Treinkaatje
Man: Een treinkaartje naar Amsterdam, een ticket voor mij en m’n vrouw.
Loketbediende: Eerste of tweede?
Man: Ik weet niet waarom u zo nieuwsgierig bent? Het is nog altijd mijn eerste vrouw.
Man: Een treinkaartje naar Amsterdam, een ticket voor mij en m’n vrouw.
Loketbediende: Eerste of tweede?
Man: Ik weet niet waarom u zo nieuwsgierig bent? Het is nog altijd mijn eerste vrouw.
Meester is jarig. Hij vraagt aan de kinderen: “Raad eens hoe oud ik geworden ben.”
Zegt Jantje: “58.”
“Mis.”
Zegt Marietje: “49.”
“Ook mis.”
Richie: “Meester, u bent 42 geworden.”
“Goed zo, m’n jongen. Hoe heb je dat zo goed geraden?”
“Nou meester, dat zit zo: mijn broer is 21 en da’s een halve idioot.”
Mijn vrouw weerhield mij ervan mijn eerste hap te nemen in het restaurant en zei dat we eerst moesten bidden. “Nee, dat is niet nodig” antwoordde ik. “Maar waarom?” vroeg ze. “We bidden thuis ook altijd eerst als ik heb gekookt.”
“Omdat ik denk dat het hier wel goed komt, de chef weet wat hij doet.”
Een zoon vraagt aan zijn vader: ‘Pap, wat is eigenlijk politiek?’
Vader zegt: ‘Jongen, dat is heel eenvoudig. Kijk, Ik breng het geld thuis, dus ben ik het KAPITALISME.’
‘Je moeder beheert het geld, dus is zij de REGERING.’
‘Opa ziet er op toe dat alles her ordentelijk verloopt. Hij is de OVERHEID.’
‘Het dienstmeisje is de ARBEIDERSKLASSE.’
‘Wij hebben allen maar een doel voor ogen namelijk jouw welzijn. Daarom ben jij het VOLK.’
‘Je kleine broertje die nog in de luiers loopt is de TOEKOMST.’
Snap je het?
De zoon denkt na en vraag of hij er een nachtje over mag slapen.
‘s Nachts wordt hij wakker omdat zijn kleine broertje in zijn luier heeft gepoept en vreselijk schreeuwt. Omdat hij niet weet wat hij moet doen gaat hij naar de slaapkamer van zijn ouders. Daar ligt alleen zijn moeder en die slaapt zo vast dat hij haar niet wakker krijgt. Daarom gaat hij naar de kamer van het dienstmeisje waar hij ziet dat zijn vader bij haar in bed ligt en ze zijn met hele vreemde dingen bezig. Hij ziet dat Opa onopvallend door het raam toekijkt. Ze zijn allemaal zo druk dat niemand merkt dat hij voor het bed staat. Daarom besluit de jongen onverrichterzaken weer te gaan slapen…
De volgende ochtend vraagt vader aan zijn zoon of hij met zijn eigen woorden kan uitleggen wat politiek is.
Ja zegt de zoon: ‘Het KAPITALISME misbruikt de ARBEIDERSKLASSE terwijl de OVERHEID toekijkt en de REGERING slaapt. Het VOLK wordt volkomen genegeerd en de TOEKOMST ligt in de STRONT!’
Er komt een prostituee bij de hemelpoort.
Petrus vraagt wat ze vroeger geweest is.
De vrouw bekent dat ze prostituee is geweest.
‘Dan mag je hier niet naar binnen, ‘ zegt Petrus, ‘ga daar maar even op het bankje zitten.’
De vrouw gaat op het bankje zitten huilen.
Komt er een oud baasje bij de hemelpoort met een enorme zak op zijn rug.
Hij loopt naar het huilende vrouwtje op het bankje, en vraagt wat er aan scheelt.
Ze legt uit: ‘Ik ben vroeger prostituee geweest, en nu mag ik niet naar binnen.’
‘Is dat het ?’ , zegt de man. ‘Ik ben kleermaker geweest. Weet je wat ?
Ik heb een zak met oude kleren op mijn rug.
We gooien de kleren eruit en jij gaat in die zak zitten.
Dan smokkel ik jou de hemel in !’
Zo gezegd, zo gedaan.
De kleermaker loopt naar de hemelpoort, en Petrus vraagt de man wat hij vroeger geweest is.
‘Ik ben kleermaker geweest,’ zegt de man.
‘Dan mag je naar binnen,’ zegt Petrus.
Als de man voorbij loopt, vraagt Petrus : ‘Maar wat zit er in die zak?’
Zegt de kleermaker: ‘O, een oude naaimachine!
˜OK, loop maar door!
Er komt een professor bij een universiteit kijken of de studenten wel slim genoeg zijn. Hij vraagt of de slimste student even bij hem wil komen voor een paar vraagjes. Nou dus die jongen komt naar de professor toe. En de professor begint met de eerste vraag:
“Hoe noemen we het ding om naar de sterren te kijken?”
Waarop de student antwoordt:
“Een telescoop.”
“Goed,” zegt professor, “en om naar bacterien te kijken?”
“Een microscoop.”
“Goed. En nu een lastige: Hoe noemen we het ding om door muren te kijken?”
Waarop de student vraagt:
“Kan dat dan?”
“Ja,” zegt de professor.
“Waarmee dan?” vraagt de student.
“Met een raam, mijn beste jongen, met een raam!”
Er komt een Belg bij de Canadese grens. Hij zegt tegen de douanebeambte: “Ik wil graag emigreren.” De douanebeambte zegt: “Daar moet je wel werk voor hebben.” “Dat heb ik,” zegt de Belg, “ik ben houthakker.” “Zo,” zegt de douanier, “en waar ben jij dan houthakker geweest?” “In de Sahara,” zegt de Belg. “In de Sahara?” zegt de douanier, “maar daar staan toch helemaal geen bomen?” “Nee,” zegt de Belg, “nu niet meer!”