Benzine

Twee jongens komen bij een service station. “Vlug geef ons elk een liter benzine!” Na tien minuten zijn ze weer te- rug. “Het was niet genoeg we moeten nog tien liter hebben!” De pompbediende vraagt:” Waarvoor hebben jullie toch al die benzine nodig?” “Stel alsjeblieft geen vragen, opschieten! De school staat in brand!”

Similar Posts

  • Vooruitzicht

    Een heer vergezeld van een bloedmooie vrouw stapt in Brussel Nieuwstraat een juwelierszaak in. Ze kiezen een juweel van 50.000€ Op het moment dat er moet betaald worden haalt de man zijn chequeboekje  te voorschijn en begint te schrijven. De verkoper trekt een beetje een vervelend gezicht omdat hij de man nog nooit voorheen heeft gezien en er niet gerust in is of de cheque wel gedekt zal zijn.

    De man merkt dit gelaatstrekje bij de verkoper en zegt:

    “Je bent er precies niet echt gerust in of er wel voldoende geld op mijn rekening staat”.

    De verkoper: “Wel, euh”.

    De man: ” Kijk, geen probleem, we spreken het volgende af. Omdat het nu zaterdagnamiddag is en mijn bank gesloten is, laat ik de cheque en het juweel hier tot maandag. Pas nadat je het geld geïnd hebt bij de bank laat je het juweel bezorgen bij deze lieve dame. Akkoord”?

    De verkoper, zelfverzekerd, geeft zonder twijfel zijn goedkeuring aan deze oplossing en de man vertrekt met zijn beeldmooie vrouw. De maandagochtend gaat de verkoper naar de bank. En wat raadt U? Jawel, de cheque blijkt ongedekt te zijn.

    De bankrekening van de man beschikt niet over voldoende provisie. De verkoper belt de man op en legt beleefd uit wat er bij de bank gebeurd is, waarop de man antwoordt:

    “Ja maar dat is niet erg. Het juweel is nog altijd in uw bezit, dus het heeft U niets gekost. En ondertussen heb ik een heerlijk weekend gehad! Bedankt voor uw medewerking en tot nog eens”

  • Echt boerenverstand

    Een landbouwer laat 17 paarden na aan zijn drie zonen. In zijn testament verdeelt hij de erfenis als volgt:
    Mijn oudste zoon de helft van alle paarden.
    Mijn tweede zoon een derde van alle paarden.
    Mijn jongste zoon een negende van alle paarden.
    Daar het onmogelijk is om 17 paarden te delen door 2, door 3 of door 9, beginnen de problemen tussen de drie zonen.
    Op een gegeven ogenblik beslissen ze ten einde raad om hun buur, ook een landbouwer Dirk, wiens intelligentie ze al lang bewonderen, om raad te vragen, in de hoop dat die een oplossing kan vinden.
    De boer neemt het testament en leest het aandachtig, na enkele ogenblikken gaat hij thuis zijn eigen paard halen en voegt het toe aan de zeventien andere. Nu staan er 18 paarden in de wei.
    Vanaf nu wordt het mogelijk voor de erfgenamen om tot de verdeling over te gaan, zoals voorzien in het testament van hun vader.
    De oudste neemt de helft van de 18 paarden = 9 paarden
    De tweede neemt een derde van de 18 paarden = 6 paarden
    De jongste neemt een negende van de 18 paarden = 2 paarden
    Samen hebben ze nu, 9+6+2=17 paarden
    Er blijft 1 paard over, dat van Dirk, die het terug mee naar huis neemt.
    Voila, ‘t is nu aan u!

  • Feestje

    Jansen kan niet slapen, omdat ze bij de buren een feestje hebben. Urenlang staat hij tevergeefs op de muur te bonken.
    De volgende middag komt hij de buurman tegen.
    Zeg, heb je me vannacht niet op de muur horen bonken?
    Ja, maar dat geeft niet hoor. We hadden toch een feestje.

  • Vader Worden

    Een soldaat komt op vrijdagmorgen bij de sergeant en vraagt verlof.
    “Ik ga vader worden,” zegt de soldaat, en hij krijgt verlof van de sergeant.
    Na het weekend, op maandagmorgen vraagt de sergeant aan de soldaat:
    “En, hoe heet de kleine?”
    Zegt de soldaat: “Over negen maanden bent u de eerste die het weet”

     

  • Veertien Kinderen

    Een vrouw komt met haar veertien kinderen bij de pastoor op bezoek. De kleinste van twee jaar oud loopt naar de pastoor.
    De pastoor: En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    De volgende komt binnen.
    Pastoor: “En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    Pastoor: “Ah, heet jij ook jantje?”
    De oudste komt binnen (14 jaar). 
    Pastoor: “En hoe heet jij jongen?” Jongen: “Jantje.”
    Pastoor tegen moeder: “Heten al jouw zoontjes misschien Jantje?”
    Moeder: “Ja, dat is heel gemakkelijk, als ik roep: ‘Jantje opstaan’ staan ze allemaal op, 
    als ik roep: ‘Jantje eten,’ komen ze allemaal eten, 
    als ik roep: ‘Jantje slapen,’ dan gaan ze allemaal slapen.”
    Pastoor: “En als je maar één iemand nodig hebt, hoe doe je dat dan?”
    Moeder: “Dan roep ik gewoon hun familienaam.”

  • Aan de hemelpoort

    Er komt een prostituee bij de hemelpoort.
    Petrus vraagt wat ze vroeger geweest is.
    De vrouw bekent dat ze prostituee is geweest.
    ‘Dan mag je hier niet naar binnen, ‘ zegt Petrus, ‘ga daar maar even op het bankje zitten.’

    De vrouw gaat op het bankje zitten huilen.
    Komt er een oud baasje bij de hemelpoort met een enorme zak op zijn rug.
    Hij loopt naar het huilende vrouwtje op het bankje, en vraagt wat er aan scheelt.
    Ze legt uit: ‘Ik ben vroeger prostituee geweest, en nu mag ik niet naar binnen.’

    ‘Is dat het ?’ , zegt de man. ‘Ik ben kleermaker geweest. Weet je wat ?
    Ik heb een zak met oude kleren op mijn rug.
    We gooien de kleren eruit en jij gaat in die zak zitten.
    Dan smokkel ik jou de hemel in !’
    Zo gezegd, zo gedaan.

    De kleermaker loopt naar de hemelpoort, en Petrus vraagt de man wat hij vroeger geweest is.
    ‘Ik ben kleermaker geweest,’ zegt de man.
    ‘Dan mag je naar binnen,’ zegt Petrus.
    Als de man voorbij loopt, vraagt Petrus : ‘Maar wat zit er in die zak?’
    Zegt de kleermaker: ‘O, een oude naaimachine!

    ˜OK, loop maar door!

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *