Fiets op slot

Een man fietst voortdurend langs Paleis Soestdijk. Op een gegeven moment rijdt hij de oprijlaan op en zet zijn fiets tegen het paleis neer. Meteen wordt hij op zijn nek gesprongen door twee marechaussees. “U moet die fiets daar weghalen,” zegt de een. “Waarom?”, vraagt de man. “Prins Bernhard komt zo langs,” zegt de marechaussee. “Nou en,” zegt de man, “hij staat toch op
slot?”

Similar Posts

  • Glazen oog

    Een man komt in een kroeg een paar biertjes drinken. Dan pakt hij opeens zijn oog uit z’n kas en gooit deze via de vloer, het plafond tegen het raam en z’n oog komt weer terug in z’n hand. De man naast hem kijkt ervan op maar zegt er niks van. Vijf minuten later pakt die man weer zijn oog en gooit hem al ketsend door de kroeg weer tegen het raam en weer terug in z’n hand. Weer wordt er niks gezegd. Na de derde keer vraagt de man naast hem aan de bar: Waarom gooi je zo met je oog tegen het raam? Zegt de man: Ik kijk of m’n fiets nog buiten staat.

  • Controle van een Priester

    Een oudere priester heeft een jongere collega op bezoek. Tijdens het avondeten bemerkt de jonge priester het bevallige figuur van de huishoudster. Hij weet niet wat hij zich bij de relatie van de oudere priester met diens huishoudster moet voorstellen. De oude priester bemerkt de blik in de ogen van de jonge priester en verzekert hem dat er niets gaande is tussen hem en zijn huishoudster.

    Een week later merkt de huishoudster op dat er al een week een sauslepel ontbreekt. De oudere priester schrijft hierop een brief naar zijn jonge collega: “Ik zeg niet dat je de sauslepel hebt meegenomen, maar ik zeg ook niet dat je hem niet hebt meegenomen; een feit is wel dat hij nu al een week ontbreekt.”

    Enkele dagen later ontvangt de oudere priester een antwoord: “Ik zeg niet dat je met je huishoudster slaapt en ik zeg ook niet dat je niet met haar slaapt, maar feit is wel dat als je in je eigen bed sliep, je hem nu al wel gevonden zou hebben.”

  • Uw kaartje

    Een rechercheur stopte bij een boerderij ergens in Ohé en Laak en sprak met een oude boer.  Hij zei tegen de boer: “ik moet de boerderij inspecteren op illegaal verbouwde wiet” De boer zei: “Ok, maar ga dat veld daar niet in” terwijl hij met zijn vinger naar een bepaald gebied wees. De rechercheur ontplofte verbaal terwijl hij zei:”Mijnheer, ik heb de machtiging van de overheid bij me”. Hij greep in zijn borstzak, haalde daar een identiteitsbewijs uit en liet dit aan de boer zien, zeggende:  “Ziet U dit kaartje? Dit kaartje betekent dat ik overal mag gaan waar ik wil.. op ieders land!! Zonder vraag of antwoord!! Heb ik mij duidelijk gemaakt…. begrijpt u het?” De boer knikte beleefd, verontschuldigde zich en ging verder met zijn werk. Korte tijd later hoorde de boer luide kreten, keek op en zag de rechercheur rennen voor zijn leven, achterna gezeten door een enorme stier… De stier kwam steeds dichterbij en het was duidelijk dat de rechercheur zich niet in veiligheid zou kunnen brengen. De boer gooide zijn werktuig neer , rende naar het hek en schreeuwde uit volle borst:
    “UW KAARTJE…..LAAT HEM UW KAARTJE ZIEN”

  • Erge dorst

    Ligt er een man in het ziekenhuis en is aan zijn mond geopereerd, en heeft hele erge dorst. Dus roept hij de zuster en zegt: “Ik heb dorst!” tussen zijn lippen door.
    Zegt de zuster terug: ”Maar je kan niet drinken je mond zit dicht” Zegt de man terug:” Giet het maar via m’n kont binnen! ” Zegt de zuster tegen de patiënt:” Oké, wat u wilt, wat wilt uw ? Koffie of thee ?
    ”Thee” antwoord de Patiënt. De zuster gaat weg om te overleggen met de andere dokters en zusters en komt terug met een trechtertje en een thee gietertje.
    Zegt ze tegen de patiënt:” Draai maar om en trek uw broek omlaag” De patiënt doet dat en ligt klaar en zegt:”Oké ik ben er klaar voor”
    De zuster zet de trechter in de kont van de patiënt en giet de thee naar binnen, en op een geven moment laat de patiënt een enorme scheet.
    Zegt de Zuster tegen de patiënt:” Wat doet u nu ? ” Zegt de patiënt tegen de Zuster: ” Je moet toch blazen als het warm is?”

  • Een Spiegel

    Een boer werkt op zijn land en opeens ziet hij op de grond wat glinsteren. Hij stapt van zijn tractor, loopt naar het glinsterende object af en pakt het op. Het is een stuk spiegel. De boer had nog nooit eerder zoiets gezien en kijkt in het stuk spiegel. De boer zegt: “Hè, hij lijkt sprekend op mijn vader.” Tijdens het eten kijkt de boer nog een keer naar de spiegel. “Sprekend mijn vader”, zegt hij. Zijn vrouw vraagt: “Wat is dat, schat?” “O, niks hoor”, zegt de boer. Voor het slapen kijkt hij nog een keer in de spiegel. En weer sprekend zijn vader. Hij trekt zijn broek uit en stopt zijn spiegel in zijn zak. Zijn vrouw vertrouwd het niet en midden in de nacht wanneer haar man slaapt, kijkt ze in de zak van de boer. Ze haalt het stuk spiegel er uit en kijkt er goed in. Zegt de Vrouw: “Ik wist het wel, hij heeft een ander. En nog een lelijke ook!…”

  • Allemaal bezig

    • Belt een verzekeringsman op naar zijn cliënt. Neemt een klein meisje de telefoon op, waarop de man vraagt of hij haar vader mag spreken. Antwoordt het meisje fluisterend: “Dat gaat niet, die is bezig.” Dus de verzekeringsman vraagt haar naar haar moeder. Antwoord het meisje weer fluisterend: “Die is ook bezig.” “Nou, misschien is dan je oudere broer of zus thuis?” Zegt het meisje weer fluisterend door de telefoon: “Die zijn ook allebei bezig.” Nou die verzekeringsman denkt ook bij zichzelf; wat voor een huishouden heb ik nu weer aan de lijn. Dus hij vraagt het meisje maar wat ze eigenlijk aan het doen zijn. Waarop het meisje weer fluisterend antwoord: “Ze zijn mij aan het zoeken.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *