GEZONDHEIDSTOESTAND NAVRAGEN

Een telefoontje ! Met Gasthuisberg, Leuven.

Ik zou graag met iemand spreken die me kan inlichten over de toestand van een patiënt die bij u verpleegd wordt. Hoe is de naam van de patiënt ? Louis Peters. Een ogenblik a.u.b., ik verbind u door met de verpleging. Met de wachtdienst, wat kan ik voor u doen ? Ik zou graag weten hoe het gesteld is met de gezondheidstoestand van Louis Peters in kamer 302 ? Een ogenblikje, ik verbind u door met de dokter van wacht Met de dokter van wacht. Dag dokter, ik had graag geweten hoe het gaat met mijnheer Louis Peters die al drie weken bij u verpleegd wordt in kamer 302 ? Een ogenblikje, ik zal zijn dossier even raadplegen. Hier heb ik het . Hij heeft vandaag goed gegeten, zijn bloeddruk en hartslag zijn normaal, hij reageert goed op de voorgeschreven medicatie en morgen nemen we de hartmonitor weg. Als alles zo nog 48 uur gunstig verder evolueert zal zijn behandelende arts hem waarschijnlijk uit het ziekenhuis ontslaan voor het volgende weekend. Dat is fantastisch nieuws, ik ben ongelooflijk opgelucht. Bedankt dokter, van harte bedankt. Zo te horen bent u wel erg begaan met de patiënt, bent u familie? Nee, nee dokter, ik ben Louis Peters zelf. Ik bel u vanuit kamer 302. Iedereen loopt hier mijn kamer in en uit maar niemand zegt verdomme iets. Ik wou zelf ook eens weten hoe het met mij gesteld is…..

Similar Posts

  • Dromen

    Dirk komt bij de dokter en zegt, ”Dokter ik droom over hele rare dingen”. “Waarover droom je dan?” vraagt de Dokter. “Nou,” zegt Dirk “Ik droom over een paar schapen die aan het voetballen zijn.” “Geeft niet,” zegt de Dokter. “Ik geef je gewoon een paar pillen die u vanaf vandaag moet innemen.” “Kan dat niet vanaf morgen?” vraagt Dirk. “Ze staan vanavond in de Finale!

  • Doen of we getrouwd zijn

    Een man gaat met de nachttrein naar de wintersport.
    In de slaapcoupe komt hij tot de ontdekking dat hij de ruimte moet delen met een vrouw.
    Ze stellen zich aan elkaar voor. De vrouw gaat boven slapen, de man onder.
    Ze gaan in bed liggen, maar na een kwartier roept de vrouw:
    ‘Buurman, slaapt u al?’
    ‘Nee’, zegt de man. ‘Ik heb het nogal koud’, zegt de vrouw, ‘wilt u
    misschien het raampje dicht doen?’;
    ‘Natuurlijk’, zegt de man. Hij stapt uit bed, doet het raampje dicht en gaat weer liggen.
    Na een kwartier roept de vrouw: ‘Buurman, slaapt u al?’;
    ‘Nee’, zegt de man.
    ‘Het wordt nogal benauwd’, zegt de vrouw, ‘wilt u misschien het raampje weer open doen?’;
    ‘Oke’, zegt de man. Hij stapt uit bed, doet het raampje open en
    gaat weer liggen.
    Na een kwartier roept de vrouw: ‘Buurman, slaapt u al?’;
    ‘Nee’, zegt de man.
    ‘Het begint nu toch weer koud te worden’, zegt de vrouw, maar ik heb gezien dat daar in het kastje nog een deken ligt. Wilt u die misschien voor mij pakken?’;
    ‘We zouden natuurlijk ook kunnen doen of we getrouwd zijn’, zegt de man.’;
    ‘O, zou u dat willen?’, vraagt de vrouw.
    ‘Tuurlijk !’, zegt de man.
    ‘Ah, dat lijkt me ook wel fijn’, zegt de vrouw.
    ‘Mooi’ zegt de man, ‘Kom uit uwe nest, pak zelf dat deken, kruip weer in uwe nest ,houd uwe snater en laat me slapen !!!!!’

