen.” “Jij hebt het bij het rechte eind” zegt Piet. “Ik ken een middel om hen te ontmaskeren. Als je wilt weten of je vrouw hardhorig wordt ga dan op tien meter van haar vandaan zitten en stel een vraag. Als ze niet antwoordt ga je op vijf meter afstand zitten en stel de vraag opnieuw, dan op twee meter en tenslotte op 1 meter.” Jan vindt het een schitterend idee en thuis gekomen neemt hij meteen de proef op de som. Terwijl vrouw lief in de tuin de was ophangt gaat hij op een tiental meter van haar vandaan zitten en vraagt: “Schat, wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij verkleint de afstand met ongeveer de helft en stelt de vraag opnieuw: “Schat, wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij komt nog dichterbij zitten en vraagt: “Schat, wat eten we deze middag?” Opnieuw geen antwoord. Hij begrijpt er helemaal niets van, gaat naast haar staan en vraagt luid en klaar: Schat, wat eten we deze middag?” De vrouw draait zich om, kijkt hem geërgerd aan en antwoordt: “Voor de vierde keer, kip met frieten!”

Similar Posts

  • Te LAAT VOOR EEN SCHRIFTELIJK EXAMEN

    Vier studenten aan de hogeschool arriveerden maar liefst twintig minuten te laat op een belangrijk schriftelijk examen. De betrokken hoogleraar, die zelf surveilleerde, deelde de studenten mee dat ze te laat waren en om die reden niet meer aan het examen konden deelnemen. De studenten probeerden de hoogleraar te vermurwen en voerden als excuus aan, dat ze gevieren met de auto waren gekomen en dat deze een lekke band had gehad. In dat geval, zo vond de hooggeleerde, verdienden de vier heren een extra kans; een schriftelijk examen bij hem thuis, de week daarop, op hetzelfde tijdstip. Vanzelfsprekend was het viertal die dag stipt op tijd. Elke student kreeg een aparte kamer toegewezen met een stoel en tafel, waarop een gesloten omslag lag met de examenvragen. Het gevreesde examen bestond uit slechts één vraag: ”Welke band was lek?”

  • Een Slak

    Een slak kruipt in een appelboom. Zegt een vogel “de appels zijn nog lang niet rijp hoor”. “Nee, dat klopt” zegt de slak “maar tegen de tijd dat ik boven ben wel”.

  • Pesten

    Een jongen op het schoolplein mist een vinger en wordt gepest door andere kinderen.
    Maar iedereen heeft wel iets raars”, verdedigt de jongen zich.
    “Met welke hand veeg jij bijvoorbeeld je bibs af?” vraagt hij aan zijn grootste pestkop.
    “Met links, hoezo? “
    “De meeste mensen doen dat met wc papier…”

     

  • Moppen tappen

    Jantje zit bij opa op schoot in de kantine van het bejaardentehuis. En opeens roept er een bejaarde in de zaal:
    “12!”
    De hele zaal lacht zich kapot. Roept er een andere bejaarde:
    “34!”
    En weer ligt de zaal in een deuk.
    “Waarom lachen jullie?” vraagt Jantje aan opa.
    “Nou,” zegt opa, “We hebben alle moppen genummerd.”
    “O,” zegt Jantje tegen opa, “Dat kan ik ook” en roept:
    “86!”
    De hele zaal blijft doodstil.
    “Waarom lachen jullie niet?” vraagt Jantje verbijsterd aan opa.
    Zegt opa:
    “Die kenden we nog niet”.

  • Positief

    Een Surinaamse zakenman moet op zakenreis naar het buitenland.
    Hij roept zijn trouwe Javaanse knecht Tjokro en zegt hem dat hij op het huis moet passen en dat hij hem bij elk probleem dat zich voordoet moet bellen.
    Na enkele dagen niets te hebben gehoord wordt de zakenman ongerust en belt zelf Tjokro op.
    “Dag Tjokro, hoe gaat het?”
    “Alles zéér slecht, meneer.”
    “Waarom, wat is er gebeurd?”
    “Ik heb steel van schop gebroken.”
    “Maar Tjokro, potdomme, je hebt mij bijna een infarct bezorgd door te zeggen dat het slecht gaat en het is slechts de steel van de schop die gebroken is??”
    Hij haalt eens diep adem en vraagt dan: “hoe is dat gebeurd?”
    “Het gebeurde bij begraven van hond.”
    “Wat, mijn hond?! Is ie dood? Hoe kan dat nu?”
    “Hij in zwembad gevallen.”
    “Maar Tjokro, hoe kan een terrier verdrinken, hij kon zwemmen als een vis!”
    “Geen water in zwembad, hij erin spring, en is dood gevallen.”
    “Hoe zo geen water in het zwembad, vorige week is het zwembad gereinigd en toen ik vertrok was het nog vol water!”
    “Ja maar, water genomen door de brandweer om brand te blussen.”
    “Welke brand, Tjokro?!”
    “Huis is in brand gevlogen, meneer.”
    “Mijn huis? Maar hoe is dat mogelijk?”
    “Rouwdienst voor uw moeder, kaars te dicht bij gordijn en alles verbrand.”
    “Is mijn moeder dood? Wij hebben vorige week pas haar 70ste verjaardag gevierd en zij was nog kerngezond!”
    “Uw moeder kon andere nacht niet slapen, ging slaapmiddel vragen aan mevrouw, die was met uw beste vriend in bed en toen moeder is dood gevallen van de schrik.”
    “Mijn vrouw heeft mij bedrogen met mijn beste vriend?? Kun je mij dan niets positiefs vertellen, Tjokro?”
    “Jawel, meneer, herinnert u zich dat u 14 dagen geleden aidstest hebt gedaan?”
    “Ja, en?!”
    ” Wel, is positief, meneer!”

  • Getuige voor de rechtbank

    In een rechtbank in een kleine provinciestad had de openbare klager een oude dame als getuige opgeroepen. Hij vraagt haar: “Mevrouw Heinrich, kent u mij?”

    Ze antwoordt: “Uiteraard! Ik ken u al van kleins af aan. En eerlijk gezegd, was u toen al een totale ramp. U hebt gelogen, mensen gemanipuleerd en uw vrouw bedrogen. U denkt dat u heel wat bent, maar eigenlijk bent u een complete nul. Ja, ik ken u.”

    De aanklager is sprakeloos. Uit verlegenheid wijst hij met de vinger door de zaal en vraagt: “Mevrouw Heinrich, kent u de advocaat van de verdediging?”

    Ze zegt: “Maar natuurlijk. Ik ken Meester Friedmeier al van toen hij nog een peuter was. Hij is vals, vooringenomen en heeft een alcoholprobleem. Hij kan geen normale relatie met mensen opbouwen en zijn kantoor ruikt muf. Niet te vergeten dat hij zijn vrouw driemaal bedrogen heeft. Een daarvan was overigens uw vrouw. Oh ja, ook hem ken ik.”

    De advocaat van de verdediging zakt in de grond van schaamte. De rechter roept beide heren bij zich en fluistert: “Als iemand van jullie idioten op het idee komt om te vragen of ze mij kent, kom  je hier 10 jaar niet meer binnen!

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *