Vakantie
Er waren eens 2 onderbroeken in de wasmand. Zegt de ene onderbroek: “ik ga binnenkort op vakantie.” Zegt de andere onderbroek: “Ik hoef al niet meer op vakantie, want ik ben al bruin genoeg!”
Er waren eens 2 onderbroeken in de wasmand. Zegt de ene onderbroek: “ik ga binnenkort op vakantie.” Zegt de andere onderbroek: “Ik hoef al niet meer op vakantie, want ik ben al bruin genoeg!”
Drie Belgen en drie Nederlanders gaan samen met de trein op stap. De drie Belgen kopen elk een ticket aan het loket. De drie Nederlanders kopen samen maar één ticket. De Belgen zijn verwonderd: ‘hoe gaan jullie dàt doen’? ‘Dat zul je wel zien’ zeggen de Nederlanders. Op de trein begint de controleur aan zijn ronde en de drie Nederlanders gaan samen op één toilet. De conducteur controleert de kaartjes van de Belgen, alles ok. Hij komt bij het toilet, klopt op de deur en de Nederlanders schuiven hun ticket onder de deur. De conducteur controleert het ticket, zegt ‘ok.’ en schuift het terug onder de deur. De volgende dag nemen ze allen terug de trein. De drie Belgen kopen samen maar één ticket. De drie Nederlanders kopen er geen. De Belgen zijn nog meer verwonderd: ‘HOE gaan jullie DAT doen’? ‘Dat zul je wel zien’ zeggen de Nederlanders. In de trein begint de controleur aan zijn ronde en de drie Belgen gaan samen op één toilet. De drie Nederlanders gaan ook samen op één toilet; maar de laatste Nederlander klopt eerst op de deur van het toilet van de Belgen. De Belgen schuiven hun ticket onder de deur……………….
Er is een bedelaar die elke dag 10 € krijgt van een voorbijganger. Dit gebeurt enkele jaren totdat de bedelaar slechts 7,5 € krijgt. De bedelaar denkt bij zichzelf dat het nog altijd niet slecht is maar toch wel minder. Een jaar later krijgt hij plots nog maar 5 € en hij wil nu wel weten hoe dat komt. Hij vraagt dus aan de man van wie hij jaren eerst 10€ toen 7,5€ en nu nog maar 5€ krijgt waarom dat zo is. Heet leven wordt alsmaar duurder en mijn oudste zoon is naar de universiteit gegaan wat erg duur is. De bedelaar vraagt aan de man hoeveel kinderen hij heeft, waarop de man antwoord dat hij 4 kinderen heeft.
De bedelaar zegt bezorgd, “U laat ze toch hopelijk niet allemaal op mijn kosten studeren?”
Een man en zijn vrouw hadden wat probleempjes en besloten elkaar dood te zwijgen.
Plotseling realiseerde de man dat hij zijn vrouw de volgende dag nodig had om hem om 5.00 uur wakker te maken voor een vroege zakenvlucht. Hij wilde echter niet de eerste zijn die de stilte zou doorbreken (en dus zou verliezen). Hij schreef daarom op een stukje papier: “Maak me alsjeblieft om 5.00 uur wakker”. Hij legde het papiertje op een plek waarvan hij zeker wist dat zijn vrouw het zou vinden. De volgende ochtend werd de man wakker en kwam tot de ontdekking dat het al 9.00 uur was en dat hij dus zijn vlucht gemist had. Hij was woedend en stond op het punt om op zoek te gaan naar zijn vrouw om er achter te komen waarom ze hem niet had gewekt. Ineens zag hij een papiertje bij het bed liggen.
Daarop stond: “Het is 5.00 uur. Wakker worden.”
Ne belastinginspecteur kwam an de duure bie ne boer. Hij wol ’t spulke taxeern, “Ie doat mar wat nit loatn kunt”, zeg den boer. Toen den keal kloar was met ziene inspectie wolle nog efkes ’t gröslaand taxeren. “Ik zöl doar neet an begin’n a’k oe was” zeg den boer. Doar mös den taxateur toch efkes um lachen. “Kiek”, zeg den inspecteur en hij haaln ’n pasje oet zien tuk. “Met disse vergunnige mag ik bie iedereene alns controleern, dus met dit pasje mut elk eene mien gezag opvolgen”! “Ie doat mar waj neet loatn kunt” zeg den boer aandermoal en ’n taxateur gung gestrits oaver ‘n weiredroad hen woer jammer genog toevallig gén stroom opstun. Met ziene krek gepoetste skoone stunne al gauw miln in drek. Hij dee ’n paar trad veerder de weire in en toen kwam Herman d’r anloopn. Dat was ’n boer ziene bolle. Ziene fokstier za’k mar zegn. Herman begun rondjes te loopn um ’n taxateur hen. ‘n Taxateur prebeern vöt te komn op ziene duure skoone. “Wat mu’k toch doon” skreewn ’t inspecteurtje, “Ik kan naans hén, ik zitte vaste in ’n drek”! “Och”, zeg ’n boer, dewiel hij ’n sjekkie an ’t dreajn was, “dan loat ie ‘m toch gewoon efkes oen pasje zeen…..”?
Een man moet van zijn vrouw boodschappen doen. Met enige tegenzin gaat van huis en loopt naar de dorpswinkel. Op de deur hangt een bordje met de waarschuwing: “Pas op voor de hond!”. Binnen ziet hij naast de toonbank een stokoude hond liggen die in diepe slaap is.
“Is dit de hond waar de mensen voor moeten oppassen?”, vraagt hij aan de winkelier. “Het beest ziet er niet erg gevaarlijk uit, waarom die waarschuwing?”. “Omdat de klanten telkens over hem struikelden!”
Vier studenten aan de hogeschool arriveerden maar liefst twintig minuten te laat op een belangrijk schriftelijk examen. De betrokken hoogleraar, die zelf surveilleerde, deelde de studenten mee dat ze te laat waren en om die reden niet meer aan het examen konden deelnemen. De studenten probeerden de hoogleraar te vermurwen en voerden als excuus aan, dat ze gevieren met de auto waren gekomen en dat deze een lekke band had gehad. In dat geval, zo vond de hooggeleerde, verdienden de vier heren een extra kans; een schriftelijk examen bij hem thuis, de week daarop, op hetzelfde tijdstip. Vanzelfsprekend was het viertal die dag stipt op tijd. Elke student kreeg een aparte kamer toegewezen met een stoel en tafel, waarop een gesloten omslag lag met de examenvragen. Het gevreesde examen bestond uit slechts één vraag: ”Welke band was lek?”