  • Tellen

    Een notaris zoekt een nieuwe medewerker om zijn akten af te stempelen.
    En omdat op sommige formulieren wel 10 stempels nodig zijn, moet de nieuwe medewerker natuurlijk tot 10 kunnen tellen.

    De eerste sollicitant meldt zich, gaat zitten en de notaris vraagt of hij tot 10 kan tellen.
    “Ja, natuurlijk”, antwoordt de man, “10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1, 0”
    “Ja goed”, zegt de notaris, “maar kun je dat ook vooruit?”
    “Nee”, is het antwoord, “ik heb hiervoor bij de NASA gewerkt en daar telden we altijd zo.”
    “Niet geschikt. Ik wens u nog een prettige dag verder en stuurt u a.u.b. even de volgende naar binnen.”

    De volgende sollicitant, als hij gevraagd wordt of hij tot 10 kan tellen zegt hij:
    “Jazeker, 1, 3, 5, 7, 9, 10, 8, 6, 4, 2.”
    “Ja, maar kunt u niet van 1 tot 10 tellen in de normale volgorde?”
    “Nee”, zegt de man, “ik ben postbode geweest en zo heb ik altijd geteld als ik de huisnummers naliep.”
    “Bedankt en tot ziens, de volgende a.u.b.!”

    De notaris weer:
    “Kunt u tot 10 tellen?”
    De derde kandidaat:
    “Zeker, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10.”
    “Dat is geweldig, waar hebt u hiervoor gewerkt?”
    “Nou, bij de gemeente.”
    “Bij de gemeente? Daar sta ik van te kijken. Zeg eens, niet dat het nodig is, maar kunt u ook verder tellen dan 10?” vroeg de notaris.
    “Maar natuurlijk. Boer, vrouw, koning, aas.”

  • Juiste gereedschap

    Op een morgen komt een man terug van een vistochtje van verschillende uren en besluit om een dutje te doen; ondanks het feit dat ze niet vertrouwd is met het meer, besluit de vrouw toch om de boot van haar man eens te gebruiken. Ze vaart een eindje het meer op, gooit het anker uit, en leest een spannendboek. Plots komt er een man, de terreinbeheerder, langs gevaren met zijn boot. Hij legt naast de boot van de vrouw aan en zegt: ‘Goede morgen mevrouw. Wat bent u aan het doen ?’ ‘Een boek aan het lezen’ antwoordt ze, (meteen denkend: ‘Is dat niet duidelijk ?’) ‘U bent in een Verboden Te Vissen zone’, zo informeert hij haar. ‘Sorry vriend, maar ik ben niet aan het vissen , ik ben aan het lezen’ ‘Ja, maar u hebt al het gereedschap en voor zover ik weet, kunt u er op elk ogenblik mee beginnen; ik moet u een bekeuring geven en uw materiaal in beslag nemen’. ‘Als u dat doet, zal ik u moeten aangeven voor seksuele intimidatie’ zegt de vrouw. ‘Maar ik heb u zelfs nog niet aangeraakt’ zegt de man. ‘Dat is waar, maar u hebt al het gereedschap ervoor bij u en v oor zover ik weet, kunt u er op elk ogenblik mee beginnen ‘, zegt de vrouw. ‘Nog een prettige dag verder mevrouw’, en de terreinbeheerder vertrekt.

  • Bejaarden

    Er zitten twee mannen in een bejaardenhuis.
    Zegt de één tegen de ander:
    Ik voel me weer zo jong;
    ik heb wel 50 rondjes om het huis gelopen.”
    Zegt de ander:
    “Ik voel me ook weer zo jong;
    ik heb weer in m’n broek geplast!

  • Handen wassen na het plassen

    Jantje gaat op school naar de toiletten, waar hij vervolgens zijn meester tegen komt.
    Dan vraagt de meester, hebben je ouders je niet geleerd om na het plassen je handen te wassen?
    Nee zegt Jantje, mijn ouders hebben het slimmer aangepakt, ze hebben me gelijk geleerd om niet over je handen te plassen.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *