Een rondje voor het hele café

Een vent bestelt in het café het ene rondje na het andere. Voor de bar, de lui op het terras, de biljarters, zichzelf en de baas aan de tap. Een paar uur later is iedereen behoorlijk aangeslagen en de cafébaas maakt zich zorgen om zijn centjes.
De gulle gever heeft geen cent op zak en wordt door de gastheer alles behalve zachtzinnig de straat op geschopt.
Een paar dagen later is hij terug en zegt: “Geef mij een pilsje, de hele zaak een rondje, die lui op het terras ook, maar jij krijgt niks… jij wordt agressief als je gedronken hebt.”

Similar Posts

  • OP DE ZESDE DAG SPRAK GOD

    Op de zesde dag sprak God tot de aartsengel Gabriel: “Vandaag ga ik een land creëren, genaamd Nederland. Het zal een land zijn van buitengewone natuurlijke schoonheid, met grote bossen, vol met herten, zwijnen en eekhoorns. Grote rivieren, gevuld met alle mogelijke soorten levende wezens. Het zal een binnenzee krijgen met enorme hoeveelheden vis en ook aan een buitenzee komen te liggen, die men van prachtige goudgele stranden kan overzien.” God ging verder: “Ik zal het land rijk maken door de landbouw en de inwoners zullen grote welvaart kennen. Sommige van hun vrouwen zullen van verblindende schoonheid zijn. Ze zullen bekend worden als Hollanders. En ze zullen het vriendelijkste volk op aarde zijn. En als slagroom op de taart maak ik van het zuiden van Nederland een lieflijk heuvellandschap waar vriendelijke mensen zullen wonen, die bekend zullen staan als Limburgers.” “Maar Heer,” zegt Gabriel, “denkt U niet dat u een beetje te genereus bent voor deze Hollanders?” “Niet echt,”, antwoordt God, “moet je eens opletten wie ze als oosterburen krijgen!”

  • Weer hetzelfde

    Een Belg en een Nederlander gebruiken samen de lunch. De Nederlander kijkt wat er tussen zijn boord zit: “O nee, weer worst. Elke dag worst. Als mijn vrouw nog en keer worst op brood doet spring ik van de flat.”
    De Belg kijkt wat hij op brood heeft: “O nee, weer pindakaas. Altijd pindakaas. Ik spring ook van de flat als ik morgen weer pindakaas op brood heb.”
    De volgende ochtend komt de Nederlander op zijn werk en ziet dat hij jam op brood heeft. Gelukkig denkt hij. De Belg ziet echter weer pindakaas op zijn brood en springt van de dichtsbijzijde flat de dood tegemoed.

    Een week later komt de Nederlander op de begrafenis van de Belg. ZIjn vrouw huilt en roep: “Waarom? Waarom?”
    De Nederlander besluit het uit te leggen: “Hij had elke dag pindakaas op brood. Daar werd hij zo zat van dat hij van de flat sprong…”
    De vrouw gaat nog harder huilen: “Hij maakte elke dag zijn eigen brood klaar…!”

  • Stilletjes

    Een man komt een politiebureau binnen en zegt tegen de dienstdoende agent:
    “Ik heb begrepen dat de inbreker die in ons huis heeft ingebroken gearresteerd is.
    Ik wil graag even een woordje met hem spreken.
    De agent: “Ik begrijp dat u kwaad bent meneer, maar dit kan ik natuurlijk niet toelaten.”
    “Nee nee, u begrijpt me verkeerd”, zegt de man.
    “Ik wil alleen maar van hem weten hoe hij binnen is gekomen, zonder dat mijn vrouw wakker werd.”

  • Wat is Politiek

    Een zoon vraagt aan zijn vader: ‘Pap, wat is eigenlijk politiek?’

    Vader zegt: ‘Jongen, dat is heel eenvoudig. Kijk, Ik breng het geld thuis, dus ben ik het KAPITALISME.’

    ‘Je moeder beheert het geld, dus is zij de REGERING.’

    ‘Opa ziet er op toe dat alles her ordentelijk verloopt. Hij is de OVERHEID.’

