Opscheppen
Op de speelplaats wordt opgeschept.
‘Wij zijn met drie kinderen thuis en ieder heeft zijn eigen bed…’
‘Wij zijn met vier kinderen, en elk heeft zijn eigen kamer…’
‘En wij zijn met vijven, en ieder heeft zijn eigen papa…’
Op de speelplaats wordt opgeschept.
‘Wij zijn met drie kinderen thuis en ieder heeft zijn eigen bed…’
‘Wij zijn met vier kinderen, en elk heeft zijn eigen kamer…’
‘En wij zijn met vijven, en ieder heeft zijn eigen papa…’
In een geheel leeg café stapt een aap naar binnen en gaat aan de bar zitten en besteld een biertje. De barkeeper denkt, “ik kan wel wat verdienen aan die aap”, het café liep toch al slecht. Hij brengt het biertje en zegt: “Da’s dan 25 gulden.” De aap trekt ergens uit z’n vacht een briefje van 25. Vervolgens besteld de aap nog een pilsje en de barkeeper zegt: “Da’s weer 25 gulden.” Zo gaat dat een tijdje door tot de aap 5 biertjes heeft gedronken. De barkeeper wil nu toch wel eens een praatje met de aap maken. Hij stapt op hem toe en zegt: “Dat gebeurt niet vaak, dat een aap in dit café komt”. “Nee” zegt de aap, “vind je het gek als je 25 gulden voor een biertje moet betalen.”
Een klein oud vrouwtje gaat naar de dokter en zegt: “Dokter, ik heb een probleem met gasvorming. Het stoort me eigenlijk niet, want mijn winden zijn altijd stil en ruiken niet. Eigenlijk heb ik sinds ik hier binnen gekomen ben al minstens 20 winden gelaten. U hebt er vast niets van gemerkt, want ze ruiken niet en zijn altijd stil.” De dokter: “Ik begrijp het, neem dit medicijn en kom volgende week nog maar eens terug.” De week erna komt het vrouwtje terug bij de dokter. “Dokter, ik weet niet wat u mij gegeven heeft, maar mijn winden…. Ze zijn nog steeds geluidloos, maar ze stinken verschrikkelijk!” De dokter zegt: “Goed zo, nu uw neusholtes weer open zijn zullen we eens kijken wat we aan uw gehoor kunnen doen.”
Een rijke industrieel spreekt op een receptie een bevriend minister aan: “Beste vriend, ik moet je eens wat vragen!”
“Vraag maar!”, antwoordt de minister
“Mijn jongste zoon, wordt 27 dit jaar. Hij verslijt nog steeds zijn broek niet door te werken. Hij doet niet anders dan hele dagen doorbrengen in het café, bij vrienden, drinken en grappen uithalen. Hij doet verder niks! Hij is nog te lui om werk te zoeken! Heb jij geen baantje voor hem?”
Waarop de minister zegt: “Geen probleem, ik benoem hem tot mijn adjunct met een salaris van 10.100 euro per maand!”
Industrieel: “Nee, da’s een veel te hoog loon! Hij moet er toch wat meer inspanning voor doen!”
Minister: “Oh, dan maak ik hem cabinet-chef, 6.000 euro per maand!”
Industrieel: “maar nee, da’s nog altijd veel teveel. hij moet de waarde van het geld leren kennen!”
Minister: dan maak ik hem diensthoofd op één of ander ministerie voor 4500 euro per maand!”
Industrieel: “Maar nee, ik wil dat mijn zoon onderaan de ladder begint, hard moet werken en begint aan maximum 1200 euro per maand!”
Minister: “spijtig, dan kan ik niks voor U doen!”
Industrieel: “Hoe? En waarom niet?
Minister: “voor zulke plaatsen moet je eerst een examen halen!”
Een heer vergezeld van een bloedmooie vrouw stapt in Brussel Nieuwstraat een juwelierszaak in. Ze kiezen een juweel van 50.000€ Op het moment dat er moet betaald worden haalt de man zijn chequeboekje te voorschijn en begint te schrijven. De verkoper trekt een beetje een vervelend gezicht omdat hij de man nog nooit voorheen heeft gezien en er niet gerust in is of de cheque wel gedekt zal zijn.
De man merkt dit gelaatstrekje bij de verkoper en zegt:
“Je bent er precies niet echt gerust in of er wel voldoende geld op mijn rekening staat”.
De verkoper: “Wel, euh”.
De man: ” Kijk, geen probleem, we spreken het volgende af. Omdat het nu zaterdagnamiddag is en mijn bank gesloten is, laat ik de cheque en het juweel hier tot maandag. Pas nadat je het geld geïnd hebt bij de bank laat je het juweel bezorgen bij deze lieve dame. Akkoord”?
De verkoper, zelfverzekerd, geeft zonder twijfel zijn goedkeuring aan deze oplossing en de man vertrekt met zijn beeldmooie vrouw. De maandagochtend gaat de verkoper naar de bank. En wat raadt U? Jawel, de cheque blijkt ongedekt te zijn.
De bankrekening van de man beschikt niet over voldoende provisie. De verkoper belt de man op en legt beleefd uit wat er bij de bank gebeurd is, waarop de man antwoordt:
“Ja maar dat is niet erg. Het juweel is nog altijd in uw bezit, dus het heeft U niets gekost. En ondertussen heb ik een heerlijk weekend gehad! Bedankt voor uw medewerking en tot nog eens”
Een man komt in een kroeg een paar biertjes drinken. Dan pakt hij opeens zijn oog uit z’n kas en gooit deze via de vloer, het plafond tegen het raam en z’n oog komt weer terug in z’n hand. De man naast hem kijkt ervan op maar zegt er niks van. Vijf minuten later pakt die man weer zijn oog en gooit hem al ketsend door de kroeg weer tegen het raam en weer terug in z’n hand. Weer wordt er niks gezegd. Na de derde keer vraagt de man naast hem aan de bar: Waarom gooi je zo met je oog tegen het raam? Zegt de man: Ik kijk of m’n fiets nog buiten staat.