    ‘Het dienstmeisje is de ARBEIDERSKLASSE.’

    ‘Wij hebben allen maar een doel voor ogen namelijk jouw welzijn. Daarom ben jij het VOLK.’

    ‘Je kleine broertje die nog in de luiers loopt is de TOEKOMST.’

    Snap je het?

    De zoon denkt na en vraag of hij er een nachtje over mag slapen.

    ‘s Nachts wordt hij wakker omdat zijn kleine broertje in zijn luier heeft gepoept en vreselijk schreeuwt. Omdat hij niet weet wat hij moet doen gaat hij naar de slaapkamer van zijn ouders. Daar ligt alleen zijn moeder en die slaapt zo vast dat hij haar niet wakker krijgt. Daarom gaat hij naar de kamer van het dienstmeisje waar hij ziet dat zijn vader bij haar in bed ligt en ze zijn met hele vreemde dingen bezig. Hij ziet dat Opa onopvallend door het raam toekijkt. Ze zijn allemaal zo druk dat niemand merkt dat hij voor het bed staat. Daarom besluit de jongen onverrichterzaken weer te gaan slapen…

    De volgende ochtend vraagt vader aan zijn zoon of hij met zijn eigen woorden kan uitleggen wat politiek is.

    Ja zegt de zoon: ‘Het KAPITALISME misbruikt de ARBEIDERSKLASSE terwijl de OVERHEID toekijkt en de REGERING slaapt. Het VOLK wordt volkomen genegeerd en de TOEKOMST ligt in de STRONT!’

  • Je blijft lachen

    Ik zat achter in bus 21 toen er een jonge vrouw instapte, die in verwachting was. Zij ging zitten, wat bij mij een glimlach opwekte. De jonge vrouw voelde dat ik om haar lachte. Ze ging ergens anders zitten, waarop ze me weer hoorde lachen. Zij verwisselde een tweede, derde en zelfs een vierde maal en steeds begon ik harder te lachen. De jonge vrouw was zwaar beledigd, belde de Politie en liet een proces-verbaal opmaken… Toen de zaak voor de rechter kwam, vroeg hij mij om mijn eigenaardig gedrag te verklaren. Ik zei: ‘Edelachtbare, toen de jonge vrouw in de bus stapte, zag ik in wat voor positie zij verkeerde. Ze ging zitten onder de reclame: ‘Verwijder iedere verdikking.’ Ik moest lachen en de vrouw verwisselde van plaats maar ging nu zitten onder de bioscoopreclame: ‘Binnenkort verwacht.’ Ik moest weer lachen en de vrouw verwisselde terug van plaats. Nu onder een reclame van UNOX die als tekst had: ‘Ik weet een worstje te waarderen.’ Toen kon ik niet meer, maar het werd nog erger : want zij wisselde voor de laatste maal van plaats en kwam toen onder de reclame van DUNLOP autobanden te zitten. Hierop stond: ‘DUNLOP’s rubberartikelen hadden dit ongeluk kunnen  voorkomen…

    IK WERD VRIJGESPROKEN…

  • Veertien Kinderen

    Een vrouw komt met haar veertien kinderen bij de pastoor op bezoek. De kleinste van twee jaar oud loopt naar de pastoor.
    De pastoor: En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    De volgende komt binnen.
    Pastoor: “En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    Pastoor: “Ah, heet jij ook jantje?”
    De oudste komt binnen (14 jaar). 
    Pastoor: “En hoe heet jij jongen?” Jongen: “Jantje.”
    Pastoor tegen moeder: “Heten al jouw zoontjes misschien Jantje?”
    Moeder: “Ja, dat is heel gemakkelijk, als ik roep: ‘Jantje opstaan’ staan ze allemaal op, 
    als ik roep: ‘Jantje eten,’ komen ze allemaal eten, 
    als ik roep: ‘Jantje slapen,’ dan gaan ze allemaal slapen.”
    Pastoor: “En als je maar één iemand nodig hebt, hoe doe je dat dan?”
    Moeder: “Dan roep ik gewoon hun familienaam.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *